Hans Kanij met zijn verzorgingstas
Hans Kanij met zijn verzorgingstas Foto: Guy van Rijn

Hoe is het nu met Hans Kanij?

sport Hoe is het nu met?

Hans Kanij (74) begon in een ver verleden bij BEC. met voetballen. Hij is lange tijd verzorger geweest bij een aantal Delftse clubs. Hij maakte legendarische teamuitjes mee met DVC en vertelde je als verkeersleider dat je moest omrijden. 

Door Guy van Rijn

Hoe zag je sportcarrière er globaal uit?
Ik begon op zevenjarige leeftijd met voetbal bij BEC., toen nog aan de Buitenwatersloot. BEC. stond voor Blauwwit en Excelsior Combinatie. Aan de overkant zat Delfia, maar het is lang geleden hoor. We hadden toen nog niet eens warme douches. We speelden op woensdagmiddag en ik speelde bij de junioren. Ik heb van het eerste tot het tiende gespeeld. Na een tijdje kon ik zelf niet meer trainen omdat ik taxichauffeur was geworden en ploegendiensten had.
Ik heb toen een taxiteam opgericht bij BEC, het tiende elftal. Na mijn taxi-jaren ben ik weer in het eerste van BEC. gaan spelen, en na een paar jaar bij de veteranen. In die tijd ben ik een cursus sportmassage gaan doen, wat bepalend is geweest voor mijn verdere sportcarrière. De opleiding was zwaar voor me, want ik ben een praktijkman en ik was al 7 jaar van school af. Toch is het gelukt, en na de cursus werd ik verzorger bij BEC. onder Cor Mol. Van hem heb ik veel geleerd.
Na BEC. ben ik bij Wippolder verzorger geworden bij Wim van Buuren die daar toen trainer was. Dat jaar en het jaar daarop waren geweldige elftallen met onder andere Rob Wees, Sjors Kunz en Wout Toet als spelers. Na 3 jaar Wippolder ben ik overgestapt naar DVC. Daar ben ik 7 jaar verzorger geweest en heb ik echt de mooiste tijd van mijn leven gehad. Tot slot ben ik nog 3 jaar verzorger geweest bij DHL onder René Slechterhorst. Dat was ook een toffe kerel.

Wat zijn de mooiste momenten geweest?
Bram Rontberg bij DVC had zoveel connecties overal. Daardoor konden we in de duurste trainingskampen verblijven, waaronder in Delden waar eigenlijk alleen profclubs trainden. In Noordwijk hebben we in Hotel Oranje gezeten in kamers die normaal 500,- gulden per nacht waren. Wij zaten daar maar ter voorbereiding van een wedstrijd in de vijfde klasse. Dat hotel had zoveel hotelkamers dat je er kon verdwalen, en had binnen een golfslagbad. Dat had Bram geregeld via Nicola van der Berg. Die had een eigen reisbureau.
Ik herinner me ook Valkenburg. Daar hebben we ontzettend gelachen met Willem Berkien. Wat een humor had die. Vanuit Valkenburg zijn we op een zondag naar de Amerikaanse militaire begraafplaats Margraten geweest. We werden allemaal stil toen we daar aankwamen. Het kerkhof telt duizenden graven van tijdens de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde Amerikaanse soldaten. Ik zal dat bezoek nooit meer vergeten.

Wat doe je tegenwoordig?
Helaas kan ik nu niet veel meer, maar tot mijn 72e was ik nog verkeersleider. Vorig jaar ben ik aan mijn hart geopereerd. Daarna kreeg ik ernstige complicaties en vervolgens nog eens Corona om het af te maken. Mijn vrouw kreeg het ook nog, en zij heeft een bypassoperatie gehad. Ik heb het overleefd, maar ik moest weer leren lopen omdat ik zo lang platgelegen had. Ik ben nog steeds aan het herstellen maar de oude word ik nooit meer.
Ik heb 35 jaar bij de post gewerkt en nog een paar jaar als vrachtwagenchauffeur. De laatste 6-7 jaar was ik verkeersregelaar. In dat laatste heb ik ontzettend veel plezier gehad. Als het kon zou ik dat nu nog doen.