Verstandelijk gehandicapten, Ans van der Valk wordt er blij van. Als het kan vooral ook in Egypte
AlgemeenDELFT – "Verstandelijk gehandicapten, het is een groep mensen waar ik blij van word". De Delftse Ans van der Valk legt haar hele ziel en zaligheid in de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Nu nog in Nederland èn in Egypte, maar als de droom van haar en haar (Egyptische) echtgenoot werkelijkheid wordt straks vooral in Egypte.
-Vanwaar dat zwak voor mensen met een verstandelijke handicap?
"Tsja, wat dat precies is, ik denk dat het dat ongeremde is bij die mensen. Dat ze dingen zonder voorbedachten rade doen, ik weet het niet precies. Het enthousiaste, niet altijd dat gekunstelde. Niet dat 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'. En dat ze geen blad voor de mond nemen".
Ans van der Valk (nog heel even 48) is 'hartstikke Delfts'. Dat vindt ze best geinig, maar om nou te zeggen dat ze er trots op is Delftse te zijn, dat zou schromelijk overdreven zijn. Niettemin: "Ik ben er wel blij om. Ik ben iemand die in een stad als Delft thuishoort. Zeker als ik dat afzet tegen de grote steden, die vind ik niet prettig. Ik vind het prettig als dingen herkenbaar zijn. Als gezichten herkenbaar zijn. Ik ben er nogal van dat ik bijvoorbeeld bij de bakker steeds dezelfde gezichten tegenkom".
Ze is 'een nakomertje'. Want: "Ik kwam twaalf jaar na m'n broer en tien jaar na m'n zus". Haar vader was Hoofd Personeelszaken bij de Gemeente Delft, welke informatie overigens niet dient ter (mogelijke) verklaring van haar status als nakomertje. "Maar met zo'n grote broer en zus was ik wèl snel groot. En hanteerde ik ook al snel een ander taalgebruik. Maar mijn moeder was, bijvoorbeeld wat het eten betreft. tegen mij wel makkelijker. Niet meer zo van 'je moet je bord leeg eten' en zo. Maar of ik verwend ben? Nee, dat is absoluut niet het geval. Al is het natuurlijk wel een voordeel dat je uiteindelijk door je grote broer en zus in de watten wordt gelegd. Nog niet eens zo zeer in de periode dat we allemaal thuis woonden, toen was het contact minimaal, maar vooral nu. Ik zie en merk dat ze me een warm hart toedragen". Lacht: "De watten zijn meer van nu dan van toen".
Na de Lagere School degradeert Ans van der Valk moeiteloos van Atheneum naar HAVO naar MAVO. "Kleine meid, grote mond. Weinig concentratie. Veel lol. Leuke dingen doen en leren ho maar. Maar ik heb de MAVO wel afgemaakt". Nee, spijt dat ze er toen vrolijk met de muts naar gooide, heeft ze niet. "Ik wist toen van voren niet dat ik van achteren leefde. Ik had geen enkele vorm van concentratie. En ook geen interesse in vakken als Geschiedenis, Aardrijkskunde, noem maar op. Maar ik ben uiteindelijk wel geworden wie ik wilde zijn. En daar ben ik heel erg tevreden mee".
Ze wist het al heel snel: "Ik wilde graag de opleiding Verpleegkundige verstandelijk gehandicapten doen. Dat vond mijn vader niet zo'n goed plan. Hij zei: Ga eerst maar 's in een ziekenhuis werken. Nou, dat was niks voor mij. Ik was heel verdrietig in zo'n uniform en binnen. Ik heb toen zelf besloten over te stappen naar de opleiding Z-Verpleegkundige. Kwam ik tóch bij verstandelijk gehandicapten. Nee, dat heb ik thuis niet gezegd. Ik ben op m'n brommertje gestapt en naar Monster gereden. Ik wilde niet naar huis terug. Hoe eerder ik daar weg was, hoe beter. Vergeet niet, ik woonde al een hele tijd alleen, zonder m'n broer en zus, thuis. Alle ogen waren gericht op Kwatta. Ik ben ook in het ziekenhuis gaan wonen". En, stelt ze zichtbaar tevreden vast: "Ik werk nog steeds in de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Daar zal ik ook nooit uitgaan".
Ze volgt ook de lerarenopleiding Docent Verpleegkundige, geeft een jaar of vier les, is Hoofd van een Kinderdagverblijf in Noordwijkerhout en gaat werken bij Craeyenburch, in Nootdorp, wat nu Ipse De Bruggen is. "Ik heb vrij veel banen gehad, meestal in de opleidingssfeer, maar ook in het bedrijfsleven. Maar het was, ook al deed ik dan met name advies- en onderwijswerk, toch vooral mensenwerk". Ze vertelt hoe ze bij Craeyenburch de mogelijkheid krijgt een manege voor verstandelijk gehandicapten op te zetten.
