Foto toen: Botanische Tuin begin jaren 30
Foto toen: Botanische Tuin begin jaren 30

Het Delft van Toen: TU Delft Hortus Botanicus

Algemeen

DELFT - Aan de rand van de Delftse binnenstad ligt, verscholen tussen oude gebouwen van de campus, de TU Delft Hortus Botanicus. Achter de rustige paden en hoge bomen gaat een geschiedenis van meer dan honderd jaar schuil. Eveline Oranje vertelt hoe de Hortus begon als een onderzoekstuin voor technische gewassen, uitgroeide tot een plek voor publiek en biodiversiteit, en nog altijd voortdurend in beweging is.

Door: Doris Steijger

Een technische tuin
Het verhaal begint in 1917. Professor Van Iterson, werkzaam binnen de technische natuurwetenschappen, wilde planten niet alleen bekijken om hun schoonheid, maar vooral onderzoeken om hun eigenschappen te begrijpen. ‘Hij deed onderzoek naar hoe planten kunnen worden ingezet binnen de techniek’, vertelt Eveline. ‘Hij wilde weten welke stoffen verantwoordelijk waren voor kleurstoffen in verfplanten, of welke bomen de beste latex produceerden voor de productie van rubber.’

Planten met een missie
Daarvoor was ruimte nodig. Meer planten, meer onderzoeksmogelijkheden en vooral kassen voor tropische gewassen. Zo ontstond in 1917 wat toen nog de Cultuurtuin voor Technische Gewassen heette. De planten stonden er niet simpelweg om te groeien. Ze waren onderdeel van experimenten en onderzoek. ‘Niet om ze te veredelen of beter te maken, maar echt om te kijken: wat zijn nou precies die eigenschappen van die planten, en hoe kunnen we die kennis verder gebruiken?’ Van Iterson gaf colleges en gebruikte de tuin als onderdeel van zijn werk. Volgens Eveline waren zijn colleges in die tijd bijzonder populair. ‘Het was in die tijd erg modern en zijn collegezalen zaten altijd vol.’

Van onderzoek naar ontspanning
Vanaf de jaren vijftig veranderde niet alleen het onderzoek, maar ook het karakter van de tuin. De Hortus werd steeds meer een groen park, waar bezoekers vrij konden rondwandelen. ‘Via de ingang aan de Julianalaan liep je zo tussen de bomen en planten door,’ vertelt Eveline.

Levende fossielen
Naast onderzoek heeft de Hortus als botanische tuin nog een andere belangrijke taak: het beschermen van biodiversiteit. Daarbij gaat het niet alleen om het verzamelen van zoveel mogelijk planten, maar juist om het behouden van oorspronkelijke genetische eigenschappen. Soorten die miljoenen jaren alleen nog als fossiel bekend waren, tot ze ergens op aarde plotseling levend werden teruggevonden. De meest bijzondere zijn misschien wel de zes metasequoia’s, die hoog boven de rest van de tuin uitsteken. Miljoenen jaren lang waren deze bomen alleen bekend van fossielen, totdat er in de jaren veertig plotseling levende exemplaren werden ontdekt in de bergen van China. Vanuit die ontdekking werden zaden en stekken over botanische tuinen over de hele wereld verspreid. De exemplaren in Delft behoren volgens Eveline tot die eerste generatie die naar Nederland kwam. ‘Dat worden levende fossielen genoemd’, vertelt ze. Terwijl de bomen inmiddels gewoon tussen de Delftse gebouwen groeien, dragen ze een geschiedenis met zich mee die miljoenen jaren teruggaat.

Nog lang niet uitgegroeid
Na ruim honderd jaar is de Hortus daarmee nog steeds in ontwikkeling. Van een onderzoekstuin voor technische gewassen naar een tijdelijk stadspark naar een levend laboratorium waar wetenschap, biodiversiteit en publiek samenkomen. Studenten en onderzoekers van de TU Delft gebruiken de Hortus bijvoorbeeld voor projecten op het gebied van robotica, landbouw en technologie. Zo werd er geëxperimenteerd met sensoren tussen de planten en ontwikkelden studenten een robotische hand die fruit kan plukken. Tegelijkertijd wandelen er dagelijks bezoekers door dezelfde tuin. Daarmee is de Hortus in Delft, uitgegroeid tot een brug tussen de universiteit en de stad: een plek waar eeuwenoude bomen en nieuwe ideeën letterlijk naast elkaar blijven groeien.

Foto nu: Eveline Oranje in de Hortus Botanicus