Foto vroeger: Vader Kees werkend in 't Postkantoor (2e rechts)
Foto vroeger: Vader Kees werkend in 't Postkantoor (2e rechts)

Het Delft van Toen: Kees Elgershuizen

Algemeen

DELFT- Toen Kees Elgershuizen in 2003 samen met zijn vader een reis maakte naar Zuid-Afrika, had hij niet kunnen vermoeden dat dit het begin zou zijn van een zoektocht die zijn leven zou veranderen. Zijn vader, een man van zwijgzaamheid als het ging over de Tweede Wereldoorlog, liet slechts flarden los. Wat volgde, jaren na diens dood, werd een diepgravend schrijfproces dat uitmondde in een indrukwekkend boek: Vooruit kijken.

Door: Doris Steijger

Kees is het zesde kind, geboren in 1963, lang na de oorlog. Zijn vader had na de oorlog een gezin opgebouwd en een nieuw leven begonnen. Maar de schaduwen uit het verleden bleven hangen. ‘Mijn vader kon nooit praten over de oorlog,’ vertelt Kees. ‘Hij had maar een paar dingen verteld, en voor de rest alleen luchtige anekdotes. Maar je voelde als kind: hier zit meer achter.’

Het begin
Na het overlijden van zijn vader begon Kees zich te verdiepen in diens verleden. Hij herinnerde zich een mysterieus kistje dat altijd gesloten bleef. ‘Mijn broer Jan had het nog. En onderin dat kistje lagen documenten, zoals zijn eerste paspoort en het adres in Duitsland waar hij als dwangarbeider moest verblijven.’ Wat begon als een zoektocht naar antwoorden voor de familie, groeide uit tot vier jaar intensief onderzoek. ‘Ik dacht: ik schrijf een pdf’je voor de familie. Maar ik kon hem geen eer aandoen met een mailtje. Die man heeft zoveel meegemaakt.’ Zijn vader werkte tijdens de oorlog bij ‘t Postkanoor in Delft, een plek die hem aanvankelijk vrijstelde van uitzending. Toch werd hij opgeroepen. Kees legt uit waarom onderduiken geen optie was: ‘Als hij dat had gedaan, hadden de Duitsers zijn vader opgepakt. Dan zaten mijn oma, twee zussen en broertje zonder inkomen.’

In Duitsland
Zijn vader werd dwangarbeider bij de Deutsche Post – een voorrecht in vergelijking met het lot van velen die in kampen moesten werken. ‘Maar ook daar was het levensgevaarlijk,’ zegt Kees. Tijdens een bombardement overleefde zijn vader ternauwernood de hel. ‘Hij rende naar een station om te schuilen. Een bom sloeg achter hem in en door de luchtdruk werd hij dertig meter weggeslingerd. Tot zijn verbazing had hij geen scherf in zijn lijf. Toen besloot hij: ik vlucht. Als ik hier blijf, wacht ik op mijn dood.’

Die vlucht – een gevaarlijke onderneming waarbij hij te voet de grens overging – was het begin van een dertien maanden lange onderduikperiode. ‘Dertien maanden waarin je niet bestaat. Met een valse identiteit. Hele dagen niks doen, maar 24 uur per dag bang zijn verraden te worden.’ Na de oorlog werd zijn vader, net als veel teruggekeerde dwangarbeiders, met argwaan ontvangen. ‘Hij werd verhoord alsof hij een halve oorlogsmisdadiger was. In plaats van erkenning kreeg hij wantrouwen.’ Dit gebrek aan erkenning, stelt Kees, verklaart waarom zoveel dwangarbeiders hun kinderen niets vertelden. ‘Ze hadden zwijgende ouders. Die verhalen zijn nooit verteld.’ Voor Kees werd het schrijven meer dan alleen geschiedschrijving; het werd een manier om zijn vader te begrijpen. ‘Ik ben hem op een andere manier gaan kennen. Zijn trauma’s vielen op hun plaats. Bijvoorbeeld toen we in mijn jeugd de Maastunnel inreden en hij ineens zei: ‘Ik moet eruit.’ Hij kreeg een herbeleving.’

Het boek
De titel - Vooruit kijken - verwijst naar het levensmotto van zijn vader. ‘Achteruitkijken deed hij niet meer. Dat was te eng. Alleen ‘s nachts, in zijn dromen.’ Het boek is opgebouwd als een historische roman, geschreven vanuit de beleving van zijn vader. ‘Ik schrijf in de tegenwoordige tijd, met dialogen zodat je in zijn huid kru. Alle feiten, data en plaatsen zijn dubbel gecheckt.’ Kees publiceerde het boek in eigen beheer, via zijn website vooruitkijken.eu, tegen kostprijs. ‘Ik wil er niets aan verdienen. Ik wil alleen dat het verhaal van mijn vader eindelijk gehoord wordt.’ En dat gebeurt: boekhandels in Delft omarmen het, musea tonen interesse en het Nationaal Archief heeft het opgenomen.

Foto nu: Kees Elgershuizen voor 't Postkantoor