
Het Delft van Toen: Tuti Loriaux
AlgemeenDELFT – Dit verhaal begint niet, zoals gebruikelijk, in onze vertrouwde stad Delft. Deze keer beginnen we aan de andere kant van de wereld, in Indonesië. In dit tropisch paradijselijke land bracht Tuti Loriaux haar eerste kinderjaren door. Later vertrok ze naar Nederland. Uiteindelijk kwam Tuti in Delft terecht, waar ze nu al meer dan vijftig jaar woont.
Door Doris Steijger
Tuti herinnert zich nog goed hoe het voelde om als jong meisje haar geboorteland Indonesië te verlaten. Het was een tijd van politieke spanningen, waarin de Nederlands-Indische gemeenschap niet langer welkom was in Indonesië. ‘We moesten wel,’ zegt ze. ‘De Indonesiërs hadden een hekel aan de Hollanders, en wij, de Indo’s, stonden aan hun kant. Dat maakte het leven daar moeilijk.’
In 1960 arriveerde ze, negen jaar oud, samen met haar familie in Nederland. ‘Vanaf de boot verspreidde iedereen zich door Nederland. Wij kwamen terecht in Limburg. Mijn vader had daar werk, later gingen de mijnen dicht,’ vertelt Tuti. ‘Dus moest mijn vader opnieuw een keuze maken. Dat werd Delft.’
Naar Delft
In Delft kreeg haar vader een baan bij de Gist- en Spiritusfabriek, een belangrijke werkgever in de stad destijds. De verhuizing markeerde een nieuw hoofdstuk voor het gezin, maar ook een kans voor Tuti om de stad te ontdekken. ‘Ik was achttien toen ik in Delft kwam wonen,’ vertelt ze. Uiteindelijk groeide Delft uit tot de stad waar Tuti het grootste deel van haar leven zou doorbrengen. In de jaren dat Tuti in Delft woonde, zag ze de stad veranderen. ‘Toen we hier net kwamen, was het veel kleiner. Er waren nog geen grote winkels zoals nu,’ zegt ze. ‘Een groot deel van Delft bestond toen uit weilanden.’
Uitgaan
Als jongvolwassene ontdekte Tuti de levendige straten van Delft. Een van haar favoriete plekken was de buurt rond de Molenstraat, waar destijds gezellige kroegen en kleine winkels het straatbeeld bepaalden. ‘Ik liep vaak langs de Verwersdijk en bezocht de lokale winkels zoals de slagerij Van Dam en Sosef, de drankwinkel op de hoek,’ herinnert ze zich. ’s Avonds bracht ze tijd door met vrienden in bekende cafés zoals De Bolk, waar ze urenlang konden kletsen en lachen. ‘Ik vond het geweldig om uit te gaan,’ vertelt ze met een glimlach. ‘Mijn vriendinnen zeiden dan: “Toet, ga je mee naar Lorre of Staminee?” Veel Delftse studenten ontmoetten we daar ook.’
Werken in de zorg
Tuti’s werkzame leven bracht haar ook bijzondere ervaringen. Ze werkte jarenlang in de ouderenzorg. Ze haalde veel plezier uit haar werk en het omgaan met haar collega’s en patiënten. Soms was haar werk ook wel lastig, vertelt ze: ‘Een patiënt, hij was een beetje opstandig,’ vertelt ze lachend. ‘Hij liep naar de kelder en wilde niet meer terug. Toen ik hem vroeg mee naar boven te gaan, beet hij mij! Ik zei toen: “Niet zo ondeugend doen”. Uiteindelijk heb ik hem toch weer boven gekregen.’
Hoewel Tuti nu op leeftijd is, geniet ze nog altijd van de kleine dingen. Ze kookt, praat graag met haar kleinkinderen en vertelt hen over vroeger. Ze is trots op haar Indonesische roots, maar heeft ook Nederland in haar hart gesloten. Haar liefde voor de Indonesische keuken komt vaak naar voren in haar verhalen. Tuti leerde veel van haar moeder en kookte later met haar eigen kinderen en kleinkinderen. ‘Bami, nasi, rendang... mijn kleinkinderen zijn er dol op,’ zegt ze trots. ‘En alles maak ik zelf. Zelfs de kroketten en loempia’s.’
Heeft u een mooi verhaal over het Delft van toen? Of kent u iemand met een mooi verhaal? Mail naar doris@delftopzondag.nl








