
Het Delft van Toen: Peter Boelhouwer
AlgemeenDELFT - Al bijna veertig jaar vormt Peter Boelhouwer een vertrouwd gezicht binnen de TU Delft. Sinds zijn komst in 1988 groeide hij uit tot een van de meest invloedrijke stemmen op het gebied van wonen in Nederland. Als hoogleraar Housing Systems, voormalig wetenschappelijk directeur van onderzoeksinstituut OTB en voorzitter van het European Network for Housing Research beweegt hij zich moeiteloos tussen wetenschap, beleid en praktijk. Vanuit zijn werkkamer op Bouwkunde volgt hij al decennialang hoe steden veranderen, woningmarkten schommelen en Delft zich ontwikkelt tot een steeds internationalere kennisstad.
Door: Doris Steijger
Peter werd geboren in Den Haag en groeide op in Zoetermeer. Delft kende hij al voordat hij er werkte. ‘Ik kwam er regelmatig, in de stad was altijd wel leven.’ Toch was het niet de stad zelf die hem uiteindelijk naar Delft trok, maar vanwege onderzoek verbonden aan de TU Delft. Zo ging hij te werk bij onderzoeksinstituut OTB, dat volop in ontwikkeling was. In de jaren tachtig had de TU Delft nog een heel andere sfeer dan nu. De universiteit was kleiner en veel minder internationaal. Op de faculteiten kende men elkaar vaak persoonlijk en onderzoekers, docenten en studenten werkte nauw samenwerkten. ‘Delft zelf voelde in die tijd nog als een rustige provinciestad, met minder studenten en minder drukte in de binnenstad’, herinnert Peter. Tegelijkertijd hing er op de campus een sterk gevoel van ambitie en vernieuwing
Bibliotheken afreizen
Binnen het instituut vond hij precies wat hij zocht: wetenschappelijk onderzoek dat direct verbonden was met maatschappelijke vraagstukken. ‘Iedereen heeft met woningen te maken. De onderzoeksvragen kwamen recht uit de samenleving.’ In de jaren die volgden werkte hij aan grote onderzoeken voor ministeries, gemeenten en woningcorporaties. Een van de eerste grote projecten was een internationale vergelijking van woonbeleid in zeven landen sinds de Tweede Wereldoorlog. ‘Tegenwoordig kun je alles online vinden,’ zegt hij. ‘Maar toen moest je veel reizen, bibliotheken bezoeken en interviews afnemen.’ Het project resulteerde in een boek waar hij nog steeds trots op is. ‘Het was zelfs uitverkocht geweest,’ vertelt hij glimlachend.
Het hoogleraarschap
In 2001 werd Peter hoogleraar aan de faculteit Bouwkunde, een stap die hij zelf totaal niet had zien aankomen. ‘Ik was daar eigenlijk helemaal niet mee bezig,’ zegt hij. ‘Ik wilde gewoon interessant onderzoek doen.’ Via een speciaal programma voor veelbelovende wetenschappers diende hij een aanvraag in voor een persoonlijk hoogleraarschap. ‘Ik dacht: niet geschoten is altijd misgeschoten.’ Tot zijn verbazing werd hij benoemd. Nu ging hij te werk in de collegezalen van Bouwkunde, waar de geur van koffie, maquettekarton en krijtstof hing. Studenten luisterden tussen stapels tekenrollen en schetsboeken aandachtig naar zijn lessen over steden, wonen en de toekomst van de gebouwde omgeving. Het onderwijs bleek goed bij hem te passen. Als opgeleide docent aardrijkskunde had hij altijd al affiniteit met lesgeven. ‘Het is schitterend om met jonge studenten te werken.’
Een universiteitsstad
Die verbinding tussen universiteit en samenleving loopt als een rode draad door Peters loopbaan. ‘Je komt in hele verschillende werelden terecht,’ zegt hij. ‘Dat maakt het zo leuk.’ In de loop van Peters carrière zag hij de woningmarkt veranderen. Waar in de jaren tachtig nog werd gebouwd vanuit het idee van collectieve volkshuisvesting, verschoof het denken steeds meer richting marktwerking en individualisering. Optimisme over groei maakte plaats voor onzekerheid, en periodes van woningoverschotten werden onverwacht gevolgd door nijpende tekorten. ‘Tien jaar geleden werd nog gesproken over lege steden,’ vertelt Peter. ‘En nu zitten we midden in een enorme wooncrisis.’ Ook Delft zelf zag Peter ingrijpend veranderen. Studenten werken steeds vaker aan projecten in Delft zelf, van wijkontwerpen tot wooncoöperaties. Volgens Peter is die samenwerking essentieel.








