Afbeelding

Oorlogsherinneringen van Delftse beeldend kunstenaar Cor Dam nog altijd levendig

Algemeen

Cor Dam vertelt levendig over zijn jeugdjaren tijdens de Tweede Wereldoorlog (foto: Mariska van Vondelen)

DELFT – Menig Delftenaar heeft nog herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog omdat zij deze als kind zelf hebben meegemaakt. Beeldend kunstenaar Cor Dam (1935) verhaalt tijdens zijn lessen beeldende vorming regelmatig over de tijd die hem vormde tot de kunstenaar die hij nu is. Van het tekenen van oorlogsvliegtuigen naar het maken van aangrijpende kunst.

Cor Dam was 5 jaar toen de oorlog begon. De herinneringen aan deze tijd zijn nog steeds levendig. “Het was een spannende tijd. Samen met mijn ouders en met mijn jongere broertje woonde ik in de Wippolder.” De kleine Cor zocht met zijn vriendjes kogels om die op te poetsen en te bewaren. Hij speelde uren met zijn broertje op de plaats. “We bouwden van zand bunkers en mijn broertje bombardeerde met bakstenen onze gebouwen” Van hout maakten ze geweertjes en tanks. “Eigenlijk hadden we als kind niet zoveel weet van de oorlog.” Totdat de vader van Cor in 1942 te werk werd gesteld in Duitsland. Hij werkte bij de glasfabriek in Delft en in Dresden moest hij datzelfde werk doen. Moeder Dam bleef alleen met haar kleine zoons van 7 en 5 jaar achter. “We hadden gelukkig een lieve jonge oom en tante op het Oosteinde wonen die ons tijdens die ons door de oorlogsjaren hebben geholpen.”

Tegenover het huis van familie Dam werd de kleuterschool bezet door Duitse soldaten die daar een schoenmakerij begonnen. “Dat waren gewone mannen, die net als mijn vader, van huis en haard geplukt waren om in een ander land te werken. We speelden weleens voetbal met ze en dan stak zo’n soldaat stiekem een halfje brood onder je shirt en moest je snel naar huis rennen. We hadden honger, dus dan deed je dat.” De kleine Cor kwam ook in aanraking met soldaten die kwaadwillend waren. “De razzia’s waren meestal in de nacht. Dan stond ik in de deuropening van ons huis met een soldaat tegenover me die een geweer droeg en die op zoek was naar mijn vader. Ik riep dan hard: ‘Mijn vader werkt al in Duitsland’. Als kleine jongen maakte dat indruk hoor.”

Delftse mannen doken onder. “De buurman had op de plaats achter het huis een luik gemaakt en daaronder was een grote put. Daar zat hij de hele dag in ondergedoken.” De opa van Cor zat verschool zich voor de Duitsers in een boerderij in Abtswoude. “Midden in de nacht ging ik als 8-jarige jongen op de step van de Wippolder naar Abtswoude met twee lege glazen melkflessen. Ik hoor het gerammel van de flessen nog. Als ik dan bij de boerderij aankwam, tikte ik op de deur en dan opende mijn opa de stal en gaf hij mij melk. Alles was daar warm. Ik weer terug op de step.” Een groot avontuur dus. “De hongerwinter was verschrikkelijk. Het was koud, we hadden honger en mijn vader was nog steeds niet thuis. Dus stal mijn moeder samen met haar vriendin een bord van de rijksweg met de tekst ‘Achtung! Langsam Fahren’. “Het waren de eerste Duitse woorden die ik leerde. Het bord stookten we op in onze kachel. Hadden we het weer even warm.”

Cor zag soms groepen mensen over de Nassaulaan gedeporteerd worden. “Ik zag mannen uit de rijen vluchten en in de zijstraatjes verdwijnen. Delftse vrouwen gaven dan zo’n man een arm en deden of ze met hun man aan het wandelen waren. Alsof dat heel gewoon was. Achteraf moet je daar toch bewondering voor hebben. Wat een lef.”

De hele oorlog voerden de geallieerden duikvluchten uit op de tankvangers op de rijksweg. We zagen het afweergeschut van de Duitsers. Telkens als die een vliegtuig miste riepen we met z’n allen ‘MIS’. De oorlog was ons leven.” Op een dag hoort kleine Cor op de Jaffalaan het fluiten van een vliegtuig dat laag overvloog. Samen met zijn buurman keekt hij ernaar en voor hij het wist gooide zijn buurman hem onder een vrachtwagen en dook er zelf ook onder. Samen keken ze naar het bombardement dat werd uitgevoerd.

Toen de voedseldroppingen op Ypenburg plaatsvonden, vlogen de vliegtuigen laag over de Wippolder. “We konden de piloten zien zitten. We zwaaiden naar ze en ze zwaaiden terug. Mijn voorliefde voor vliegtuigen is toen begonnen. De hele oorlog tekende ik vliegtuigen. Prachtig vond ik dat. Toen is de liefde voor tekenen begonnen. Aan de keukentafel, terwijl de vliegtuigen laag overvlogen.”

(MvV)

Download de laatste krant!

Energieweg 3
2627 AP Delft

T: 015 - 214 39 12