Petra Veenswijk, organiste en dirigente, heeft met orgel in Maria van Jessekerk goud in handen

DELFT – Petra Veenswijk is kerkorganiste en koordirigente. Maar toch voorál organiste. Want orgel spelen, dat is haar passie. Dat doet ze in binnen- en buitenland. En elke zondag in de Maria van Jessekerk.

Ze is er maar wat trots op, dat ze het orgel in de Maria van Jessekerk als 'haar orgel' mag bespelen. Op de vraag wat ze het mooiste kerkorgel in Nederland vindt, antwoordt ze dan ook: "Nee, niet het orgel in de Sint Bavo, in Haarlem. Dit orgel is mooier. Ook al doordat de restauratie heel mooi is uitgepakt. Het wás al een mooi orgel, maar het was net of er een deken overheen lag. Als je de toetsen indrukte, duurde het heel even voordat het geluid kwam. Dat was moeilijk spelen. Je had de neiging steeds langzamer te spelen. Je moest ook een enorme afstand overbruggen. Het orgel is, geloof ik, elf meter lang. En tot aan de laatste pijp is het wel dertien of vijftien meter. Eer je dat had overbrugd, dat duurde te lang. Maar na de restauratie ben ik echt lyrisch over het orgel". 

Petra Veenswijk (48) is niet zo maar een organiste. "Ik ben wel een bekende organiste in Nederland, ja", zegt ze in alle bescheidenheid. Ze geeft concerten in binnen- en buitenland. En onlangs kwam haar tweede CD uit. 

Ze gaat in Leiden naar de middelbare school. En muziekles krijgt ze op de Leiderdorpse Muziekschool. "We hadden thuis een elektronisch orgeltje. Dat was mode in die tijd. Zodoende ben ik in de orgelopleiding terecht gekomen". 

Met het HAVO-diploma in de knip gaat ze als 17-jarige naar het Conservatorium in Rotterdam. "Ik wist dat ik dat wilde. Maar ik moet ook zeggen: ik had les van een heel goeie orgeldocent. Nico de Raad, uit Katwijk. Hij gaf fanatiek klassiek les. Ik heb in m'n tienerjaren ook veel lichte muziek gespeeld, dat vond ik wel grappig. Maar ik vond klassiek toch het meeste boeiende. Die leraar had er ook altijd van die mooie verhalen bij. En dan zei hij: Joh, je moet daar 's gaan luisteren". 

Ze is nog maar veertien als ze voor het eerst in de kerk speelt. In Zoeterwoude-Rijndijk. "Daar staat een Neo-Romantische kerk, vlakbij de snelweg. Daar begeleidde ik wat liedjes. Nog niet echt de moeilijke dingen, natuurlijk. Zo ben ik erin gekomen". 

Ze vertelt dat ze Rooms-Katholiek is opgevoed. Maar niet fanatiek. "Mijn ouders gingen wel naar de kerk. Ik ook, maar niet gedwongen. Mijn broer doet er niks meer aan, m'n ouders gaan nog wel naar de kerk. En ik speel elke zondag in de Maria van Jessekerk. En ik dirigeer een paar koren. Mijn moeder is erg muzikaal, al bespeelt ze geen instrument. Haar opa was musicus. Als je moeder leuk en mooi vindt wat je doet, dat stimuleert wel. M'n ouders volgen me nog steeds. Als ik een groot concert heb, komen ze luisteren. Erg leuk". 

In 1987 wordt Petra Veenswijk benoemd als organiste van de Maria van Jessekerk. Haar voorgangers, weet ze, waren allemaal professionele musici. Als ze het overneemt, zo herhaalt ze nog maar 's, is het orgel niet bepaald in puike staat. "Maar het was wèl bespeelbaar. Ik heb altijd wel het idee gehad dat men het belangrijker vond eerst de kerk te restaureren en daarna pas het orgel. Dat bleek ook zo te zijn".

'DAN HADDEN WE SAMEN DRIE UUR LES'
Aan het Rotterdams Conservatorium studeert ze orgel, klavecimbel en kerkmuziek. "Toen was daar wel aardig wat belangstelling voor. In mijn jaren waren er toch wel zo'n tien leerlingen die dat ook studeerden. Je moest wel een zwaar toelatingsexamen doen. Ze keken grondig of je er wel geschikt voor was. Ik heb eerst een jaar de voorbereidende klas gedaan, omdat mijn pedaalspel nog niet goed genoeg was. En ook qua theorie had ik het vereiste niveau nog niet. Ik heb in totaal negen jaar aan het Conservatorium gestudeerd. Dat kon toen nog. Als je verschillende hoofdvakken deed, kreeg je er een jaar extra bij. Tegenwoordig zeggen ze vier jaar: Oprotten". 

