Foto toen: Peter en Joke op jonge leeftijd
Foto toen: Peter en Joke op jonge leeftijd

Het Delft van Toen: Peter van Leeuwen

Algemeen

DELFT - Midden in het oude Delftse centrum, in een van de kleinste straatjes, of eigenlijk steegjes, groeide Peter van Leeuwen op. Als echte Delvenaar heeft hij bij een van de bekendste begrippen in Delft gewerkt, namelijk de Visbanken.

De Vissteeg
Peter, een geboren en getogen Delvenaar, begon zijn jeugd in de Vissteeg, een van de smalle straatjes van Delft die tegenwoordig de ‘Visstraat’ wordt genoemd. ‘Ik vind het zo belachelijk dat ze dat tegenwoordig straat noemen,’ zegt hij lachend. ‘Hij is maar drieënhalve meter breed, dat is toch echt een steeg?’

Het wonen in de Vissteeg betekende dat alles dichtbij was: ‘Je had aan de ene kant alle winkels en aan de andere kant de kleuterschool op de Voorstraat. Alles was op loopafstand. Delft was toen heel dorps.’ Vanaf zijn tiende liep hij zelf naar de winkel om boodschappen te doen voor zijn moeder. ‘Met een lijstje ging ik naar de winkel, die gaf ik aan de medewerker die alles voor mij pakte. Met twee volle boodschappentassen liep ik naar huis; betalen deed mijn moeder later.’ Wat hij vooral niet mist aan die tijd, zijn de lange rijen in de winkels. ‘Ik moest soms wel een half uur wachten voordat ik geholpen werd, zo druk was het. Ik weet nog een keer dat het zo druk was dat iemand gewoon flauwviel.’

Als jongste in een gezin van oudere kinderen was het spelen voor Peter soms een uitdaging. ‘Veel van de jongens waren rond de tien, twaalf jaar, terwijl ik nog maar vijf of zes was,’ zegt hij. ‘Dan wilden ze liever niet dat ik meespeelde.’ Maar ook zonder moderne speelplekken of speciale voetbalvelden wist Peter zich te vermaken. ‘Dat heb je tegenwoordig allemaal wel, met die mooie veldjes, maar wij moesten creatiever zijn.’

Aan ’t werk
Op vijftienjarige leeftijd startte Peter zijn officiële werk bij TNO, hoewel hij daar niet veel zin in had. ‘Dat was niet echt mijn keuze, maar ja, mijn moeder wilde het,’ lacht hij. Zijn moeder zag waarschijnlijk meer toekomst in een baan bij een wetenschappelijk instituut, maar Peters hart lag bij de viswinkel. ‘Mijn moeder was daar niet zo blij mee. Ze vond het werken bij de visboer niet echt een baan met status.’

Toch bleek het werk bij de visboer een gouden zet. ‘Het mooiste werk wat je kan doen,’ aldus Peter. Zijn vaste werkplek in het hart van Delft bood hem een mooie tijd. ‘De Grieken kwamen altijd voor vis, wij voorzagen alle Griekse restaurants in Delft.’ Ook het oude Sint-Joris bestelde met regelmaat grote hoeveelheden vis. ‘Soms moesten we wel 600 visjes bakken, dat betekende vroeg opstaan en heel hard werken.’

Liefde op jonge leeftijd
In Delft ontmoette Peter zijn vrouw, Joke, met wie hij inmiddels al meer dan vijftig jaar getrouwd is. ‘We leerden elkaar kennen op een dansavond van de Simonschool,’ herinnert hij zich. Ze waren jong, en het was een andere tijd waarin men elkaar beter leerde kennen in lokale verenigingen of op dansavonden. ‘Ik was eigenlijk eerst met iemand anders aan het dansen,’ vertelt Joke. ‘Toen mijn danspartner even weg was, kwam Peter snel. Hij is ook niet meer weggegaan,’ lacht ze. Niet veel later, in 1971, trouwde het paar.

Het eerste huis: een grote klus
Na hun huwelijk vonden Peter en zijn vrouw een huis in de binnenstad aan de Zuiderstraat, hoewel dit geen simpele aankoop was. ‘We moesten alles zelf regelen. Er was geen douche, en als je naar de wc moest, deden we eerst het licht aan zodat de beesten wegvluchtten.’ Het huis zat vol met gebreken. Peter en Joke hadden hun handen vol aan het huis. ‘De muren waren zo dun dat je de buren letterlijk kon horen praten,’ vertelt Peter. ‘De schoorsteen is een keer naar beneden gedonderd; het huis stond toen op z’n grondvesten te schudden.’ Na veel hard werk en verbouwingen is het huis toch een pareltje geworden, waar Joke en Peter met veel plezier hebben gewoond.

Foto nu: Peter en Joke nog altijd even gelukkig samen