Wil Steffen zette punt achter kwart eeuw politiek, ze speelt nu weer elke dag piano
AlgemeenDELFT – Onlangs zette Wil Steffen een streep onder haar niet geringe politieke bezigheden. Op een maand na 25 jaar was ze actief ten bate van de VVD en in de Delftse Gemeenteraad. "Zó lang is helemaal nooit de bedoeling geweest".
Wil Steffen ("Steffen is in Zwitserland een naam zoals Jansen hier") is geboren en (tot haar éénentwintigste) getogen in Schiedam. Via Leidschendam en Doetinchem belandde ze in 1967 in Delft. Na de HBS-B was ze graag naar de Toneelschool gegaan. "Maar daar was geen geld voor. Ik kwam uit een arm gezin". Dat ze HBS-B deed noemt ze 'een negatieve keuze'. Want: "Ik had, en nóg, een verschrikkelijke hekel aan boekhouden en financiën. Natuur- en Scheikunde gekozen vond ik wel leuk. Wat ik op de HBS geleerd heb? Logisch denken. En omgaan met mannen. We hadden een klas met twee meisjes en vijfendertig jongens. Mannen zijn voor mij gewoon mannen, daar zit geen enkele bijbedoeling bij". Na de HBS ging ze MO-Nederlands studeren. En werken, bij een notariaat. "Ik dacht: Als ik 21 ben, ga ik alsnog naar de Toneelschool".
Maar toen ze 21 was, was ze ook getrouwd. "Ik kwam m'n man tegen. Hij was een stuk ouder. Hij dacht dat ik acht jaar ouder was, ik dacht dat hij acht jaar jonger was. Toen we trouwden, was ik 21 en hij 39. Nee, daar heb ik nooit spijt van gekregen. Mijn man is een beetje vroeg gestorven, helaas. Ik ben al 22 jaar weduwe".
-Went dat ooit?
"Jawel. Vergeten doe je het natuurlijk nooit. Maar de situatie went wel. Het is zelfs zo: mocht ik weer iemand tegenkomen, dan moet ik dat niet meer willen. Met mij valt niet meer samen te leven. Ik heb het ook veel te druk gehad met het opvoeden van de kinderen. Ik heb twee kinderen die allebei Conservatorium hebben gedaan. Ze hadden op het menselijke en het muzikale vlak begeleiding nodig".
Wil Steffen (67) groeide op in een arbeidersgezin. "Ik ben dus nièt met een gouden lepel in m'n mond geboren". Ze maakte haar studie Nederlands niet af. "Ik trouwde. In die tijd stopte je met de hele handel als je trouwde".
-Jammer?
"Nee, nee, nee. Ik kreeg kinderen. En ik ging zingen. Mijn ouders zaten op een koor in Schiedam. Ze hadden zorg en vervoer nodig. Ik bracht ze en ik haalde ze op. En ik ging ook meezingen". Ze werd, 'lekker gemaakt' door een mooie uitvoering van de Matthäus Passion, lid van de Zang- en Oratoriumvereniging Cantarella, "in Delft uiteraard". Ze zong er niet alleen het hoogste lied. "Binnen drie maanden was ik secretaris, al was ik wel vijfde keus. En binnen een jaar was ik voorzitter. Heb ik een fors aantal jaren gedaan. Ik heb er ook een jeugdkoor opgericht. En een musical gemaakt, waarin klassieke liederen waren verwerkt. We wilden zo kinderen op een speelse manier in contact brengen met klassieke muziek, dans en toneel. Ik heb toen ook de Stefanoten opgericht. Gaf ik muziekles aan kinderen van drie tot zes jaar. En ik heb kleine musicals gemaakt".
-Waar komt jouw muzikaliteit vandaan?
"Heb ik van huis uit meegekregen. Mijn moeder was lid van de Arbeiderszangvereniging in Schiedam, mijn vader van de Arbeidersharmonie, ook in Schiedam. Ik wilde graag een instrument bespelen en lessen volgen, maar daar was geen geld voor. Ik heb eerst een gitaar gekregen. Mijn vader heeft jaren niet gerookt om een eenvoudige piano te kunnen kopen. En toen heb ik, ik was, denk ik, een jaar of negen, pianoles gekregen. Drie jaar. Toen ging ik naar de HBS en dat kostte een heleboel geld. Toen was het op met de pianolessen. Heb ik me verder zelf op de piano ontwikkeld. Is best goed gegaan".
'WE LEGGEN VEEL TE WEINIG UIT IN DE POLITIEK'
Vooral de laatste vijf jaar, zegt Wil Steffen, was ze zo druk, druk, druk met de politiek dat het pianospelen erbij inschoot. En daar ga je natuurlijk niet beter van spelen. Integendeel. "Van één dag niet spelen ga je vaak al achteruit. Al dènk je wel dat je het nog kan…"
-Vind jij jezelf een goeie pianiste?
"Ik kan wel aardig pianospelen. Laat ik het zo zeggen: ik ben geen pianist, ik speel piano. Maar dat wèl op een behoorlijk niveau".