Negen jaar studeren is niet niks, maar het werpt voor Petra Veenswijk wel z'n vruchten af. Ze slaagt cum laude voor orgel. En ze verdient een beurs waarmee ze in Parijs kan studeren. Ze probeert het, vergeefs, bij Marie-Claire Alain, een grootheid in Frankrijk en daarbuiten. Ze heeft wèl succes bij Daniël Roth, organist van de Saint Sulpice in Parijs, 'één van de mooiste instrumenten in de wereld'. "Roth was een beroemdheid. Hij is inmiddels iets van 70 jaar. Ik heb één jaar bij hem gestudeerd". Daarna belandt ze bij Jean Langlais, "een blinde organist en componist. Hij bespeelde het orgel waar César Franck altijd op had gespeeld". 

Ze behaalt, in 1991, aan het Conservatoire National de Region Paris de Prix d'Excellence, één van de vele prijzen die ze intussen in de wacht heeft gesleept. Ze vertelt over Jean Langlais. "Hij was blind. Je had les bij hem thuis, op de Rue des Invalides. Hij gaf samen met z'n vrouw de lessen. Dat was juist zo boeiend. Ze hadden ook wel 's ruzie, of laat ik zeggen: ze discussieerden nog wel 's over de muziek. Leerzaam. Ik studeerde met een beurs van het Ministerie van WVC. Nee, ik woonde toen niet in Parijs, dat was te kostbaar. Eén keer in de drie weken ging ik, met een collega, met de auto naar Parijs. Dan hadden we samen drie uur les. Om twaalf uur ging dan de bel. Dan kwam hun kind thuis en was het over met de les".
"Dat ik bij Langlais heb gestudeerd, is wel de reden geweest dat ik me tot de Franse muziek heb bekeerd. Maar ook het Maarschalkerweerd-orgel in de Maria van Jessekerk heeft ermee te maken. Het is een Frans georiënteerd instrument. De orgels in de Oude en de Nieuwe kerk zijn meer geschikt voor Duitse muziek ".
Ze heeft, wil ze wel toegeven, wel talent. Dat blijkt ook al vroeg. "Op de Muziekschool, als je moest vóórspelen, mocht ik als laatste, omdat ik al heel behoorlijk speelde. En toen ik op het Conservatorium eenmaal goed op gang was, ging het als een speer. Ik weet nog wel dat de muziekleraar tegen m'n ouders zei dat het Conservatorium echt wel moeilijk was. Daar werd erg tegenop gekeken in die tijd. Maar het lag me gewoon goed". Wat ook scheelt: "Je bent met gelijkgestemden onder elkaar". Aan de andere kant, weet ze nog wel: "Je hoefde bij medescholieren niet te laten vallen dat je orgel speelde. Dan was je toch wel een erge trut. Nee, dat maakte zeker geen indruk". 

Hoe goed ze is, blijkt ook wel hieruit: "Toen de directeur van het Conservatorium afscheid nam, mocht ik spelen, in de Doelen. En ik speelde ook in de Laurenskerk. Ook een erg mooi orgel".

'EIGENLIJK IS HET EEN WERELD OP ZICH'
In de periode dat ze aan het Conservatorium afstudeert, wordt ze benoemd als organiste van de Maria van Jessekerk. "Ik heb gewoon gesolliciteerd. Ik had geen banden met deze kerk". 

Elke zondag is ze zo rond de klok van half tien in de kerk present. Een uurtje later begint de Mis. "Die duurt zo'n anderhalf uur. Dan voeren we met het koor een Mis van Mozart uit of een andere klassieke compositie. En als organiste ondersteun ik de samenzang. Dat is wel vrij opmerkelijk, ja, dat ik orgel speel en tegelijkertijd het koor dirigeer. Dat koor heeft toch zo'n vijftig leden. Ik speel dan en met m'n wenkbrauwen dirigeer ik het koor". 

Ze is dus niet alleen organiste, maar ook koordirigente. Van het Dameskoor van de Maria van Jessekerk, dat vooral zingt bij rouw- en trouwdiensten. En van het Gemengd Parochiekoor Deo Sacrum. "Dat is inmiddels een mooi koor geworden. Ja, ook met aardig wat mannen. Meestal is dat nogal een probleem bij koren, die mannenstemmen, maar bij dit koor zijn toch bijna de helft van de vijftig leden mannen. Dat komt ook omdat we, weliswaar maar één keer per maand, Gregoriaans zingen. Dat doen ze heel graag. We zingen ook wel 's met alleen een mannenkoor, bijvoorbeeld met Allerzielen". En dan heeft ze ook nog het koor Vox Latina onder haar muzikale hoede. "Daarmee proberen we oude Missen in stand te houden. Dat koor treedt bij specifieke gelegenheden op". 

Ze leert dirigeren op het Conservatorium, als onderdeel van het vak Kerkmuziek. "Dan leer je met name ook het Gregoriaans. Dat doe je op een bepaalde manier, het heeft ook een apart notenschrift, op vier notenbalken. Eigenlijk is dat Gregoriaans een wereld op zich. Je kunt er je leven lang op studeren, net als op de muziek van Bach. Gregoriaans, er zit heel veel in. Je bent er altijd mee bezig hoe het het beste en het mooiste kan". 

