Juul Smulders beschildert muren en gevels , maar ook bruidssuites en kantoorruimten. Nou nog een kerk…
AlgemeenDELFT – Juul Smulders noemt zich 'muurschilderes'. Maar met een heel klein beetje fantasie is 'gevelartieste' ook goed. En meubels beschilderen, ook dáárvoor draait ze haar kwast niet om.
Juul Smulders (46) is her en der in Delft zichtbaar aanwezig. Maar ook 'gewoon' bij mensen thuis of op het werk. Dan hebben we het dus wèl over haar kunstzinnige uitingen, die zeer wel apart zijn te noemen. Muurschilderingen, zoals bij een pand aan de Geerweg, doen de al dan niet toevallige passant op z'n minst even verrast opkijken. Hotelgasten, zoals de net getrouwde geluksvogels die een nacht in de Bruidssuite van Hotel De Plataan doorbrengen, laten zich graag even afleiden. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. "Ja, ik ben een beeldend kunstenaar die voornamelijk muurschilderingen maakt. Ik ben wel redelijk bekend op dit gebied, denk ik". Ze gooit er gelijk maar achteloos wat vaktermen tegenaan. Heeft het over 'het Trompe'loi-effect'. Ofwel: over gezichtsbedrog. Want dat is het natuurlijk wèl. "Ik maak figuratieve, maar ook abstracte dingen. In een café in Den Haag, bijvoorbeeld, heb ik een soort uitvergrote paperclips met kleurvlakjes gemaakt. En in een kantoor heb ik de abstractie van een printplaat uitgebeeld. Maar de meeste particuliere opdrachtgevers willen toch tafereeltjes, zoals Toscaanse doorzichtjes en zo". Oefening baart kunst, het is een waarheid als een koe, weet ook zij. "Ik ben er inmiddels wel snel en goed in geworden. Abstract en figuratief, ik vind het allebei leuk om te doen. Waar het mij om gaat, is dat zo'n schildering iets doet met de ruimte en de omgeving. Ik vind het fantastisch om zo'n ruimte als het ware te transformeren".
-Wanneer ben jij tevreden over een creatie?
"Als de klanten tevreden zijn". Dat klinkt behoorlijk commercieel. En dat is het ook, zegt de kunstenares zonder blikken of blozen. En nee, daar heeft ze geen wroeging van of zo. "Ik heb een erg leuk beroep. En ik voeg ook nog iets positiefs toe aan het leven van mensen, aan de ruimte. Schildertechnisch ben ik geïnteresseerd in wat er gebeurt. Ik bedoel: ik voel me mede toeschouwer in waar ik mee bezig ben. Ik voel me ook altijd uitgelokt. Als ik een zeegezicht of een straatje moet schilderen, dan moet ik technisch opereren. Dan voel ik me uitgedaagd. Dat proces van schilderen vind ik interessant".
-Als je figuratief werk maakt, moet het dan ook altijd precies lijken?
"Er is altijd sprake van wat je dichterlijke vrijheid zou kunnen noemen. Ik ben niet van dat hele precieze, van het detaillistische. Ik heb allerlei technische foefjes, waardoor ik de dingen kan láten lijken".
-Waaraan kun je zien dat het een schildering van jou is?
"Ik geloof dat ik me van andere muurschilders onderscheid doordat ik vrij terughoudend ben in mijn kleurgebruik. Ik pas veel transparanties toe".
Ze werkt, zegt ze, veel in opdracht. En ook voor, bijvoorbeeld, meubeldecoraties, kun je bij haar terecht. Ze bekwaamde zich in het schilderen van hout- en steenmotieven. "Maar voor portretschilderen verwijs ik liever naar andere schilders. Ik dóe het wel, zeker als het ergens onderdeel van uitmaakt. En ik hèb ook wel portretgeschilderd, om den brode, maar ik denk dat anderen dat beter kunnen".