Ze heeft na haar huwelijk nooit meer 'voor geld gearbeid'. "Als mijn man me niet zo goed verzorgd had achtergelaten, had ik nooit zo veel tijd in het Raadswerk kunnen stoppen".
-Dat jij je in de politiek stortte, was dat een min of meer logische compensatie voor dat je alleen verder moest?
"Ik zat in een onderwijscommissie. Daar had ik te weinig invloed, vond ik. Ik dacht: Laat ik 't anders doen, ik word lid van een politieke partij. Je trekt een keer je mond open en je staat op een lijst. Maar ik moet eerlijk zeggen: Je moest wel wat meer doen dan een keer je mond opentrekken. Toen in elk geval wel. En ook meer dan nu".
-Je bent opgegroeid in een rood nest. Hoe kwam je dan bij de VVD terecht?
"Ik zeg altijd: Ik heb kunnen studeren vanwege de zegeningen van de SDAP en toen ik me eenmaal ontwikkeld had was ik bij het liberalisme aangekomen".
-Je bent dus niet door je opvoeding beïnvloed?
"Nee. Nou ja, misschien in die zin dat ik m'n eigen boontjes heb moeten doppen. Als ik wat wilde hebben, moest ik ervoor werken. Ik heb vanaf m'n dertiende opgepast en in winkels gestaan. Prima. Van werken word je helemaal niet slechter. Ik wil doen wat ik zelf wil en niet wat anderen voor mij verzinnen. Zo kom je al gauw bij het liberalisme uit".
-Nooit spijt van die keuze gekregen?
"Nee, nee, nee. Ik zou niet weten waar ik anders terecht zou moeten".
-Wat maakt iemand tot een echte liberaal?
"Dat is iemand die z'n eigen leven wil inrichten en die de ander vrijlaat zijn of haar leven in te richten. Maar wel mèt de zorg voor de mensen die dat echt niet kunnen. En met het aansporen van mensen die dat wel kunnen maar niet willen. Dat laatste is door veel andere partijen overgenomen. Als je kan werken moet je werken. Zelfs de SP en de PvdA roepen dat tegenwoordig. De liberalen krijgen altijd te horen: Jullie denken alleen maar aan jezelf. Nee, nee, nee. Als je ècht niet kan, zijn we er voor je".
-Het schijnt vandaag de dag mode te zijn dat politieke tegenstanders elkaar keihard aanpakken. Een goeie ontwikkeling?
"Ze zoeken het vooral in allerlei oneliners. Dan denk ik: Moet dat nou zo? Daarmee oogst je misschien wel applaus in eigen kring, maar of dat het nou moet zijn. Sorry, dat is niet mijn stijl. Wat ik wel deed, is dat ik een beetje provocerend verhaal bracht, dat ik wist dat daarop gereageerd zou worden en dat ik ook dáárop mijn antwoorden klaar had. Je kunt nu wel zien hoe bang ze voor elkaar zijn". Ze weet wel waar de damnes en heren politici hun energie beter in zouden kunnen steken. "We leggen veel te weinig uit in de politiek. De Gemeenteraad moet besluiten nemen. Maar ga ook uitleggen waarom. Men denkt te veel: als het besluit eenmaal genomen is, zijn we klaar. Dat is niet waar. En nu ga ik een stokpaard berijden. We hebben de mond vol van inspraak, inspraak en nog 's inspraak. Het nieuwe College zou ik willen meegeven: Doe aan beginspraak. Nu, met al die inspraak, blijkt niet zelden dat als een besluit eenmaal genomen is dat in tegenspraak is met wat er tijdens de inspraak is ingebracht. Op die manier krijg je dat de mensen denken: Wat zal ik nog inspreken? Dat heeft tóch geen zin. Nee, ik ben niet zo voor dat enorme inspraakveld".
'JE MOET VAN DIT STADJE HOUDEN'
Ze is, zegt ze, in de loop van die 25 politieke jaren wel 'een politiek dier' geworden. In die zin: "Als ik ergens induik, ga ik er ook voor honderd procent voor".
-Vind je dat je ook echt invloed hebt gehad?
"Door je inzet en door de manier waarop je te werk gaat, kun je invloed verkrijgen, ja. En die had ik wel. Ik heb vijf keer de College-onderhandelingen gedaan. Dan heb je wel invloed, denk ik…"
-Hoe belangrijk is ervaring?
"Als je in de politiek begint, is bestuurlijke ervaring mooi meegenomen. Later krijg je ook levenservaring. Ook belangrijk. Het is niet zo dat je binnen een jaar een volwaardig Raadslid bent. Dat is tenminste mijn opvatting. Het is een tendens om een Raadslid na vier of acht jaar naar huis te sturen. Mijn opvatting is dat je na acht jaar pas weet hoe de hazen lopen. Nee, ik ben absoluut geen voorstander van het systeem dat STIP hanteert. Dat iemand maar twee jaar meedraait. Ik pleit ervoor dat er per partij één of twee mensen zijn die wat langer meelopen. Zodat ze anderen kunnen inwerken en coachen. En je hebt ook vertrouwensfiguren nodig binnen een partij".
