Het zou Walter Getreuer niet verbazen als hij met vakken vullen meer zou verdienen dan met zijn ReptielenZOO

DELFT – Daar is Walter Getreuer behoorlijk trots op: "Ik heb de Walterinnesia aegyptica, de woestijncobra, gekweekt. Als eerste in de wereld". Maar ook: "De zwartwitte boscobra heeft alle Serpo's meegemaakt. En hij leeft nog steeds".

Wie Walter Getreuer zegt, zegt ReptielenZOO Serpo. Wereldberoemd in Delft en daarbuiten. Vlakbij het Centraal Station. Althans, nóg wel. Maar straks? Als de treinen ondergronds gaan, waar zullen de reptielen dan bovengronds te bewonderen zijn? Niemand die het weet. Ook Walter Getreuer niet. Die z'n ziel en zaligheid aan de reptielenverzameling heeft verpand. Die, meer dan goed voor hem en z'n dierenspul is, moet opdraven als weer 's een enge slang zich ongevraagd als een angstaanjagende kraker in hoeken en gaten van onverdachte percelen ophoudt. ReptielenZOO Serpo, dat bestaat sinds 1981, heeft sinds eind 1993 z'n thuishaven in Delft. Waar het 'de grootste collectie krokodillen en (gif)slangen' huisvest. Sterker, weet Getreuer in alle bescheidenheid: "Qua gifslangen hebben we de grootste collectie van West-Europa". 

Hij is al 26 jaar beroepsmatig in de weer met slangen en krokodillen. Die liefde voor de natuur in het algemeen en voor deze dieren in het bijzonder zat er al jong bij hem in. "Als klein jochie was ik niet zo makkelijk", weet hij nog goed. "Ik was toch een beetje het zwarte schaap van de familie, omdat ik nogal fanatiek was in m'n hobby, het houden van beesten. En de rest vond ik niet interessant. Ik spijbelde nogal eens, maakte ruzie met m'n broer over slangen. Dat was in de tijd dat men slangen nog duivelskinderen vond". Hij herinnert zich nog: "Mijn jongste broertje had een slang getekend. M'n ouders moesten op school komen. Kregen ze te horen: Is hij wel in orde? Het was nog een Openbare School ook. Ja, dat waren natuurlijk wel andere tijden. Ik heb veel scholen en veel soorten onderwijs gehad. Na m'n MAVO heb ik Staatsexamen VWO gedaan. Ik wilde dierenarts worden. Maar ik werd niet ingeloot voor de studie Diergeneeskunde". Daar raakte hij redelijk gefrustreerd van. Als zeg maar 'tweede keus' wierp hij zich op de studie Elektrotechniek, aan de TU. "Maar dat heb ik maar anderhalf jaar volgehouden". Hij had zich intussen al aardig verslingerd aan het organiseren van tentoonstellingen. "Ik was toen lid van Lacerta, de Reptielenvereniging in Den Haag, Ik was daar ook voorzitter van de Tentoonstellingscommissie". Hij vertelt over z'n bemoeienissen met een tentoonstelling van gifslangen in Bologna, over de toernee die daarmee vervolgens door Nederland werd gemaakt en over hoe hij toen 'voor zichzelf is begonnen'. 

-Heb je nooit wat anders willen doen of worden?
"Ik heb zeker wel nagedacht over wat anders. Ik wilde misschien wel wat doen in de filmwereld. Mijn grote voorbeeld was Steven Spielberg. Misschien een beetje hoog gegrepen, maar toch. Het creëren van iets, dat spreekt me wel aan. Een baan van negen tot vijf op kantoor of werken in een productieproces, dat zat me niet lekker. Dat zit bij ons ook wel in de familie, die hang naar zelfstandigheid. Dat is me met de paplepel ingegoten. Maar ook de liefde voor de natuur". Hoewel: "Mijn ouders stonden niet toe dat ik vogeltjes of zo op m'n kamer had. Maar visjes en reptielen, dat mocht wèl. Afhankelijk van mijn cijfers op school had ik meer of minder dieren op mijn kamer. Het is begonnen met een aquarium. Met kikkers en salamanders. Mijn eerste slang heb ik gevangen toen ik een jaar of acht was. Was een addertje. Toen m'n vader dat doorhad, moest dat beest gelijk weg".

Het bloed kroop waar het niet gaan kon. Getreuer maakte zich als vrijwilliger verdienstelijk bij een importeur van reptielen. "Ik nam alles mee wat ik aan gewonde dieren op straat vond. En zieke dieren bij die importeur nam ik mee naar huis. Soms mocht ik ze houden. Nee, dieren kopen was er niet bij. Er wat bijverdienen, dat mocht ik niet van m'n vader. Auto's wassen of zoiets, dat kon niet. Mijn vader was directeur van Indola". 