'IK HIELD VAN BOOMPJE KLIMMEN'
Juul Smulders, geboren en tot haar achttiende getogen in Pijnacker, heet eigenlijk Juliëtte. "We woonden op de Julianalaan, vandaar. Nee, ik ben zelf niet echt koningsgezind". Ze bewaart aangename herinneringen aan die Pijnackerse jeugdjaren. Heeft het over 'een prettig dorp waar je als kind nog rustig van huis naar school kon lopen en terug'. En: "Ik heb daar ook pony gereden, bij Het Blauwgele Vendel". Toch was ze, weet ze nog wel, 'een jongensachtig meisje'. In die zin: "Ik hield van boompje klimmen en slootje springen". Ze had, als jongste, twee broers en één zus boven zich. "Dus ik moest wel flink van me afbijten. Eigenlijk had ik drie vaders en twee moeders…"
Op de Lagere School was ze 'een dromertje'. Want: "Ik keek meer naar de vogeltjes dan dat ik lette op wat er in de klas gebeurde. Ik ben ook een jaartje blijven zitten. In de vierde klas. Door m'n gedroom".
Het gezin verhuist later naar Duitsland, want vader Smulders werkt daar voor de Ambassade. "Ik werd daar gelijk op het Gymnasium geschopt. Kreeg ik in het Duits Frans en noem maar op. En ook Nederlands, ja, zodat dat niet verwaterde". Na twee terug in Nederland is het wéér wennen. Bijvoorbeeld aan de MAVO in Pijnacker. "Helaas kwamen we terug met een gebroken gezin, want m'n vader bleef in Duitsland achter". Na de MAVO gaat ze op zoek naar een beroepsopleiding op MBO-niveau, "want ik wist al wel dat ik iets creatiefs wilde gaan doen. Maar er was alleen iets dat opleidde tot bezigheidstherapeut". Ze wijkt uit naar de HAVO, in Zoetermeer, "zodat mijn scoop wat breder zou worden. Tekenen was destijds ook nog een examenvak". Ze gaat nog even terug naar haar Lagere Schooltijd. "Toen wilde ik meubelmaker worden. Ik wilde iets creëren, iets maken. Maar ik had toen nog niet door dat kunstenaar ook een beroep zou kunnen zijn. Dat ik, later, na de HAVO naar de Kunstacademie zou gaan, dat zat er dus wel in. Die Kunstacademie heb ik ook gedaan. In Den Haag". Scherp omlijnd zijn haar toekomstplannen dan nog niet. Ze wil creatief bezig zijn, dat is het eigenlijk wel zo'n beetje. "Op de Kunstacademie deed ik veel aan monumentaal schilderen. Op zich was dat wel een keuze. Ik had toen wèl het gevoel: Ik wil ondergedompeld worden in een schilderij. Het monumentale van schilderingen geeft een belevingsgevoel, in plaats van dat je er afstandelijk naar kijkt. Ook het maken ervan is heel fysiek. Ik ben geen fijnschilder, daar ben ik te ongeduldig voor. Ik hou wel van de grote fysieke gebaren".
-Ben jij, artistiek gezien, erfelijk belast?
"Mijn moeder kon wel aardig tekenen. Ze heeft de Mode-opleiding gevolgd. En als kind tekende ik ook veel".
Ze rondt de opleiding aan de Kunstacademie af. Gedeeltelijk overdag, later 's avonds. "Omdat ik een kind kreeg. Dat was heel leuk. Ik nam m'n kind mee naar de Academie. Tussen de schildersezels in gaf ik 'm borstvoeding. En de andere studenten gingen 'm dan tekenen. Dat was allemaal zó vanzelfsprekend. Ik denk dat de mensen die de dagopleiding volgden wat ambitieuzer waren. En ik vond de mensen van de avondopleiding eigenlijk wel wat volwassener. Daar voelde ik me wel erg thuis".
