Barbarijse zeerovers, een Delftse slaaf en een wanhopige moeder

Editie: Week 49, Jaargang 21 |

Het boekje waarmee Lijsbeth Noortbergen langs de deuren ging en andere documenten over de collecte voor haar zoon. (Archief Delft)

Eind 2015 verschijnt een tweedelig standaardwerk over de geschiedenis van Delft en haar bewoners, vanaf de oorsprong tot heden. Hoofdredacteur Gerrit Verhoeven vertelt maandelijks over het werk aan dit project.

Het is voorjaar 1693. Langs de Delftse grachten loopt een vrouw met een boekje in haar hand. Het is Lijsbeth Noortbergen, op zoek naar mensen die haar willen helpen. Haar zoon Anthony is uitgevaren op het fregat Egidius van de Rotterdamse reder Dominicus Cramer. Maar toen het schip vertrok uit Malaga, werd het overvallen door zeerovers uit Algiers. Haar zoon werd gevangen genomen en om hem vrij te krijgen is losgeld nodig. Op 7 maart hebben de burgemeesters haar gemachtigd om geld in te zamelen. Die machtiging staat voorin het boekje dat zij bij zich draagt. Daarachter kunnen mensen noteren hoeveel zij bereid zijn te geven. Ze hoeven pas echt te betalen als Anthony daadwerkelijk vrij kan worden gekocht. Want het is helemaal niet zeker dat dat lukt.
Elk jaar worden duizenden mensen gevangen genomen door zogenaamde Barbarijse zeerovers, genoemd naar de berbers die de noordkust van Afrika bevolken. Vanuit Algiers, Tunis en Tripoli ondernemen ze strooptochten. Hun menselijke buit verkopen ze als slaaf of laten ze vrij tegen betaling van losgeld. Maar vrijkopen is niet gemakkelijk: eerst geld bij elkaar brengen, dan onderhandelen via moeizame diplomatieke contacten en ten slotte moet de uitwisseling ook nog goed verlopen. Er zijn al zoveel voorbeelden van mislukte reddingsacties, ook in Delft. In 1678 is geld opgehaald voor het vrijkopen van Elisabeth van Hurk. Toen de onderhandelingen werden geopend, bleek zij inmiddels te zijn weggeschonken als slavin. Tijdens pogingen om contact te leggen met haar nieuwe eigenaar, kwam het bericht dat zij was overleden. Het losgeld werd bestemd voor het vrijkopen van een andere Delftenaar, Johannes de Goede, maar in 1685 werd het teruggestuurd. Hij bleek niet meer in Algiers te zijn, maar was doorgevoerd naar een andere plaats.

Luthers netwerk
Lijsbeth laat zich niet ontmoedigen door trieste verhalen. Zij wil alles doen om haar zoon te redden. Tientallen mensen verklaren zich bereid haar te helpen. Sommigen met 2 of 3 gulden, anderen met 10, 20 of zelfs 25 gulden. Onder de gevers zijn bekende Delftenaren, zoals Anthony van Leeuwenhoeck en organist Dirk Scholl. Ook de Lutherse predikant Jacobus Hoving staat in haar boekje. Als hij vergaderingen in andere steden bezoekt, neemt hij het mee om fondsen te werven. Zo treffen we zijn collega’s Jacobus Velten uit Leiden en Johan Christof Schönberg uit Rotterdam onder de intekenaars, elk met een aantal stadgenoten. Dit doet vermoeden dat Lijsbeth Luthers is en in een noodgeval als dit kan aankloppen bij geloofsgenoten, ook in andere steden.

Het lange wachten
Vier jaar later, op 13 juli 1697, krijgt Lijsbeth van de burgemeesters toestemming om het geld te gaan ophalen. Kennelijk is er onderhandeld en is er uitzicht op vrijkoop. Zij gaat weer op pad met haar boekje, langs alle mensen die geld hebben toegezegd. Dat valt niet altijd mee, want sommigen zijn verhuisd of overleden. Maar op 24 juli levert zij de eerste portie van ongeveer 100 gulden in bij de stadssecretaris. Die zal het beheren en te zijner tijd overhandigen aan de onderhandelaars. Tot 9 november draagt zij zo’n 750 gulden af, waarna het stadsbestuur er 100 gulden bij doet.
En dan begint het wachten op het bericht dat het losgeld kan worden geruild voor de gevangene. Maar het blijft stil, maandenlang, zelfs jarenlang. Tot uiteindelijk in 1702 het bericht komt dat Anthony is overleden. Waar het misging, is onduidelijk. Hoe hard de klap is voor Lijsbeth, laat zich raden.

Geld terug
Nu het geld niet meer nodig is voor de vrijkoop van Anthony, moet het worden teruggegeven aan de schenkers. Velen hebben het gelukkig zelf niet nodig: er zijn 25 briefjes bewaard van mensen die de burgemeesters verzoeken om het geld aan Lijsbeth te geven. De afwikkeling neemt nogal wat tijd in beslag. Pas in 1705 tekent predikant Hoving voor de ontvangst van 166 gulden en 13 stuivers om aan Lijsbeth te overhandigen. De stad legt er 25 gulden bij – misschien de rente die het geld heeft opgeleverd in de periode dat het is beheerd door de secretaris. De rest wordt teruggegeven aan de schenkers, die een kwitantie voor ontvangst moeten tekenen. Daarvan is er slechts één bewaard, van François Bogaert. Hij had ingetekend voor 25 gulden, het hoogste bedrag, maar bij nader inzien kon hij het kennelijk toch niet missen.

Download de laatste krant!

Energieweg 3
2627 AP Delft

T: 015 - 214 39 12

Meer berichten
 
CustomHtml_1