Rietje Zuidervaart is 100 jaar, maar vooral nog verbazingwekkend bij de tijd
AlgemeenDELFT – Volgende week zondag is het groot feest voor Rietje Zuidervaart. Dan viert ze haar honderdste verjaardag. Al hoeft dat, zegt ze tenminste, eigenlijk allemaal niet, met al die poespas. Intussen maakt ze zich er knap zenuwachtig om.
Maar net zo zenuwachtig is ze voor dit interview. Om de haverklap probeert ze duidelijk te maken dat een foto en een klein stukje meer dan genoeg is, wat haar betreft. Het aantal keren dat ze zich, lichtelijk verbijsterd, afvraagt of we ook dát weer opschrijven, is niet te tellen. En bij herhaling voegt ze ons lachend, maar toch ook wel dwingend, toe dat 'dat er niet in hoeft'. En zo wordt het nog een heel gesprek.
Geanimeerd, onderhoudend en zonder een spoor van 'zo is het wel weer mooi geweest'. We geloven intussen onze ogen en oren nauwelijks. Dat we hier met een honderdjarige in haar fraaie aanleunwoning op de elfde verdieping van WoonZorgCentrum Delfshove uitkijken over Delft en wijde omgeving en terugkijken op honderd jaar als vrouw en moeder. Een krachtige stem, een vrolijke lach, een zorgenloze kijk op het leven, een nog goede gezondheid, een mens zou er jaloers van worden. Rietje Zuidervaart-Kühne, zo heet ze voluit. Hoewel: "Ik heet eigenlijk Maria. Toen werd het Marie. Toen ik kennis kreeg aan m'n man werd het Rie. En hier, in Delfshove, werd het Rietje'. We beginnen, vanzelfsprekend en vooral allesbehalve spitsvondig, met de vraag hoe je nou eigenlijk honderd jaar wordt. Een geheim heeft ze niet. "Gelukkig niet. Het is gewoon dóórleven. Gewoon blijven ademhalen". Dat ze nog zo bij de tijd is, daar is ze natuurlijk gelukkig mee. "Maar ik kan echt niet alles meer onthouden, hoor". Ze merkt, en wat dat betreft is ze beslist niet de enige, dat naarmate de leeftijd vordert het geheugen het meer en meer laat afweten. "Dat heb je wel 's, maar dat hebben ze hier allemaal, dat je denkt: Hoe heet dat ook alweer? Ik weet het niet meer. Dat komt van lieverlee". Ze mag over haar gezondheid niet klagen. Goed, ze slikt hier en daar een pilletje. Haar gehoor en gezichtsvermogen worden er niet beter op. Maar een gehoorapparaat en behandelingen aan de ogen zijn aan haar niet (meer) besteed. Ze kijkt nog een heel eind weg, over Delft heen. Televisie kijken gaat ook nog prima. En doof is ze nog lang niet. "Ik ben bijna nooit verkouden. Griep heb ik ook nog niet gehad. Ja, elk jaar krijg ik de anti-griepprik. En om de drie maanden heb ik controle. M'n bloeddruk en zo".
Rietje Zuidervaart is dus van 1909. En dat is geen typefout. Ze heeft één broer en twee zussen. "Mijn broer is overleden, hij is 95 geworden. Mijn zussen leven nog. De één is 94, de ander 95. Ze wonen buiten de stad. Mijn vader is in de Tweede Wereldoorlog overleden, mijn moeder is 95 geworden. Mijn grootouders zijn ook zo oud geworden. Mijn opa is bijna 100 geworden, mijn oma 98. Ja, oud worden zit wel echt in de familie".