Ze vertelt hoe ze, 'in twee tranches, één van twintig en één van vijf jaar', bijna een kwart eeuw actief was in de Delftse politiek. Hoe ze, bijvoorbeeld, haar VVD uit de problemen hielp en fractievoorzitter werd. "Ik zei: Ik leg m'n hoofd wel op het hakblok, ik heb niks te verliezen".
-Wat is er eigenlijk zo leuk aan actief zijn in de politiek?
"Besturen is leuk. Natuurlijk, je hebt bepaalde ideeën over hoe je het wilt inrichten. Ik heb tijdens de cursus voor nieuwe Raadsleden ook gezegd: Je moet van dit stadje houden. Van daaruit ga je verder. Dan krijg je vanzelf: Dit klopt niet, dat kan anders. En daarbij breng je uiteraard je politieke visie in. Maar je gaat niet als liberaal de stad liberaler maken. Het is daarbij onvermijdelijk dat je tegen teleurstellingen aanloopt. Maar daar moet je mee leren omgaan. En zorgen dat je succes hebt".
-Je wordt gekozen door mensen die hopen en verwachten dat je in praktijk brengt wat zij willen. Hoe doe je dat?
"Je wordt gekozen door een groep mensen die dezelfde politieke invalshoek hebben. Op basis daarvan maak je voor de hele stad je afwegingen. Dat betekent dat je niet een belangenbehartiger bent, in de strikte zin van het woord. Je weegt de belangen van alle Delftenaren. En daarin weeg je je politieke visie mee".
'HET GAAT MAAR OM EEN PAAR DUIZEND EURO'
Theater de Veste, de fusie bij het Grotius College, 'het Waterdossier', Wil Steffen heeft genoeg 'wapenfeiten' waarop ze met de nodige voldoening kan terugkijken. Zoals er ook de teleurstellingen zijn waar ze het mee moet doen. Karweien die ze maar wát graag als 'af' had willen koesteren. Dat de Stadsdoelen tegen de vlakte moest, ten bate van woningbouw die er nooit kwam, "dat zit me nog steeds dwars. Zo'n mooi theater had moeten blijven. Jammer, jammer, jammer". En als ze iets zou mogen en kunnen overdoen, dan wist ze het wel. "Een ander theater, als het effe kan. En vooral een discotheek. In het nieuwe stationsgebied, met ook een congreshotel. Theater de Veste heeft een te kleine grote zaal en een niet te gebruiken kleine zaal". Ook zoiets: het winkelcentrum Van Foreestweg. "Ik heb te maken gehad met de oprichting van de winkeliersvereniging. En ervoor gezorgd dat bij het vaststellen van het bestemmingsplan een opening is geboden voor renovatie van het winkelcentrum. Dat is hard nodig".
Dat cultuur haar warme belangstelling had en heeft, dat mag geen verbazing wekken. Meer aandacht voor de amateur, minder gekruidenier met subsidies. "Een integrale aanpak", ze zou het wel weten. Maar de praktijk is, tot haar verdriet, zo anders. "Daar ben ik eigenlijk wel boos over". Neem maar de maandelijkse Burgerzaalconcerten, de Lunchconcerten in het Stadhuis. "Daarmee vang je drie vliegen in één klap. Eén: ze zijn een podium voor kleinere verenigingen die zelf geen concerten kunnen organiseren. Twee: ze zijn een podium voor talentvolle studenten van het Conservatorium. Drie: ze brengen mensen bij elkaar die niet zo veel te besteden hebben en die zo kennis kunnen maken met klassieke muziek. Mijn eigen kinderen hebben er ook profijt van gehad. Het is zó jammer dat er van jaar tot jaar gebedeld moet worden om geld voor deze concerten, omdat het zo makkelijk is om ze weg te bezuinigen. Het is een uitje voor mensen die nauwelijks iets te makken hebben. Het gaat maar om een paar duizend euro". Ze wil het wel van de daken schreeuwen: "De Gemeente zou ruimhartiger moeten subsidiëren. Geef nou 's voldoende geld. Geef garantiesubsidies. Haal bekende solisten naar Delft. Dan krijg je volle zalen. Hoef je die garantiesubsidies niet aan te spreken. En het heeft een positieve uitstraling op de koren, de toneelverenigingen, noem maar op. Dat komt ook hun niveau ten goede. Toen ik bij Cantarella wegging, had het koor 180 leden en het jeugdkoor 100. Het jeugdkoor is ter ziele, Cantarella heeft nog 80 leden. Zonde, zonde, zonde". En wat ze vooral zo jammer vindt: "We maken ons heel erg druk om de lichamelijke gesteldheid van mensen en heel weinig om de geestelijke conditie van mensen". (PB)
Download de laatste krant!
Energieweg 3
2627 AP Delft
T: 015 - 214 39 12
info@delftopzondag.nl

