Foto vroeger: Will Lutz en Germaine voor Galerie de Fiets
Foto vroeger: Will Lutz en Germaine voor Galerie de Fiets Foto:

Het Delft van Toen: Will Lutz

Algemeen

DELFT – Will Lutz is galeriehouder, verhalenverteller, cabaretier op een baluwe maandaf — en vooral: een man met een passie voor kunst en mensen. Al meer dan vijftig jaar runt hij zijn galerie aan de Oude Delft, en dat begon allemaal met een lege ruimte, geen toilet en een kop koffie in het Wapen van Delft.

Door: Doris Steijger

De geboorte van Mojo
‘Ik ben een echte Delvenaar,’ zegt Will. ‘Geboren op het Oostplantsoen. Nooit uit Delft weggegaan. Waarom zou ik? Alles wat ik nodig heb, is hier.’ Opgegroeid in een groot gezin met negen kinderen, ontdekte Will zijn creatieve pad in de jaren zestig. Op de Sociale Academie in Den Haag ontmoette hij Berry Visser. ‘Berry kwam op een dag naar me toe en zei: ‘Ik wil een cabaretgroep beginnen. Doe je mee?’ Natuurlijk zei ik ja.’ Tijdens een tramrit bedachten ze de naam van hun groep. ‘Ik had net een singeltje gekocht: Got My Mojo Working van Muddy Waters. Mojo – ik wist niet wat het betekende, maar het klonk goed. En zo begon het.’

De groep repeteerde in het huis van de moeder van Wills vriendin Germaine, met wie hij uiteindelijk zijn leven zou delen. Al snel volgde een zoektocht naar een pand. Ze vonden een leegstaand pakhuis genaamd De Flappoort aan de Voorstraat: geen water, geen wc, geen verwarming. ‘Maar we dachten: leve de vrijheid! ’s Ochtends wasten we ons in een café op de markt. De eigenaresse gaf ons zelfs gratis koffie. Ze had allang door dat we twee zwervertjes waren.’

Van cabaret naar kunst
Vanuit dat vrije bestaan groeide De Flappoort uit tot een levendige plek voor muziek en tentoonstellingen. Toen hun aandacht verschoof naar beeldende kunst, zochten Will en Germaine een nieuwe plek — en vonden die aan de Binnenwatersloot, waar ze onder de naam Galerie de Fiets verder gingen. ‘Waarom de Fiets? We wilden laagdrempelig zijn,’ aldus Will. ‘Een Frans vriendinnetje zei: als ik iets Hollands vind, dan is het wel een fiets. En ik dacht: ja, waarom ook niet?’ Door conflict met de huisbaas moesten ze opnieuw verhuizen. ‘De situatie werd echt gevaarlijk,’ vertelt Will. ‘We zijn zelfs een keer door de politie met getrokken pistolen bevrijd uit het huis. De deur naar de zolder was dichtgetimmerd.’ Ze kwamen terecht aan de Oude Delft.

Van Fiets naar Lutz
In de jaren tachtig besloten Will en Germaine te gaan studeren. Hij koos voor kunstgeschiedenis in Leiden, zij voor Nederlands. ‘We waren beiden 35, studeerden voltijd, mét de galerie erbij. Het waren tropenjaren, maar wat hebben we genoten.’ Germaine werd lerares op een Daltonschool, trok zich meer terug uit de galerie. ‘Maar ze bleef altijd kritisch. Ze had een feilloos gevoel voor taal en smaak. En ze zag er beeldschoon uit. De kunstenaars kwamen graag koffie bij haar drinken.’ Hoewel de galerie floreerde, begon de naam ‘De Fiets’ steeds vaker vragen op te roepen. ‘Op een beurs vroeg een Italiaanse galeriehouder: wat betekent dat? Toen ik zei: ‘Fiets’, keek hij me aan of ik gek was. Toen was het klaar.’ Ze kozen voor ‘Lutz’. Simpel, krachtig. ‘En grafisch mooi. Iedereen weet meteen: dat is een naam.’

Een huis vol kunst en verhalen
Will vertelt met plezier over de vele kunstenaars die hij in de galerie ontving. Over de installaties van Simone van den Heuvel, compleet met vrachtwagens vol zand en waterpompen in de galerie. Experimentele keramiek van de Porseleinen Fles, grafische hoogstandjes en experimentele installaties. En dan zijn er de bezoekers: De man op klompen die altijd aan het olijfboompje voor de deur schudde. De mysterieuze Boris-Karloffachtige figuur die alleen maar ‘Water. Meer water!’ zei. En natuurlijk mevrouw Henneveld, die met haar handen in de kaasblokjes graaide. ‘In 1969 begon ik. Dat maakt mij de oudste galerie in hedendaagse kunst in Nederland.’ Later werd de galerie rustiger. ‘Ik ben geen bedrijf meer. Het is nu een huisgalerie. Mijn ruimte stel ik beschikbaar aan kunstenaars die ik zelf kies. Vijf, zes tentoonstellingen per jaar. Dat is genoeg.’ En dan kijkt hij even op, zijn ogen glanzen ondeugend. ‘Maar ach, wat je allemaal meemaakt als galeriehouder…’

Foto nu: Will Lutz in de Galerie Lutz