Kees 't Mannetje werkt al vijftig jaar in de metaal, want zo is het nu eenmaal gelopen
AlgemeenDELFT – Kees 't Mannetje (64) werkt al vijftig jaar in de metaal. "Ik ben geen man die daar trots op is. Het is gewoon m'n werk. Het is nu eenmaal zo gegaan. Ik kan er niks meer aan veranderen".
Hoewel van metaalmoeheid allerminst sprake is, gaat hij in oktober wèl met pensioen. Daar ziet hij bovendien bepaald niet tegenop. "Ik hoop dat ik gezond blijf, dat vind ik het belangrijkste. Nee joh, ik heb nog zat te doen. Foto's maken, filmpjes maken. Ik kan gerust de hele dag achter m'n computer zitten, maar dat doe ik niet. Een paar uur, langer niet. De hele dag stilzitten, dat kan ik niet. Ik heb jaren aan paardensport gedaan. Bij Manege De Prinsenstad. Dressuur en springen. Ik heb ook aan springwedstrijdjes meegedaan. Af e toe prijsjes gewonnen. Maar toen de broers Reurings hun bedrijf Reurings Precisie Plaatwerk begonnen en ik met hun meeging, dat was toen Delft Instruments de plaatwerkafdeling afstootte, toen werd het paardrijden een te groot risico. We waren met z'n drieën, er mocht gewoon niemand uitvallen, dat was het probleem. M'n nicht heeft drie paarden, die verzorg ik af en toe nog. Nee, niet die nicht, die paarden… Ik vind 't wel jammer dat ik niet meer paardrij. Maar ik zou er nu niet meer aan beginnen. Ik ga 't niet meer opzoeken. Al ga ik nog wel af en toe naar de manege. Vind ik leuk om daar rond te neuzen. De paarden, ik ben er eigenlijk ingerold. Het is met een geintje begonnen. Een paard is een lief dier, maar er zitten ook krengen tussen".
Kees 't Mannetje, dus. Zo'n achternaam, die vraagt om vragen. Waar die naam vandaan komt, bijvoorbeeld. "Van de Zuidhollandse en Zeeuwse eilanden", vermoedt hij. "In Nederland komt die naam niet veel voor". En nee, hij is er nooit mee gepest. Hij zou ook niet weten waarom. "Is toch mooi als je zo'n achternaam hebt?"
Hij is overigens geboren en getogen Delftenaar. En daar is hij best wel trots op. "Nou ja, ik weet niet hoe ik 't moet zeggen. maar ik ben wel blij dat ik Delftenaar ben. Ik kom uit het Heilige Land. Had je die Kerstbomengevechten tegen de Wippolder en de Bomenwijk. Dat ging er hard aan toe, hoor. Met knuppels en kettingen werd er gevochten om de Kerstbomen". Daarna was het kennelijk 'even goeie vrienden'. Want: "Dat heb je nu niet meer. Het is nu allemaal agressiever geworden".
Ze waren thuis met hun zevenen. "Eén broertje is overleden. Had een tumor. In het ziekenhuis in Leiden hadden ze een fout gemaakt, waardoor hij te weinig zuurstof kreeg. Z'n zoon, m'n neefje, ziet mij als z'n vader. Hij heeft toevallig ook een Columbiaanse vrouw. En m'n vriend ook".
't Mannetje was, herinnert hij zich, vroeger een ondeugend jongetje. "Grapjes, gekke dingen uithalen. Maar vervelend ben ik nooit geweest. Ik was geen vechtersbaas. Was altijd rustig. Geen geweld, geen agressiviteit. En ik stond voor iedereen open". Lacht."Ja, ik ben wel tevreden met mezelf".
Hij wilde vroeger eerst vrachtwagenchauffeur worden. "Heb ik toch maar niet gedaan". Hij ging naar de Ambachtschool. "Ik wist niet exact wat ik wilde gaan doen. M'n broers gingen naar hogere scholen. Ik had een beetje een hekel aan leren. Ik deed 't liever met m'n handen".
Hij heeft lang getwijfeld. En hij moest ook nog 's in militaire dienst. Hij belandde in Duitsland. "We hadden een heel strenge commandant. Hij is helaas overleden. Die vroeg aan mij: Wil je geen beroepsmilitair worden? Maar ja, dan moest ik naar de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Ik heb er lang over nagedacht. En ik heb 't niet gedaan. Goh, nou, achteraf heb ik daar toch wel een beetje spijt van gehad". Toch waren het geen verloren jaren in 's lands wapenrok. "Je leert normen en waarden, wat je tegenwoordig bij de jeugd bijna niet meer hebt. Als het aan mij ligt mogen ze de militaire dienstplicht zo weer invoeren. Maar dat gaat niet meer, die tijd is voorbij. Ik ben er in elk geval niet slechter van geworden. Ik had 't niet willen missen, eerlijk gezegd".
