
Delft van Toen: Jan van Leeuwen
AlgemeenDelft - Wanneer Jan van Leeuwen in het najaar van 1968 vanuit zijn ouderlijk huis in Gouda naar Delft vertrekt, lijkt het alsof hij een andere wereld binnenstapt. De stad ademt techniek, vooruitgang en studentencultuur. De Technische Hogeschool Delft, zoals de TU Delft toen nog heette, trekt jonge mensen uit het hele land aan. Jan begint ook daar als werktuigbouwkundestudent.
Door: Doris Steijger
Een veranderende tijd
De late jaren zestig zijn een periode van maatschappelijke veranderingen. Ook in Delft waait een nieuwe wind. Studenten stellen vragen over onderwijs, bestuur en de rol van de universiteit in de samenleving. Voor Jan begint het allemaal veel eenvoudiger. Hij woont op een kleine kamer aan de Oude Delft, fietst dagelijks naar de collegezalen en brengt lange avonden door boven zijn studieboeken. ‘Al die studentenverenigingen vond ik maar niks. En ik had het al druk genoeg met mijn studie. De colleges waren pittig,’ herinnert hij zich. ‘Sommige hoogleraren dicteerden nog complete formuleseries die je woord voor woord moest overschrijven. Tegenwoordig zouden studenten daar waarschijnlijk niet meer mee wegkomen.’
De stad als tweede thuis
In de jaren waarin Jan studeert groeit Delft gestaag. De Technische Hogeschool breidt uit en steeds meer studenten vinden hun weg naar de stad. Toch behoudt Delft volgens hem zijn kleinschalige karakter. ‘Je kende altijd wel iemand die iemand kende. Als je door de binnenstad liep, kwam je voortdurend medestudenten tegen.’
In zijn huis aan de Oude Delft woonde hij met twee andere studenten. ‘Een huisgenoot had ergens een keer een oude grammofoon op de kop getikt, maar niemand wist of het apparaat nog werkte. En als technische studenten wilde we dat natuurlijk maar al te graag weten.’ In de woonkamer werd een verlengsnoer uitgerold, een stapel platen verzameld en met enige voorzichtigheid werd de naald neergezet. Tot verrassing van iedereen klonk er muziek uit de krakende luidspreker. Wat begon als een klein experiment groeide uit tot een spontaan feest dat tot diep in de nacht duurde.
De bezetting van de THS
Een van de meest bijzondere dagen uit Jans studententijd vindt plaats in december 1972. In die jaren wordt aan universiteiten in heel Nederland gediscussieerd over democratisering van het hoger onderwijs. Studenten vinden dat belangrijke beslissingen te veel achter gesloten deuren worden genomen door hoogleraren en bestuurders. Ook in Delft groeit de onvrede over de beperkte invloed van studenten op het beleid van de Technische Hogeschool. Die spanningen leiden uiteindelijk tot een bezettingsactie.
Jan is die ochtend aanwezig wanneer medestudenten delen van de hogeschool bezetten. In korte tijd veranderen collegezalen en gangen in geïmproviseerde vergaderruimtes. Aan de gevel verschijnen spandoeken en overal worden discussies gevoerd over inspraak, onderwijsvernieuwing en de toekomst van de universiteit. ‘We wilde meer inspraak en zichtbaarheid krijgen in het bestuur van de hogeschool.’ Kannen koffie gaan van hand tot hand terwijl op de vloer van collegezalen wordt gesproken over medezeggenschap en maatschappelijke verantwoordelijkheid. ‘En tussendoor zaten sommige gewoon te studeren’, vertelt Jan.
Afstuderen en vooruitkijken
Begin 1974 rondt Jan zijn studie af. De overgang van student naar ingenieur voelt vreemd. Jarenlang draaide zijn leven om colleges, practica en het studentenbestaan. Nu wacht een carrière in de industrie. ‘Op mijn laatste dag liep ik nog één keer over de Mekelweg. Als een soort afscheid.’ Toch blijft Delft trekken. Regelmatig keert hij terug naar de stad waar hij studeerde. De gebouwen zijn veranderd, het aantal studenten is gegroeid en de Technische Hogeschool heet inmiddels TU Delft. Maar wanneer hij langs de grachten wandelt, herkent hij nog steeds iets van de sfeer van vroeger.








