
Het Delft van Toen: Ron Stuurman
AlgemeenDELFT – In 1977 arriveerde Ron Stuurman in Delft als eerstejaars student scheikunde. Als Amsterdamse jongen was het even wennen in Delft. Hij liep daarom mee met de OWee om zo de stad te leren kennen. Uiteindelijk kwam hij bij de Delftsche Studenten Bond (DSB) terecht, waar hij een rijke studententijd heeft gehad.
Door: Doris Steijger
‘Ik kwam uit Amsterdam-Noord, niet bepaald de meest verheven plek van de wereld,’ vertelt hij met een grijns. Zijn eerste kennismaking met het Delftse studentenleven liep niet bepaald op rolletjes. ‘Ik had een enerverend bezoek afgelegd aan het studentencorps. We zijn daar nog net niet de tent uitgegooid.’ Een toevallige ontmoeting leidde hem naar DSB, een plek die zijn studentenleven blijvend zou vormgeven. ‘Ik sprak hier iemand die vol enthousiasme stond te vertellen, en al snel besloot ik erbij te gaan.’ Vanaf dat moment was Ron een actief lid én vond hij langzaam zijn plek binnen de vereniging. De vereniging had nog een typische jaren 60-sfeer. ‘Visnetten, macramé-lampkappen, echt een donkere kroeg in de kelderbar, jarenzestigstijls.’ In de bovenzalen zag het weer anders uit. ‘Er stonden leestafels met banken, de krant lag er, tijdschriften. Het was een beetje een huiskamersetting. Dat sprak me aan.’
Studie en vrijheid
Rons studie liep niet volgens een strak plan – en dat hoefde ook niet. ‘Ik heb er negen jaar over gedaan. Twee jaar over mijn P1, een jaar over P2, en de rest zoals het uitkwam.’ Die flexibiliteit was kenmerkend voor de tijd. ‘Er waren vier tentamenmomenten per jaar. Als je een keer ziek was, deed je het gewoon later. Geen bindend studieadvies. Studiefinanciering kon wat streng zijn, maar over het algemeen kon je je eigen pad volgen. Heel anders dan hoe het nu voor studenten is.’
Bestuursjaar
Enige vertraging in zijn studie liep Ron onder andere op doordat hij in 1982 bestuurslid werd. Dat jaar werd historisch voor de DSB: het bestuur van Ron week af van traditie. ‘We hadden de eerste vrouwelijke president van de vereniging, Everdien Breken. Dat was echt een unicum. Sommige mensen liepen hier nog rond met het idee dat een vrouw geen president kon zijn.’ Ron en zijn medebestuurders besloten ook het bestuursmodel gelijkwaardiger te maken. ‘In plaats van apart naar binnen te treden, deden wij dat met z’n achten samen.’
Er waren ook rivaliteiten, vooral met andere verenigingen. Een incident met Unitas Utrecht liep uit op een kleine veldslag. ‘We kwamen daar aan en de deur was op slot. Toen zijn we met een fietsenrek op de deur gaan beuken. Precies op het moment dat iemand hem opendeed, vlogen we naar binnen.’ Later haalde DSB een stunt uit door de poort van Virgiel dicht te metselen, waarop Virgiel de ingang van DSB met zand heeft volgegoten. ‘We hebben veel gelachen in die tijd.’
Sfeer
Ron zag de vereniging veranderen gedurende zijn negenjarige lidmaatschap. ‘Toen ik binnenkwam, was het allemaal wat vriendelijker, wat idealistischer. Maar aan het eind, rond ‘85-’86, zag ik de verruwing weer terugkomen. Dat vond ik jammer.’ Wanneer hij nu de vereniging binnenloopt, voelt het meer als vanouds: ‘De sfeer is toch wel weer terug. Het uiterlijk is anders - alles is kaal, het biljart is weg - maar de gemoedelijkheid is er nog.’ Wat Ron wel opmerkelijk vindt, is de kleding. ‘In mijn studententijd waren het maar enkelen die “jasje-dasje” rondliepen. Het was veel gebruikelijker om in een T-shirt te komen borrelen. Nu zie je het jasje-dasje weer bij de meerderheid,’ vertelt hij. Niet alleen zijn studie en bestuursjaar waren vormend. Ook de liefde vond Ron via DSB. ‘Mijn vrouw heeft hier ook bij gezeten.’ Dat kwam vaak voor bij de vereniging. ‘Het is echt een koppelclub,’ lacht hij. ‘Er zijn heel wat stelletjes hier ontstaan.’ Terugkijkend beschouwt Ron zijn tijd bij DSB als een belangrijke ontwikkeling. ‘Ik was gewoon een boerenjongen uit Amsterdam-Noord. Ik heb er echt veel van geleerd, en bovenal: ik heb me uitstekend geamuseerd.’