'NEE, DIE AMBTENAREN, DAT IS NIKS VOOR MIJ'
't Mannetje koos voor werken in de metaal. Hij werkte zich op van leerling tot allround vakman. Hij stond op de loonlijst bij Enraf, bij Enraf Nonius, bij Delft Instruments (een fusieproduct van Enraf Nonius en Oldeft). "We hadden bij Delft Instrument volop werk. Tijdens de eerste irakoorlog gebruikten de Amerikanen onderdelen van nachtkijkers met de naam Oldelft erop. Dat leidde tot een boycot. Toen ging het een stuk minder. We kregen nog maar weinig orders. Delft Instruments wilde de plaatwerkafdeling opdoeken. Toen kwam Kees Reurings, de broer van Aad, met het idee: Zullen we voor onszelf beginnen? Ik ben met ze meegegaan. We zijn op de Rotterdamseweg begonnen, in het ROB-gebouw. Daar hebben we een jaar of zeven, acht gezeten. Toen zijn we in Delfgauw begonnen". Reurings Precisie Plaatwerk kwam prima van de grond. "We hadden toen vijf, zes mensen. Nu hebben we zestien, zeventien medewerkers. Ja, het is een goeie stap geweest". Hij werkt er intussen alweer ruim veertien jaar. Waarvan de laatste paar jaar vanwege de welbekende recessie overigens niet de makkelijkste waren. "Maar dankzij de inzet van het personeel hebben we het bedrijf laten overleven. Het gaat nu weer stukken beter en daar hebben we allemaal ons steentje aan bijgedragen".
-Je werkt nu al vijftig jaar in de metaal. Heb je nooit wat anders willen doen?
"Nou, nooit, effe kijken, ja, toen ik bij Enraf Nonius zat, toen heb ik wel aan wat anders gedacht. Onderhoudsmonteur bij één of andere instelling van het Rijk. Ik ben daar ook wezen praten. Maar toen ik daar binnen kwam, dacht ik: Nee, die ambtenaren, dat is niks voor mij. Toen ben ik niet meer verder gegaan".
-Heb je ook nooit voor jezelf willen beginnen?
"Weet je wat het is? Ik had niet de financiële middelen om dat rond te breien. En ik durfde het in principe niet aan. Ik heb me wèl een beetje het smeden eigen gemaakt. Ik ging vaak naar de Dominicaanse Republiek. Daar staan die mensen hekken en lampen en zo te smeden. Daar heb ik veel van geleerd. Ik heb hier een mobiele oven gekocht en ik ben zelf aan het smeden en lassen gegaan. Maar tegenwoordig gaan de mensen naar de Gamma en kopen ze daar een hek. Het is eigenlijk niet meer te betalen als je het door mij laat maken. Maar een hek van mij is wèl mooier…"
-Wat vind je het mooie van je werk?
"Dat je een goed product aflevert. Ik ben een beetje een Pietje Precies. Ik probeer 't zo goed mogelijk te doen. Dat zit nu eenmaal in me, dat krijg je er niet meer uit. Ja, dat is bij de jeugd wel minder. Ze doen hun best wel, maar dat laatste beetje van zó wil ik 't hebben, dat is toch wel moeilijk voor de jeugd van tegenwoordig. De opleiding is ook een stuk minder. Ze moeten eigenlijk terug naar de Ambachtschool van vroeger. Toen leerde je echt een vak. Nu moeten ze nog heel veel leren als ze aan het werk gaan".
-Ben jij lastig in je werk?
"Voor mezelf ben ik niet lastig. Ik ben altijd open naar iedereen. Het enige is dat ik een zeikerd ben, dat alles precies moet. Als ik iets verkeerd doe, vloek ik alles bij elkaar. Dan vliegen de gvd's in het rond. Ik meen 't niet, maar ook dat krijg je er niet uit. Ik probeer zo goed mogelijk met de jongens op te schieten. Ze moeten toch ook van me leren".
't Mannetje is al een halve eeuw ijzervreter. "Maar ik vind hout ook interessant. Maar ik zei het al: ik ben nu eenmaal in de metaal terecht gekomen. Daar heb ik me verder in gespecialiseerd".
-Heb je genoeg verdiend in al die jaren?
Lacht. "Daar geef ik geen antwoord op".
-Als je alles over mocht doen, zou je het dan anders doen?
'Heel anders. Dan zou ik niet in de metaal zijn gegaan. Dan had ik me meer gespecialiseerd in geneeskunde. Als ik had kunnen studeren, had ik wel dokter willen worden. Mijn broers hebben in de avonduren gestudeerd. Daardoor zijn ze hogerop gekomen".
-Ben je jaloers op ze?
"Nou, nee, nee, nee. Ik ben blij dat ze het zo ver hebben geschopt. Daar was m'n vader ook trots op. Maar hij was ook trots op mij. Ja, ik kon altijd goed met m'n vader opschieten".