'IK STAK M'N VINGER OP'
-Je hebt de opleiding aan de Kunstacademie afgerond, dan ben je dus ècht kunstenaar. Of toch niet? "Nou, je weet dan eigenlijk nog niks. Je weet, bijvoorbeeld, niet hoe je je carrière moet opzetten en inrichten. Je weet niet hoe je naar een galeriehouder moet stappen. Je bent heel blanco en dat is best wel lastig. Daar word je niet op voorbereid. Ik had gelukkig de meevaller dat ik, hier in Delft, in een ateliergebouw zat met een aantal kunstenaars. Eén van hen was ook docent aan de Kunstacademie in Rotterdam. Hij begeleidde studenten professioneel na hun opleiding. Hij heeft me door dat dal heen geholpen. Ja, ik heb dat als een dal ervaren. Het was een moeilijke periode. Ik had m'n zoon, ik voedde hem alleen op. Daardoor had ik wèl de mazzel van een Bijstandsuitkering. Daar kon ik op zich goed van leven. En ik had de tijd om me te ontwikkelen. Dat betekende vooral veel schilderen. Ik woonde toen in Delft, in de Bomenwijk. En ik had m'n atelier op de Koornmarkt".
-Wat schilderde je toen?
"Ik schoot van het ene uiterste in het andere. Ik maakte heel grote dingen en heel kleine. Ik ben me toen ook in Filosofie gaan verdiepen. Ben op zoek gegaan naar de betekenis van dingen. Waarom doe je iets? Wat is er de betekenis van? Waar is het goed voor? Ik was eigenlijk op zoek naar mezelf, dat denk ik wel, ja. In die tijd ging ik ook steeds kleiner werken. Ik maakte heel kleine paneeltjes. Dat was overzichtelijk. Ik zie die periode ook meer als een kleur- en vormenonderzoek. Zo van: Wat doet de ene kleur ten opzichte van de andere?Wat maakt iets tot kunst? Wat maakt iets juist kapot?" Intussen heeft ze een Galerie gevonden. In Den Haag. "Ik verkocht best leuk, maar niet voor hoge bedragen. Van wat je verkocht leefde je een paar maanden. En dan begon het hele verhaal opnieuw. Het is best wel moeilijk om als beeldend kunstenaar in je levensonderhoud te voorzien. Ik wist ook niet of ik daar wel het karakter voor had. Sterker: ik wist niet wát voor karakter je daarvoor nodig hebt".
-Het barst van de kunstenaars die ook nog 's de mooiste dingen maken. Maar om daarvan te kunnen leven, dat is in veel gevallen andere koek.
"Het is inderdaad moeilijk om door te gaan met iets waar men kennelijk niet voldoende geld voor overheeft. Ik ging dan ook steeds meer werk in opdracht doen. Ik zocht naar wegen, luisterde goed naar m'n omgeving, wilde weten waar vraag naar was".
-Dus maakte je eigenlijk de stap van ideële naar commerciële kunstenaar?
"Ja. In die tijd had je de Stichting Kunstdoelen. Een clubje van zeven kunstenaars, ontstaan in Hotel De Plataan. Dat clubje bestaat trouwens nog steeds. Het doel was een Galerie te zijn voor kunstenaars door kunstenaars. Dat was nogal eigenzinnig, in die zin dat we zeiden: Onze werken verkopen, dat kunnen we zelf wel, we gaan niet met ons werk lopen leuren bij galeries. Ik was van dat clubje wel degene die het meest in opdracht deed. De eigenaar van De Plataan vroeg: Wie wil voor mij de Bruidssuite schilderen? Ik stak m'n vinger op. En ook de anderen vonden dat het meest logisch, ook al omdat ik me het meest bereid toonde me aan te passen aan de ideeën van anderen. En ik was in staat om figuratief en monumentaal te schilderen. Ik heb toen die Bruidssuite geschilderd. Dat was een belangrijke opstap naar mijn commerciële werken. Ik ben toen ook uit de Bijstand gegaan, want ik wist: ik ga me hier een inkomen mee verwerven".