Ze is projectleider tijdens de bouw. "Ik ben er in totaal tien naar Locatiemanager geweest". Onder haar 'bewind' komen ook een tuinencomplex voor meervoudig gehandicapten en een boerderij voor mensen met een lichte verstandelijke handicap van de grond. "Eind 2006 heb ik ontslag genomen bij wat toen al Ipse De Bruggen was. Ik werk nu nog op projectbasis, voor periodes van twee, vier of zes maanden". De tijd dat ze niet hier aan de slag is, brengt ze door in Egypte, haar tweede vaderland. "In 2003 zijn we daar begonnen met de Foundation Ard el Amal. Land of Hope, is dat in het Engels. We zijn daar bezig met het opzetten van een dagopvang voor verstandelijk gehandicapten. Voor kinderen en volwassenen".
Ze benut haar verblijven in Nederland voor het werven van fondsen voor dat project, haar man begeleidt in Egypte de bouwactiviteiten. "We hebben een terrein van vijf hectare woestijn dat bebouwd moet worden. Daar zijn we nu dus drie-en-een-half jaar mee bezig". De plaats delict bevindt zich zo'n tien kilometer onder Luxor, "zo'n elf uur met de bus vanaf Cairo en een uur of drie vanaf de grens met Soedan". Dát ze nu hier is, tot half oktober, "voor een klus in Nieuwveen", is niet zó vreemd: "Het is in Luxor nu zó verschrikkelijk heet. In deze periode probeer ik hier vooral ook geld in te zamelen. Ik leg contacten, hou lezingen, kortom: ik probeer zo veel mogelijk binnen te halen voor de stichting. We hebben zo'n 50.000 euro nodig om de opbouwfase te kunnen afronden".
Dat valt in deze tijden van recessie niet mee. weet ze, hoe positief ze er ook tegenaan kijkt. "Het is moeilijk, ja. De laatste schenking dateert van januari dit jaar". Ze merkt het ook: "De mensen zijn wat onverschilliger geworden'. Anders gezegd: "De Nederlander is positief tolerant als z'n portemonnee vol zit. En hij wil pas maatschappelijk ondernemen als het met z'n zaak goed gaat. Nee, ik voel me absoluut geen bedelaar. Ik ben een pitbull. Die z'n tanden er inzet en die het karwei afmaakt". Ze is er, zegt ze vastberaden, 'voor meer dan 200 procent' mee bezig. "Het is een way of life". En als het niet lukt? "Dat is nog helemaal niet in me opgekomen. We hebben bewezen dat we het waard zijn. Daarom durven we het ook te doen. De mensen hebben gezien hoe we met die enorme zandbak zijn begonnen en hoe ver we nu zijn. Nee, aan de creativiteit ligt het niet".
-Hoe ben jij aan die zorg voor verstandelijk gehandicapten verslingerd geraakt?
"Ik was zestien. Ik was bevriend met de dochter van Pierre van Hauwe. Zij ging de opelding Z-Verpleegkundige doen. In Nootdorp. Ik zou haar daar een keer ophalen. Zat daar een jongetje in een rolstoel. Die aanblik was voor mij verpletterend. Ik wist het: Dit wil ik gaan doen. Ik ben gek op het verzamelen van informatie. Dat is in de gezondheidszorg erg handig. Wat zeg ik? Dat is van het allergrootste belang. Dan kun je afstemmen welke begeleiding je gaat bieden, hoe je je moet opstellen. Dat zie ik op allerlei punten terug in mijn leven. Dat was met mijn eerste reis naar Egypte óók zo. Daar had ik ook zo'n moment van: Ik ben hier nog helemaal niet klaar. Bij dat jongetje in Nootdorp wilde ik ook weten: Waarom zit jij daar? Waarom kan jij niet praten? Daar is het uiteindelijk mee begonnen". Het mooie, vindt ze: "Ik heb, later, in Nootdorp die manege opgezet. Huifkarrrijden, dat gingen we ook doen. Eén van de eerste klanten was datzelfde jongetje, maar dan als volwassen kerel".
-Hoe is het eigenlijk gesteld met de zorg voor verstandelijk gehandicapten?
"Laat ik het heel netjes zeggen. We hebben in Nederland een heel scala aan voorzieningen. Toch lijkt het alsof we de toptijden hebben gehad. Dat we stappen terugdoen. Met name op het gebied van personeel. Ipse De Bruggen is overigens een goeie werkgever en een verstrekker van goeie zorg. Er zijn ook heel wat mensen die met Ipse weglopen. Maar er zijn ook ouders die zeggen: Mijn kind gaat absoluut niet naar Ipse. Dat hou je toch. Maar als ik het vergelijk met hoe die kinderen in Egypte ter wereld komen en hoe ze daar moeten blijven leven, dan is dat een verschil van honderd tegen nul".