Rietjes vader was bankwerker."We komen allemaal uit Gelderland. Maar ik ben in Duitsland geboren. Daar, in Duisburg, had m'n vader werk". Toen de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) uitbrak, moest haar vader in Nederland in militaire dienst. "Hij was toen een jaar of 25. Zat m'n moeder in haar eentje in Duitsland. Ze heeft toen haar boeltje gepakt en is naar Holland gekomen. Ze trok bij haar ouders in, in Waardenburg. Ik was zeven jaar toen m'n vader een huis kreeg in Delft". Ze kijkt naar buiten, richting de Brandweerkazerne, het Politiebureau, de Aldi-supermarkt. "Ik heb daar, op dat hoekje, gewoond. Op de Asvest. Daarna heb ik zo een rondje gemaakt. Toen ik 19, 20 was, gingen we naar de Wippolder. Toen ik ging trouwen, gingen we naar de Rotterdamseweg. En nu ben ik hier weer terug. Hier zit ik nu zeven jaar".
Ze heeft Lagere School en dat is het. "Mijn moeder werd ziek. Ik moest thuiskomen. Op m'n twaalfde mocht ik van school. Tot m'n vijftiende ben ik thuis gebleven". Daarna gaat ze werken. Ze heeft, zegt ze, nooit spijt gehad dat ze niet op de één of andere manier heeft kunnen doorleren. "Welnee. Ik kón helemaal niet leren. Ik kon mooi schrijven, maar de rest was knudde. Ik was blij dat ik van school ging toen ik twaalf was. Ik heb er ook nooit nadeel van gehad. Het ging allemaal van een leien dakje".
Ze gaat werken. In het atelier van één van de hoedenzaken op de Markt. Want hoeden dragen, dat wilden de dames wel, destijds. Als ze, later, overstapt naar een andere hoedenzaak op de Markt, wordt ze ook 'winkeljuffrouw'. Dat ze er geen moeite mee moet hebben gehad potentiële klanten ondersteboven te praten, dat geeft ze wel lachend toe. "Ja, daar was ik goed in".
Ze is 27 als ze trouwt. "Hij werkte op de Kabelfabriek. Tot z'n twee-en-zestigste. Hij is, nu 21 jaar geleden, overleden. Op Koninginnedag. Hij zou nu 101 zijn geweest. Hij is 80 geworden". We zien een foto van Rietje als 'jonge meid'. Dat zag er goed uit. Dat moet menige levenslustige jongeman aan het denken hebben gezet. Ze lacht verlegen, al dan niet gespeeld. "Och, er waren vroeger altijd wel leuke jongens. We gingen altijd met elkaar naar de Markt. Jongens en meiden. Hartstikke leuk. Op zondagavond was er muziek. Van de Spiritusfabriek. Of van Calvé, dat weet ik niet zeker meer. En dan gingen we allemaal naar het Agnetapark. Daar had je een muziektent". Haar blik is nu ondeugend. "Ja, en dan ging ik wel kijken of ik een leuke knul zag. Want die had ik toen nog niet. Ik was toen een jaar of zestien, zeventien, achttien".
-Zijn de mannen nog veranderd, in de loop van al die jaren?
"Ik kijk niet naar mannen. Maar mijn smaak is niet veranderd, nee, nee, nee".
Ze kent de man met wie ze trouwt al voordat 'op de dansschool' de vonk overslaat. "Hij was óók geen Delftenaar. Hij kwam uit Aarlanderveen. Wat ik zo leuk aan hem vond? Hij had een mooie stem. En blauwe ogen. Nee, dat ga je er toch niet allemaal inzetten? Natúúrlijk niet, hè?" Ze geeft schoorvoetend toe dat ze 'met verschillende jongens uit Delft' verkering heeft gehad. Maar: "Op m'n man was ik echt verliefd". Ze krijgen zes kinderen. "Ze leven niet allemaal meer. Een meisje en een jongen zijn overleden. Ik heb nog drie zoons en één dochter. En zes kleinkinderen en acht achterkleinkinderen". Ze wijst op de foto's op de kast. "Ja, daar ben ik hartstikke trots op".
Rietje Zuidervaart maakt ook de Eerste Wereldoorlog nog mee, zij het als hummeltje van een jaar of vijf, zes. "Ik weet nog dat we met z'n allen uit Duitsland weggingen. Naar Nederland, met de boot. Maar hoe we op die boot gekomen zijn, ik weet het niet. Ik weet wèl: we waren allemaal zeeziek. Voor de rest: het was in Duitsland oorlog, maar we gingen daar al na zes weken weg. Ze dachten dat het gauw afgelopen zou zijn, maar het heeft toch nog vier jaar geduurd".