Getreuer barst dan los met een verhandeling over reptielen. Waarvan hij dan misschien niet alles, maar toch wel buitengewoon veel weet. "Zuiver biologisch gezien lopen er al zo'n 250 miljoen jaren reptielen op deze aarde rond. Ze hebben zich aangepast aan alle mogelijke biotopen. Je vindt ze dan ook overal, behalve in het luchtruim en op de polen. Je ziet ook een hele evolutie, waarbij longen verschijnen en speekselklieren, om maar een paar voorbeelden te noemen. Maar het is ook heel interessant om te zien hoe de mens daarmee omgaat. In religies, bijvoorbeeld. De slang wordt beschouwd als demonisch, maar ook als basis van de reïncarnatie. Maar je ziet ook hoe de slang in ons taalgebruik voorkomt. Denk maar aan 'een addertje onder het gras'. Aan 'die vrouw is een serpent' en 'met gespleten tong praten'." 

De slang, weet hij ook, kan lang niet altijd op positieve kritieken rekenen. Dat brengt Getreuer tot deze bespiegeling: "Ik heb sowieso de indruk dat Westerlingen wat minder vrolijk in het leven staan. Ze zijn, in het algemeen, wat melancholisch, een tikkeltje somber. Ik heb niks met het geloof, maar als ik dan tóch zou moeten kiezen, dan zou ik voor het Hindoeïsme kiezen. Wat me in Nederland tegenvalt, is dat er zo weinig respect is. Balkenende heeft het altijd, en dat is het enige waarin ik het met hem eens ben, over normen en waarden. Ik vind dat daar een gebrek aan is. Westerlingen en Nederlanders kunnen zich nogal lomp gedragen. Voetballers worden als helden behandeld, daar kunnen de mensen heel uitzinnig over doen, maar in de bus of de tram opstaan voor ouderen is er zo langzamerhand niet meer bij. Niet dat ik me een roepende in de woestijn voel, zeker niet, maar ik zie het en ik vind het jammer". 

Getreuer, de reptielenprofessor, noemt zich een autodidact. "Ik heb altijd heel veel boeken gekocht, vooral in het buitenland. Ik heb zeker vijftien meter boeken staan over reptielen. De laatste tijd wordt dat wel wat minder, ook al vanwege internet. Maar ik ben altijd nogal fanatiek geweest. Of je doet het of je doet het niet. Doe je het wèl, dan ga je er ook helemaal voor". Dat kostte hem overigens niet al te veel moeite. "Reptielen zijn machtig interessante dieren om over te lezen". En om over te vertellen. Cursussen, lezingen, rondleidingen, Getreuer is een veelgevraagde en graag gehoorde sprekerd. "Maar ik vind het ook leuk om te knutselen en problemen op te lossen". 

Toch ontbreekt het hem niet aan realiteitszin. Hij weet dat de belangstelling voor reptielen niet overhoudt. "Zouden we, bijvoorbeeld, apen hebben, dan zouden we commercieel beter scoren. Maar je ziet wel dat de belangstelling voor reptielen stijgende is". 

-Dat meer mensen, bijvoorbeeld, slangen gaan houden, is dat een positieve ontwikkeling?
"We hebben het dan over het pitbull-effect. Kijk, je hebt de goeden en de kwaden. Er is een heel grote groep mensen die netjes met die beesten omgaan. Maar je hebt ook een groep die zegt: Kijk mij 's stoer zijn met dat beest. Mensen die dieren houden als verlengstuk van zichzelf, die zijn vaak gauw uitgekeken op die dieren als die niets engs of bovennatuurlijks blijken te hebben. Dan moeten ze er weer zo snel mogelijk vanaf".


ReptielenZOO Serpo en Delft, als we beweren dat die vaak in één adem worden genoemd, dan hebben we niet het idee dat we zwaar aan het overdrijven zijn. Tegelijk dreigt het levensgrote gevaar dat Serpo binnen niet al te lange tijd die ene adem ook als laatste adem uitblaast, althans als Serpo in Delft. De ReptielenZOO kan immers niet blijven zitten waar die zit. Maar waarheen Getreuer en z'n levende have een goed heenkomen moeten zoeken, wie het weet mag het zeggen. Hij vertelt dat hij op 16 december j.l. een gesprek zou hebben met wethouder Vuijk. Wel of niet onderdak vinden in het GGD-gebouw, that was the question. Maar helaas: "Dat gesprek is uitgesteld. Voor de zoveelste keer. Omdat er nog geen éénduidig oordeel is over de bestemming van dat GGD-gebouw". Getreuer heeft er zo z'n bedenkingen bij. En hij windt zich er al niet meer over op. Zegt hij. 

