
Het Delft van Toen: Ben Herman
AlgemeenDELFT - Ben Herman, geboren en getogen in Delft, heeft zijn leven in de stad zien veranderen op manieren die hij zich als kind nooit had kunnen voorstellen. Van een jeugd vol straatspelen en saamhorigheid tot een lange carrière als buschauffeur, hij herinnert zich de veranderingen in Delft en de impact van de tijd op zijn werk en dagelijks leven.
Door: Doris Steijger
Toen Ben opgroeide aan de Parallelweg, zag dit plekje in Delft er nog heel anders uit. ‘Toen waren er nog sportvelden aan het einde van de Parallelweg,’ vertelt Ben. De stad had destijds een heel ander aanzicht; moderne infrastructuur zoals de Irenetunnel bestond nog niet. Die tunnel werd pas aangelegd toen hij vijf jaar oud was, waarna sportvelden moesten wijken en een transportbedrijf het terrein overnam. ‘Wij woonden toen op het buitenste randje van Delft, nu is het helemaal tot aan Den Hoorn volgebouwd,’ merkt hij op. ‘Als mijn ouders nu terug zouden komen in Delft, dan is het een compleet andere wereld voor ze geworden.’
Opgroeien in Delft
In zijn jonge jaren verhuisde Ben met zijn familie naar de Hoochehouckstraat, waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbracht. Hij bezocht de Bernhardschool en groeide op in een nieuwbouwwijk. ‘Ik ging naar een katholieke school. Daar mocht je vroeger niet met links schrijven, wat voor mij onhandig was omdat ik linkshandig ben. Met mijn hand op mijn rug gebonden moest ik leren schrijven.’
Ben deelt ook enkele verhalen over ondeugende streken die hij buurtgenoten zag uithalen. Zo hadden ze een strenge buurvrouw die ‘op iedereen liep te mopperen.’ Op een dag hadden wat oudere jongens een touwtje met een sneeuwbal aan haar deur bevestigd. ‘Als ze het touwtje trok, rolde die sneeuwbal naar binnen,’ lacht hij.
Als buschauffeur
Na zijn diensttijd in Duitsland werkte Ben enkele jaren als vrachtwagenchauffeur voordat hij uiteindelijk als buschauffeur begon. Deze baan zou hij 38 jaar lang trouw blijven. ‘De eerste jaren was het hartstikke leuk werk,’ vertelt hij. Maar naarmate de busmaatschappijen zich meer op winst richtten, begon de werksfeer te veranderen. ‘Tegenwoordig is het alleen maar rijden, rijden, rijden, met weinig pauzes,’ zegt Ben. De gezellige pauzes met collega’s werden steeds zeldzamer, en het werk werd minder persoonlijk.
De introductie van commerciële busbedrijven had grote gevolgen voor de werkdruk en de sfeer. ‘We hadden nog tijd om een ritje te rijden met rust na iedere rit,’ vertelt Ben over de vroegere, gemoedelijke sfeer. Hij herinnert zich hoe collega’s elkaar ontmoetten op de Veste, waar zes bussen tegelijk stopten. ‘Passagiers brachten soms ijs mee in de zomer voor ons. Het duurde ook altijd even voordat ik alle kaartjes klaar had, toen betaalde iedereen nog contant in de bus. Het was een gezellige bende,’ zegt hij nostalgisch.
Hoewel het werk verzwaarde door de nieuwe bedrijfscultuur, had Ben een leuke tijd. Hij werd zelfs leermeester en trainde nieuwe chauffeurs in de tijd voordat de navigatiesystemen hun intrede deden. ‘Toen ik begon, moesten we 72 verschillende lijnen uit het hoofd leren,’ legt Ben uit. Het vereiste nauwkeurigheid en kennis van de regio om routes van het hele Westland tot Utrecht te kunnen rijden. Tegenwoordig is de training minder intensief en vertrouwen nieuwe chauffeurs op GPS-systemen, wat volgens Ben een groot verschil maakt.
Veranderende tijden in Delft
Ben heeft de stad Delft in de loop der jaren drastisch zien veranderen. ‘Vroeger hingen de touwtjes uit de brievenbussen en kende iedereen elkaar.’ Deze veranderingen laten volgens hem zien hoe Delft van een hechte, bijna dorpse stad is uitgegroeid tot een modernere, maar soms ook anoniemere plek. Als buschauffeur reed hij toen nog over de grachten naar de Markt. ‘Ook op de donderdagmarkt reed ik gewoon met de bus de Markt op, dat kan je je nu niet meer voorstellen hè.’