Armoede, zegt ze, heeft ze eigenlijk nooit gekend. Ook niet tijdens de beruchte crisis van de jaren dertig."Toen was ik nog niet getrouwd". En, zo ging dat toen: "Je spaarde voor als je ging trouwen. Ik kreeg in 1930 verkering met m'n man en in 1936 zijn we getrouwd. Je spaarde voor je uizet, dat je alles kon kopen. Die stoelen waarop we nu zitten en deze tafel, die zijn nog van m'n trouwen. Ja, het zijn wel ouwe dingen, maar ze zijn nog goed". Ze wil er maar mee zeggen: "Wij hadden het thuis niet slecht. Ik heb ook nooit iets gemerkt van werkloosheid en zo". Maar als zij en haar man trouwen, is ze wèl verplicht werkloos. "Ik ging trouwen en dus mocht ik niet meer werken". Lacht: "Ja, het was een schande als je als getrouwde vrouw ging werken. Ze kwamen van de hoedenwinkel elke keer vragen of ik kwam werken, maar dat wou m'n man helemaal niet hebben. Ja, wat dat betreft was hij ouderwets. Er waren wel vrouwen die moesten werken. vrouwen die gescheiden waren of niet genoeg inkomen hadden. Maar daar heb ik nooit op neergekeken".
-Die kredietcrisis die we nu hebben, volg je dat nog een beetje?
"Nou ja, ik kijk er wel naar, maar ik maak me er niet druk om. Ik zie 't wel".
Ze woont nu zeven jaar in WoonZorgCentrum Delfshove. "Ik woon hier wel mooi". Ze lijkt er nog steeds een tikkeltje verbaasd over. "De eerste keer dat ik een aanbieding kreeg voor een aanleunwoning ging ik huilen. Ik wilde niet. De tweede keer ook niet. Toen ik deze aanbieding kreeg, was dat over. Dit was gelijk goed, ik had er helemaal geen moeite mee om hier naartoe te gaan. Ik weet niet hoe dat kan. Misschien omdat ik hier al 's een rondleiding had gehad".
Haar ruime, lichte woning wordt overal en nergens nog eens opgevrolijkt met bloemen en (vooral) planten, zij het dat het in veruit de meeste gevallen om overigens fraaie nep-exemplaren gaat. "Ik wou geen bloemen meer hebben. Ik dacht: Dat moet je allemaal maar nalopen, daar had ik geen zin in. Ik heb wèl die mooie orchideeën, daar. Maar die hoef ik maar één keer per week water te geven".
Huisdieren heeft ze niet meer. Vroeger wèl. Honden, kanaries, een poes. Ze pakt er een paar fotomapjes bij. Vindt uiteindelijk wat ze zoekt. Een foto van één van haar drie 'schatten van honden': een Samojeed. Een 'slede- en gezelschapshond', oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Rusland en Siberië. Dat Rietje zo gek was op die niet-alledaagse rashond, mag geen verrassing heten. Want, lezen we op de site van de Nederlandse Samojeden Club, de hond is 'vriendelijk, oplettend, levendig'. En: 'Nooit schuw, nooit agressief'.
Ze leest nog dagelijks de krant, kijkt elke avond televisie. Maar: "Daar vind ik meestal niks aan. Gisteravond nog. Heb ik naar die Paul de Leeuw zitten kijken. Kijk ik eigenlijk nooit naar. Hij was in het begin zó grof. Ik kijk wèl graag naar die spelletjes. Met het mes op tafel, Lingo, Twee voor twaalf, daar kijk ik allemaal naar. Nee, niet om m'n hersens te trainen, gewoon, omdat het leuk is. Maar voor de rest? Weet je wat ik ook altijd zo mooi vond? Die mooie toneelstukken die je op TV had. De kleine zielen, Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan, Het wassende water, wat ze nu weer laten zien. Het is net als met de humor. Ik lach eigenlijk overal wel om, maar vroeger had je Snip en Snap. Was toch leuk? En dat heb je toch niet meer?"