-Word je nou nooit moedeloos van dat gedoe over waar je eventueel terecht zou kunnen?
"Ik ben enthousiast begonnen. Zó enthousiast dat ambtenaren het gevoel hadden dat ze gepasseerd werden. Dat resulteerde in een bouwstop. Dat heeft me heel wat geld gekost". Hij zegt dat het GGD-gebouw een geschikte locatie voor zijn Serpo zou kunnen zijn. Maar ja, dan heb je weer die verdeeldheid in de Delftse politiek. "Officieus denk ik dan ook dat het niet doorgaat in dat GGD-gebouw. Maar ik weet ook: zeg in Delft nooit nooit. Het is elke keer weer anders".

-Welke locatie zou jou in Delft wèl wat lijken?
Lacht. "Als ze me een ruimte van duizend vierkante meter op de Markt geven, dan ga ik gelijk". Maar wie gelooft er nog in sprookjes? Wat Getreuer wèl weet: "Delft dreigt één grote bouwput te worden. Of er de eerstkomende tien jaar een reptielendierentuin te runnen is, daar heb ik zo m'n twijfels over. Daarom hou ik de opties in Delft èn in Berkel en Rodenrijs open. Ik kan niet op één paard gokken zo lang de race nog niet gelopen is. Er staat maar één ding vast: we gaan weg van de huidige locatie". En, doet hij niet geheimzinnig: "Berkel en Rodenrijs is een serieuzere optie dan Delft". 

-Als er nou nergens een plek voor je ReptielenZOO blijkt te vinden, wat dan?
"Er zijn genoeg dierentuinen die ons tijdelijk of voor langere duur binnen hun hekken willen hebben. Maar ik ben zó optimistisch dat ik niet wil geloven dat dat gaat gebeuren. Net zo als dat niemand onmisbaar is. Er is altijd wel weer iemand die dan opstaat. Dat ja-maar-denken heb ik zo veel mogelijk uit m'n hoofd gezet". 

-Heb je dan wèl je idealen moeten bijstellen?
"Ik heb ooit gedacht dat ik er rijk van zou worden. Dat is niet gelukt. Maar ik heb een rijk leven. Ik heb een leuk gezin. En we zijn gezond. Ik leef een beetje volgens de Youp van 't Hek-filosofie: Als het jezelf slecht gaat, moet je kijken naar iemand die het nóg slechter heeft. Dan valt het wel mee. Serpo is nog steeds gegroeid. We hebben geen schulden, we kunnen er met drie gezinnetjes van bestaan. Maar Serpo zal nooit een multinational worden. Als ik zeseneenhalve dag per week bij de C1000 vakken ga vullen, heb ik waarschijnlijk meer op m'n loonstrookje staan dan wat ik nu heb". Een leuke sponsor, natuurlijk droomt hij daar wel 's van. "Met geld maak je geld. Kijk maar naar het Dolfinarium. Die ontketenen een miljoenencampagne en dan zie je de resultaten. Maar ik heb dat durfkapitaal niet. Had ik wat meer geld, dan had ik een betere basis. Gaat het allemaal wat makkelijker. We doen nu heel veel zelf. Dat geeft veel voldoening. Maar je zou, qua tijd, heel wat kunnen winnen als je zaken zou kunnen laten doen". 

Personeelskosten. De kosten van het voedsel. Het zijn geldverslindende kostenposten. "Slangen eten andere dieren. Die voedseldieren halen we voor 98 procent uit Frankrijk. Die muizen zijn specifiek ziektekiemvrij. Die zijn schoner dan de kip die je bij Albert Heijn koopt. Zoals vroeger, dat je de muizen ophaalde bij de dierenwinkel, dat is er niet meer bij. Hagedissen eten krekels. Krekels kosten zo'n 150 euro per kilo. Dat zijn grote kostenposten. Net als de personeelskosten. Gelukkig hebben we vrijwilligers en stagiairs. Daarvoor krijgen we aanvragen uit binnen- en buitenland. Maar als ik naar mezelf kijk: 84 uur per week werken is normaal. Maar ook weer niet normaal". 

Er waren perioden dat Getreuer niet van het TV-scherm en uit de krantenkolommen leek weg te slaan. Hij draafde plichtsgetrouw op als griezelige slangen nietsvermoedende landgenoten de stuipen op de lijven joegen. Hij kreeg van overal en nergens aan hun lot overgelaten exotische beesten in de maag gesplitst. "Het stond ergens in een blad: Walter Getreuer is eigenlijk bekender dan z'n eigen toko. Dat was niet de bedoeling. Bovendien: die opvang kost alleen maar geld. 's Zomers hebben we wel vier, vijf meldingen per dag. Gisteren nog, hadden we twee meldingen. Ja, ik sta wat dat betreft bij vriend en vijand bovenaan het lijstje. Vind ik wel grappig". (PB)

Download de laatste krant!

Energieweg 3
2627 AP Delft

T: 015 - 214 39 12

Meer berichten
 
CustomHtml_1