Petra Veenswijk geeft orgelconcerten, op mooie orgels in binnen- en buitenland. "Altijd op uitnodiging. Ik heb al heel wat mooie orgels mogen bespelen. In Nederland, Engeland, Frankrijk, Duitsland, Noorwegen. Nee, in de Notre Dame in Parijs heb ik nog niet gespeeld. Dat komt nog wel, denk ik. Hoop ik. Daar heb je kruiwagens voor nodig, die heb ik nog niet". 

-Wat is het mooiste orgel waar je op hebt gespeeld?
"Dat is toch wel het orgel in de Saint Sulpice, in parijs. Maar ik heb niks te klagen over de orgels in ons land. Integendeel. Ik moet zeggen dat Nederland een topland is als het om orgels gaat. Je hoeft in feite de grens niet over om op een heel mooi orgel te spelen". 

Ze is, dat mag wel duidelijk zijn, eerst en vooral organiste. "Dat is m'n grote passie. En dan vooral die Franse orgelwerken, helemaal te gek gewoon. Maar dirigeren is óók heel leuk". 

-Wat is er nou zo mooi aan een kerkorgel?
"Het is een orkest. Het heeft zó veel klankkleuren. De viool, de hobo, de trompet, noem maar op. Een orgel is echt een symfonie-orkest. De bazuin, de bassen. En de fluiten die er zo mooi boven parelen". 

-Heb je nooit wat anders willen doen dan orgel spelen en koren dirigeren?
"Eigenlijk niet, nee. Toen ik een jaar of zestien was, toen had ik wel: als het met de muziek niet mocht lukken, dan ga ik het onderwijs in. Les geven heeft me altijd wel geboeid. Dan zou ik iets als Pedagogiek zijn gaan studeren. Vind ik ook wel boeiend. Maar toen ik met die muziekstudie begonnen was, was er ook niks anders meer. Dat is mijn passie geworden. Ik kon ook niet anders. Je moet er helemaal induiken. Vijf, zes uur per dag studeren. je kan er gewoon niks anders bij doen. Daarom geef ik nu ook helemaal geen les meer. Kan ik me helemaal concentreren op het geven van concerten". 

Als dirigente, stellen we ons voor, moet je zelf toch ook een aardig moppie kunnen zingen. "Ik kan wel aardig zingen, ja. Ik heb gelukkig m'n stem zó ontwikkeld dat ik een heel aardig bereik heb. Ik ben geen concertzangeres, maar ik moet wèl kunnen vóórzingen en ik moet kunnen overbrengen hoe je je stem moet gebruiken". 

-In een koor zingen, is dat niet vooral iets voor oudere mensen?
"We hebben ook wel wat jongere leden. Studenten. Dat komt ook omdat we in Tjeerd Visser een jonge pastoor hebben. Dat trekt jonge mensen toch aan. Maar de gemiddelde leeftijd van de koorleden ligt toch wel rond de 55, 60 jaar. Maar het is beslist niet zo dat je dan eigenlijk al bent afgeschreven, qua zang. Er zijn genoeg mensen die blijven zingen tot hun tachtigste. En dat klinkt dan nog heel goed".
De combinatie jonge voorganger en mooie muziek werkt, weet Petra Veenswijk. "Er komen toch steeds een paar honderd mensen naar de diensten in de Maria van Jessekerk. En daar zitten ook heel wat jongeren bij. De mensen hunkeren op dit moment naar tradities. Dat merk je aan allerlei dingen. Nou staat de Rooms-Katholieke kerk niet zó goed in de schijnwerpers, maar in onze kerk hebben we daar gelukkig niet zo'n last van. Het loopt gewoon lekker". 

Ze kan van de muziek leven, "mede dankzij mijn echtgenoot die een parttime-baan heeft". Ze heeft twee kinderen: een dochter van zestien, die Viool studeert aan het Conservatorium, en een zoon van veertien, die 'leuk' piano speelt. "Laatst vertelde m'n zoon nog dat hij aan z'n vrienden had verteld dat z'n moeder organiste is. Is dat iets met organen?, hadden ze gevraagd. Ze hebben er geen notie van. Dat komt ook omdat de drempel naar de kerk zo groot is geworden. Mensen komen haast niet meer in de kerk. Maar m'n kinderen zijn toch wel een beetje trots op me, al lopen ze er niet mee te koop". 

Ze is in haar nopjes over de medewerking die ze als organiste van de kerk krijgt. Dat vindt ze namelijk heel belangrijk, dat dat prachtige orgel goed in stand wordt gehouden. "In het verleden wisten ze niet hoe bijzonder het orgel in de Maria van Jessekerk is. Delft mag trots zijn op zo'n prachtig instrument". Maar, haast ze zich eraan toe te voegen: "Het orgel in de Nieuwe Kerk is ook mooi, maar dat moet gerestaureerd worden. En ook de Oude Kerk heeft een heel mooi orgel. Echt waar".

Download de laatste krant!

Energieweg 3
2627 AP Delft

T: 015 - 214 39 12

Meer berichten