Een huishouden van Jan Steen

Editie: Week 27, Jaargang 23 |

Een schilderij van Jan Steen, met centraal daarop Gerardo Welhoeck.

Eind 2015 verschijnt een tweedelig standaardwerk over de geschiedenis van Delft en haar bewoners, vanaf de oorsprong tot heden. Hoofdredacteur Gerrit Verhoeven vertelt over het werk aan dit project.

De Leidse schilder Jan Steen woonde slechts drie jaar in Delft en dan nog alleen omdat hij hier een brouwerij te bestieren had: De Slang ofwel De Roskam aan de oostzijde van de Oude Delft, recht tegenover de Binnenwatersloot. Voor brouwer bleek hij niet in de wieg gelegd, maar wel schilderde hij hier in 1655 een van zijn meest raadselachtige schilderijen. Vanouds stond het bekend als ‘De burgemeester van Delft’. Het gold altijd al als een topstuk, maar het werd echt wereldberoemd nadat het was afgebeeld op het boek van de Amerikaanse historicus Simon Schama, Overvloed en onbehagen. In 2004 slaagde het Rijksmuseum erin om het werk voor vele miljoenen te verwerven. Twee jaar later schreven twee Amsterdamse hoogleraren een boekje waarin zij betoogden dat deze gezeten burger niemand anders kon zijn dan de korenkoper Adolf Croeser. Hij woonde schuin tegenover Jan Steen aan de Oude Delft, bij de Kloksteeg. Het schilderij zou uitbeelden dat een welgestelde burger in de Gouden Eeuw zich altijd wat ongemakkelijk voelde bij al zijn rijkdom. Om dat schuldgevoel af te kopen, gaf hij royaal aan de armen. Sindsdien staan op het bordje naast het schilderij in de eregalerij van het Rijksmuseum de namen van Adolf Croeser en zijn dochter Catharina.

Niet iedereen was het eens met deze uitleg, zo bleek uit de ongebruikelijk heftige discussie die volgde. Op een symposium werd gehakt gemaakt van de Croeser-theorie en de interpretatie van de afbeelding. Het Rijksmuseum was zo sportief om vrijwel een complete aflevering van zijn tijdschrift in te ruimen voor de verschillende visies. Nu de kruitdampen enigszins zijn opgetrokken, mogen we constateren dat er niet veel is overgebleven van het verhaal van de beide professoren. Integendeel: een door hen zonder argumenten van tafel geveegd betoog van de uit Delft afkomstige historicus Kees van der Wiel uit 2004 biedt nog altijd de meest waarschijnlijke verklaring van dit raadselachtige schilderij. En al is ook zijn theorie niet voor honderd procent te bewijzen, hij heeft in elk geval verreweg het mooiste verhaal.

Wat was het geval? Een paar huizen ten noorden van Adolf Croeser, dus ook vlakbij Jan Steen, woonde Gerardo Welhoeck. Hij was sinds 1622 lid van het stadsbestuur. In 1655, juist in het jaar dat hij burgemeester was en dit schilderij werd geschilderd, werd hij het middelpunt van een rel die heel Delft op stelten zette. Hij kreeg een brief van dominee Arnoldus Bornius, die om de hand vroeg van zijn zeventienjarige dochter Agatha. Zij wilde niets liever dan met de predikant trouwen, maar Welhoeck was des duivels. Bornius was 23 jaar ouder dan zij, weduwnaar met drie kinderen en het ergste van alles: hij was van eenvoudige komaf. Vader en dochter zochten beiden in alle openheid steun voor hun standpunt. De ruzie lag dus meteen op straat en iedereen kon meegenieten. Welhoeck legde op 15 november ten overstaan van de schepenbank een eed af dat hij zolang hij leefde zou verhinderen dat Agatha en Bornius trouwden. Dat lukte hem inderdaad, maar niet zonder dat Jan en alleman zich ermee bemoeide: de kerkenraad, theologen van de universiteit van Leiden, juristen van het Hof van Holland en niet te vergeten de publieke opinie. Er verschenen pamfletten waarin alle details van de kwestie uit de doeken werden gedaan, zodat iedereen zich een standpunt kon vormen. De discussie ging niet alleen over de personen in kwestie, maar werd veel breder getrokken. Het ging over de relatie tussen ouders en kinderen, tussen rijken en armen, tussen stadsbestuur en kerkenraad en zelfs tussen Staatsgezinde regenten en Oranjegezinde predikanten. Pas in 1670, na het overlijden van Welhoeck en het vertrek van dominee Bornius naar Alkmaar, luwde de commotie en konden de geliefden eindelijk trouwen.

Het schilderij van de verhalenverteller Jan Steen zou heel goed de beginfase van deze ruzie kunnen afbeelden. Welhoeck zit rustig op zijn stoep en toont zich begaan met de vrouw en haar kind. Intussen keert zijn dochter hem openlijk de rug toe. Misschien is zij wel op weg naar de opvallend ouderwets geklede man die op de brug staat toe te kijken. Zou dat niet dominee Bornius kunnen zijn? Heeft hij de arme vrouw gevraagd de brief te bezorgen die de burgemeester in zijn handen houdt, de brief waarin hij vraagt om de hand van Agatha? Dan is zij geen bedelares, maar wacht zij gewoon op haar fooi. Als Kees van der Wiel gelijk heeft, zijn we met dit schilderij getuige van het moment waarop de zo keurige burgemeester Welhoeck het middelpunt gaat worden van een huishouden van Jan Steen.

Eerdere afleveringen nalezen? Dat kan op http://www.geschiedschrijvingdelft.nl.

Download de laatste krant!

Energieweg 3
2627 AP Delft

T: 015 - 214 39 12

Meer berichten