Integratie, Jan en Alleman heeft er de mond van vol. Dat kan nog wel een tandje beter. Of beter: een tandje breder. Want, zegt Ans van der Valk: "De maatschappij is niet alleen bestemd voor mensen zonder handicap. De maatschappij is van ons allemaal". Bovendien, weet ze uit ruime ervaring: "De dingen die we voor en met verstandelijk gehandicapten doen, zijn helemaal niet zo afwijkend van wat jij en ik doen". En, wil ze ook nog wel kwijt: "Mijn moeder heeft zeven jaar in een Verpleeghuis gezeten, in Delft. Die zorg kan wel beter, vind ik. Ik ga absoluut niet naar een Verpleeghuis, later. No way. Als ik zó afhankelijk ben dat ik moet wachten tot er veertien van de vijftien mensen gewassen zijn, en ik zet dat af tegen hoe ik nu leef, als een blije vrouw, en ik moet daar dan zeven jaar zo zitten, nou, schiet mij dan maar lek. Nee, no way".
-Maar wat is dan het alternatief?
"Dat weet ik niet. Misschien zit ik op m'n zeventigste wel permanent in Egypte. Ik ben een straffe roker, misschien ben ik wel dood voor die tijd. We zeggen in Egypte: Alleen Allah weet wat er morgen gebeurt. Ik heb het er wel 's met m'n kinderen over. Ik wil niet dat Michael Jackson-scenario, zo van: Hij zou gewild hebben dat… Ja, zo lust ik er nog wel één. Tegelijkertijd zeg ik: Ik denk daar helemaal niet over na. Wie is er zo gek om op z'n vijfenveertigste opnieuw te beginnen?".
-Moet je ervoor in de wieg gelegd zijn, voor het actief zijn voor en met verstandelijk gehandicapten?
Ze kijkt naar buiten. Is behoorlijk lang stil. "Ja, daar moet ik wel lang over nadenken". Dan: "Je moet, denk ik, die klik hebben. Heel veel mensen hebben die klik niet, moeten er niet aan dènken. Je moet de drive hebben om te zeggen: Met jou wil ik verder. Laat mij zien wie je bent, dan gaan we samen kijken of we een stapje verder kunnen komen. Of je daarvoor in de wieg gelegd moet zijn, ik weet het niet. Ik vind het wèl tamelijk oubollig klinken".
Ze is nu bijna zeven jaar getrouwd met haar Abdul. "Daarvoor heb ik achttien jaar een relatie gehad. Met een vrouw". Eerlijk: "Was ik Abdul tegengekomen toen ik 23 was, dan had ik hem achter het behang geplakt". Het gaat nu prima. Natuurlijk, de verschillen tussen (leven in) Egypte en Nederland zijn groot. "Enorm, zelfs. Qua temperaturen, qua ontwikkeling, qua religie, qua eergevoel. Ik hou daar rekening mee. Dat is helemaal niet zo'n probleem. Als je maar weet waar de dingen vandaan komen. Ik hoef helemaal niks te laten in Egypte. Ik heb eigenlijk alle vrijheid". Toch geeft ze ook wel toe: "Er gebeurt wèl wat met mij, in Egypte. Maar nee, ik ben geen Moslima geworden. En mijn man is niet uit de Islam gestapt". Wat ze doen, samen, is bruggen bouwen, zegt ze. En gehoor geven aan de ondernemingszin die haar ontegenzeggelijk in het bloed zit. Dat zit ook nog 's in de familie, constateert ze tevreden. Haar broer is directeur van het Roofdierencentrum Pantera, dat van Friesland naar Noord-Holland gaat verhuizen. En haar zus is neergestreken in Portugal om daar een Bed & Breakfast te beginnen.
-Hoe en waarom ben je in Egypte terecht gekomen? Toevallig?
"Ik geloof niet in toeval. De dingen zijn en gaan zoals ze zijn en gaan. Na mijn scheiding ben ik gaan reizen. De eerste keer in Egypte dacht ik: Ik ben hier nog lang niet klaar. Elke vakantie bracht ik er door. Het Midden-Oosten, dat trekt mij. Als ik de vliegtuigtrap afkom, ruikt het goed en voelt het goed. Dat neemt niet weg dat Egypte een verrekt moeilijk land is om je ondernemerschap als Europeaan op los te laten. We komen absoluut grote hobbels tegen. Maar naarmate je het land en de cultuur beter leert kennen, kun je die hobbels ook makkelijker nemen. In de negen jaar dat ik er nu kom, heb ik zo veel van en over het land geleerd dat ik beter kan omgaan met de minder positieve dingen in Egypte". (PB)
Download de laatste krant!
Energieweg 3
2627 AP Delft
T: 015 - 214 39 12
info@delftopzondag.nl