'MAAR IK VOEL ME NIET OUD, HOOR'
't Mannetje heeft iets met Zuidamerikaanse vrouwen. Hij is intussen alweer elf jaar het gelukkige mannetje van z'n Columbiaanse vrouw. "Ze is een goeie vrouw. En ik heb een heel goeie band met haar zoon. Wat dat betreft hebben we een hecht gezin. Ik heb ook één keer haar moeder voor drie maanden laten overkomen. Precies in een jaar tijd nadat ze weer terug is gegaan is ze ziek geworden en overleden. Ik ben wel blij dat ze hier nog drie maanden geweest is". Dat hij een zwak heeft voor vrouwen uit verre en zonovergoten landen, "nee, ik val niet op blond, al heb ik ook wel blonde vriendinnen gehad", komt zo: "Ik ging vroeger veel naar Aruba. Mijn broer was getrouwd met een Arubaanse. Dan ging ik met een vriend zes weken daar naartoe. En ook naar Curaçao en Venezuela en de Dominicaanse Republiek. Dan kom je in contact met dat soort vrouwen". Dat werd niet altijd een succes. "Ik ben twee jaar getrouwd geweest met een Dominicaanse. Die was helemaal gek. En levensgevaarlijk ook. Wist ik ook niet, maar ze had in de Dominicaanse Republiek in de gevangenis gezeten. Nee, ik heb helemaal geen contact meer. Ze mogen ook Nederland niet meer in. Dat doet me eigenlijk niks, zeg ik eerlijk. Ik zeg maar zo: als ze me willen zoeken, ze hebben internet. Dan kunnen ze me zó vinden. Begrijp je wat ik bedoel?"
Dat hij ook gek is op Zuidamerikaanse muziek mag evenmin een verrassing heten. Merengue, salsa, bachata. "Nee, de tango niet. Ik ga in Delft regelmatig naar het Centre Latino. Is eigenlijk een Italiaans centrum, bij de Van Lodensteijnstraat. Lekker dansen, biertje drinken, hartstikke gezellig".
-Is het werk wat je al zo lang doet slecht voor je gezondheid?
"Plaatwerk is niet slecht voor je gezondheid. Daar komen geen gevaren of risico's bij kijken. Ik moest laatst nog longfoto's laten maken. Was goed. Het enige waar ik last van heb is jicht".
-Ouder worden, vind je dat nog een beetje leuk?
"Ik heb er een hekel aan, eerlijk gezegd. Ik zou liever bijvoorbeeld altijd veertig jaar blijven, maar dat gaat natuurlijk niet. Nee, ik voel me niet oud, hoor. Ik denk nog steeds als een jongere. Maar ja, dat is zo, dat zegt iedereen".
-Interesseer je je voor politiek?
"Nee. Wat dat betreft: politiek interesseert me niet zo veel. Maar ik ben wel meer rechts dan links. Of ik PVV stem? Daar wil ik geen antwoord op geven, maar het past wel een beetje in mijn straatje. De PvdA, GroenLinks, daar heb ik geen boodschap aan. Ik vind eigenlijk dat de VVD het wel goed doet, al heb ik dan geen eigen bedrijf. Ja, stemmen doe ik altijd. Je krijgt nu eenmaal de kans, als je die niet gebruikt gaat je stem verloren".
-Ga je je werk missen?
"Nee, nee, nee. Ik neem m'n werk nooit mee naar huis. Ik werk van zeven tot half vijf of half zes, dan is het klaar. Je moet werk en privé wèl gescheiden houden. Anders krijg je stress. Dat had ik vroeger wèl, maar daar ben ik eigenlijk de laatste jaren van teruggekomen". Hoewel: "Als ik met een moeilijk product bezig ben, heb ik nog wel 's dat ik thuis zit te denken hoe we dat kunnen maken en vorm kunnen geven. Anders verlies je daar op je werk een aantal uren mee en dat vind ik zonde".
-Wat gaat het bedrijf missen als je straks weg bent?
'Moeilijk te zeggen. Ik denk dat ik nog wel een dagje in de week blijf werken. De jongens ondersteunen als een moeilijk product gemaakt moet worden. Maar daar moet ik het nog wel met de baas over hebben".
Ja, bekent hij, "de dood, daar denk ik regelmatig aan. Ik ben er altijd een beetje bezorgd over. M'n zwager, Wim van Leeuwen, is nog niet zo lang geleden overleden. Hij was een sportman van jewelste. Grensrechter bij DHC, hij liep bij De Koplopers, hij trainde elke dag. Hij was met vakantie geweest. Hij voelde zich zo naar. Zei m'n zus: We gaan maar 's naar de dokter. Die stuurde hem door naar het ziekenhuis. In drie maanden tijd was hij overleden. Het zal ook wel met m'n leeftijd te maken hebben, maar daar denk je dan toch steeds aan. Eigenlijk moet je erboven staan, want we gaan toch allemaal een keer". (PB)
Download de laatste krant!
Energieweg 3
2627 AP Delft
T: 015 - 214 39 12
info@delftopzondag.nl
