Foto nu: Wim Gravendeel
Foto nu: Wim Gravendeel Foto:

Het Delft van Toen: Wim Gravendeel

Algemeen

DELFT – In september 1970 arriveerde Wim Gravendeel als zeventienjarige jongen in Delft om elektrotechniek te studeren aan de Technische Hogeschool, nog niet omgedoopt tot TU. Hij liep tussen de studenten met coltruien, corduroy broeken en afgetrapte suède schoenen. Hij at regelmatig op zijn vereniging, waar bloemkool met paprikapoeder werd geserveerd. Een typisch jarenzeventigstudentenleven.

Door: Doris Steijger

Wim groeide op in Rotterdam-Zuid en later in Rhoon en Den Briel. ‘Het was wennen, steeds verhuizen, vriendjes verliezen. Maar we hadden een huis met een tuintje, een garage… het was goed.’ Opgroeiend in de jaren vijftig en zestig was de nasleep van de oorlog nog voelbaar. ‘Mijn vader werd in de oorlog als dwangarbeider naar Hamburg en later Riga gestuurd. Hij heeft de Razzia-Rotterdam van ‘44 overleefd. Hij praatte er nooit over, maar je merkte het wel aan hem.’

Vanuit Den Briel op de Puch
Zoals veel studenten in die tijd was Wim de eerste uit zijn familie die ging studeren. Zijn ouders kwamen uit arbeidersgezinnen en verhuisden in de jaren dertig van de Hoeksche Waard naar Rotterdam voor werk. ‘Mijn vader werkte als kraanmachinist in de haven,’ vertelt Wim. ‘Hij wilde vroeger naar de HBS, maar dat mocht niet van zijn vader.’ De kans die Wim wél kreeg, nam hij met beide handen aan, al zou zijn studie geen rechte lijn volgen.

De eerste weken reisde hij dagelijks met zijn brommer, een Puch, vanuit Den Briel richting Delft. In het begin van de jaren zeventig pruttelden talloze Puchs door de straten van Nederland, vaak met jongens van een jaar of zeventien achter het stuur, met haar net iets te lang en een leren jack. De Puch zelf – met zijn laaghangend stuur, het trage tweetaktgeluid en het beetje trillerige motortje – was allesbehalve snel, maar het bracht Wim naar zijn bestemming. ‘Het was een tocht van jewelste,’ zegt hij. ‘Dat heb ik twee maanden volgehouden.’

Het studentenleven
Zijn introductie in het studentenleven verliep anders dan tegenwoordig. In plaats van een OWee was er in 1970 slechts een tweedaagse kennismaking. Wim bezocht enkele studentenverenigingen, maar voelde zich nergens echt thuis – tot hij bij DSB kwam. ‘Het Studentencorps vond ik niks. Dat was voor advocaten en dokters. Ik had geen stropdas aan, geen jasje. DSB was meer voor de gewone man.’

Wim werd lid van het ‘jaarcollege’ dat zich ROVO noemde – een afkorting van ‘Het Roze Veronder’, een bordeel op het schip The Mayflower, bedacht door een Amsterdamse medestudent. ‘Het was een beetje ondeugend, maar ook grappig,’ lacht Wim. Binnen het ROVO-college maakte hij hechte vriendschappen en werd hij redactielid van hun eigen tijdschriftje, de ROVAAL. ‘We maakten die krantjes met de stencilmachine. Zelf typen, doordrukken en uitdelen.’

De Apple II
Na een jaar stapte hij over van elektrotechniek naar wiskunde. ‘Ik had al snel een hekel aan praktica,’ zegt hij. ‘Ik was meer theoretisch aangelegd.’ Uiteindelijk heeft hij twaalf jaar lang gestudeerd - nu ondenkbaar, maar toen kon het. Na zijn studie werkte Wim kort in het onderwijs, waar hij een tijd computerles gaf op het Christelijk Lyceum Delft. ‘Dat was begin jaren 80, de tijd van de Apple II.’ De Apple II was in de jaren ‘80 een venster op de toekomst - een beige, plastic kast met een knarsende floppydrive en een monochroom scherm, waarop knipperende cursors en eenvoudige tekstregels verschenen. Voor veel leerlingen was het hun eerste kennismaking met een computer. De computers stonden in een apart lokaal, met kabels over de vloer en een gezoem dat constant op de achtergrond bleef. ‘Het was een compleet nieuwe wereld, vol mogelijkheden, maar ook vol vragen.’ Een groot contrast met de middelbare scholieren die tegenwoordig met hun nieuwste Apple MacBook in de les zitten.

Foto vroeger: Wim (rechts voor) met zijn jaarclubgenoten voor DSB