-Vind je dat je ouderwets bent?
"Dat geloof ik niet. Als je die mensen hier beneden ziet, ik moet van die ouderwetse kleding niks hebben. Doe ik allemaal weg".
-Als je terugkijkt op je lange leven, wat vind je dan de mooiste periode?
"Nou ja, dat je verkering hebt. Vond ik wel leuk. En dat je gaat sparen voor je trouwen. Dat je meubels gaat kopen. En je eerstgeborene, dat is natuurlijk ook fantastisch. En dan de kinderen die daarna gekomen zijn. Ze zijn altijd met welkom gekomen".
-Zijn er ook dingen waarvan je spijt hebt?
"Spijt? Nee. Waar zou ik nou spijt van moeten hebben? Nee, ik geloof 't niet".
-Waar kan je heel blij van worden?
"Dat het met m'n kinderen allemaal goed is. Wij hebben ons nooit ergens mee bemoeid. Mijn man zei altijd: Zitten jullie in nood, dan kun je altijd bij ons terecht. Voor de rest bemoeien we ons nergens mee. Ze hebben hun eigen leven, wij ook. Is het waar of niet? Je hèbt van die ouders…"
Ze heeft, vertelt ze, nog nooit van haar leven in een vliegtuig gezeten. "Ik durfde vroeger ook niet in een lift". Laat een vakantiefoto zien, uit Oostenrijk. Begrijpt nóg niet dat ze in zo'n skilift durfde. "Maar ja, het was wèl een afgesloten cabine". Ze heeft mooie herinneringen aan de jaarlijkse vakanties naar Rudesheim. "En toen we verkering hadden, gingen we elk jaar naar Maastricht. Vond ik héérlijk. Oh, ik vind Maastricht zó'n mooie stad. Maar ik vind Delft ook enig. Jammer dat het zo verandert. Zoals het vroeger was, was het leuk. Vind jij De Veste nou mooi? Ikke niet. Het zal wel zo moeten, maar ik vind het jammer. Maar ja, wie ben ik?"
Zegt dan, verlegen lachend: "Ja, de burgemeester komt ook nog. Vind ik wel leuk. Eerst vond ik het allemaal maar niks, maar ja, het gaat vanzelf".
Ze staat elke morgen rond de klok van half negen op. En 's avonds is het meestal al half twaalf als ze onder de wol kruipt. "Een enkele keer is het kwart over elf". Lange dagen, dus. En niet te veel eten. "Eén boterham, twee beschuitjes, soep, want dat vind ik lekker. En ik kook nog zelf". En ze eet ook wel 'beneden', al houdt ze niet van exotisch gedoe. Ze komt nog wel buiten, al hangt dat natuurlijk wel af van hoe het weer is. "Ik loop met een rollator, dat gaat goed. Zo lopen kan ik niet meer, ik heb ook een stok".
-Oud worden, is dat nou leuk?
"Het gaat vanzelf. Het mag van mij nog wel een poosje doorgaan zo, tenminste, zoals ik nu ben".
-Ben je gelovig?
"Vroeger wèl, maar dat is naderhand verwaterd. Mijn ouders zijn aangenomen, mijn grootouders waren christelijk, die gingen ook altijd naar de kerk".
-Geloof je in een leven na de dood?
'Daar denk ik niet over na. Ik vind het leven mooi, verder denk ik niet".
-Als je in de Staatsloterij 100.0000 euro zou winnen, wat zou je daar dan mee doen?
"Allemaal aan m'n kinderen geven en aan een goed doel. Hoewel, ik geef al aan een goed doel. Ik heb een stuk of zes, zeven loten, maar ik heb nooit wat. Ja, één euro, twee euro. Maar dat ga je er toch niet allemaal inzetten? Heel Delft hoeft toch niet te weten over hoe en wat met mij?" (PB)
Download de laatste krant!
Energieweg 3
2627 AP Delft
T: 015 - 214 39 12
info@delftopzondag.nl