-Zijn vrouwen 'andere' kunstenaars dan mannen?
"Gisteren was ik nog in Museum Boymans. Daar was een videokunstenares, die was zó typisch vrouwelijk. En dan bedoel ik niet per definitie lief en aardig, nee, de vrouw beziet de wereld wat emotioneler dan de man. Een vrouw die beeldend werk maakt, is wat expressiever met gevoelens bezig. De man is vaker bezig met een mening, met een visie. Ik vind overigens dat je als beeldend kunstenaar de taak hebt, en dat geldt voor beide geslachten, om te inspireren".
'IK BEN BEST COMMERCIEEL'
Muurschilderen is nu haar specialiteit. "Toen ik ermee begon, was het hip en nieuw". Juul Smulders woont (weer) in Pijnacker en ze heeft haar atelier in Delft. "Daar ben ik nu bezig met een zeegezicht op linnen, voor een particulier in Delft. Dat wordt een vrij groot doek, van bijna drie bij drie meter. Ik ben ook bezig met proefjes voor schilderingen bij Bakkerij 'De Diamanten Ring', in de Choorstraat. In Pijnacker heb ik nu een ruimte met etalage, waar ik mijn computerwerk doe. Daar ontwerp ik de stramienen voor m'n schilderingen. Het is een winkelatelier, maar geen echte winkel en geen echt atelier. Een keer of vier per jaar wil ik er ook openingen organiseren over bepaalde thema's".
-Als je muurschilderingen hebt gemaakt, ben je dan niet bang dat van die graffitispuiters vrolijk over jouw creatie heen gaan?
"Als je iets moois op een gevel schildert, hebben die jongens daar toch respect voor. En dan laten ze het ongemoeid. Spuiten ze er tóch overheen, dan zou ik daar verdrietig van worden vanwege het maatschappelijke aspect. Dat men dan elkaars werk niet respecteert".
-Iets anders. Kunstenaars zijn vaak van die nogal zweverige types. Toch?
"Vaak wèl, ja. Ik ben best commercieel. Ik kan zakelijk bezig zijn, maar ik ben ook een fantast. En ik ben nog steeds op zoek naar mezelf".
-Is dat niet doodvermoeiend?
"Nee. Het is juist om wakker van te worden. Ik ben nog steeds met Filosofie bezig. Wie ben ik? Dat is een heel interessante vraag. En dan bedoel ik niet: ik ben wat ik van de buitenkant ben, maar wat ik van de binnenkant ben. Het is een persoonlijke zoektocht, ik zou nooit proberen iemand zeg maar te bekeren".
-Ben jij gelukkig?
"Absolúút. Ik vind dat ik heel mooi werk heb. Dat ik iets positiefs mag toevoegen. Ik heb een gezonde zoon. Hij is nu 24, m'n oogappel. Hij studeert Industrieel Ontwerpen, ik ben ontzettend trots op 'm. Z'n vader is architect, z'n vriendin is kunstenares", dat moèt goed komen, hoor je haar denken. "Ik heb geen zorgen, ik kan in m'n levensonderhoud voorzien, ik heb op het ogenblik een fijne relatie".
Ze is, zegt ze, 'diep van binnen een oude rocker'. Lacht: "Ik vind het ook heerlijk om met een vriendin in de kroeg te zitten, op het biljart te staan dansen en elkaar wel 's aan te kijken, zo van: Is dit nog leuk of wordt het te banaal?"
-Heb je nog een droom?
"Niet wat ik vroeger als meisje had, dat ik een groot huis wilde en een paard in de wei. Dat niet meer. Maar ik heb nog nooit een kerk beschilderd…" (PB)
Foto's: Jesper Neeleman
Download de laatste krant!
Energieweg 3
2627 AP Delft
T: 015 - 214 39 12
info@delftopzondag.nl


