
Het Delft van Toen: Science Centre TU Delft
AlgemeenDELFT - Dit jaar viert het Science Centre Delft zijn vijftigjarig bestaan. Een lange tijd voor een instelling die draait om vernieuwing en toekomstdenken. Toch is de kern al een halve eeuw dezelfde gebleven: mensen inspireren voor techniek en wetenschap. ‘Wij doen eigenlijk nog precies hetzelfde als vroeger,’ zegt Michael van der Meer, directeur van het Science Centre. ‘Maar wel op een andere manier.’
Door: Doris Steijger
Wie teruggaat naar het begin, belandt in een totaal andere wereld. ‘In de jaren zeventig heette het Science Centre nog het Technisch Tentoonstellingscentrum en was gevestigd in de oude faculteit van Geodesie aan de Kanaalweg.’ Bezoekers liepen langs vitrines en schaalmodellen; techniek werd bekeken, niet aangeraakt. Die eerste jaren waren sterk gericht op kijken. Computers waren nog geen vast onderdeel van het dagelijks leven en interactieve installaties bestonden nauwelijks. Toch was de missie al helder. ‘Het grotere publiek bij techniek betrekken en te inspireren, en een educatiedoelstelling die wij nog steeds hebben.’
Van kijken naar doen
Langzaam verschuift het museum van een plek waar techniek werd getoond naar een plek waar techniek werd ervaren. Niet alleen de technologie verandert, ook het publiek. ‘Elke generatie verwacht weer andere dingen,’ zegt Michael. ‘Bij jongeren zien we minder geduld voor klassieke collectietentoonstellingen. Die willen iets dóén.’ Die verandering werd zichtbaar in de jaren negentig, toen de instelling verder ging als Techniekmuseum Delft en verhuisde naar de Ezelsveldlaan. In die periode werd het museum levendiger: bezoekers schoven aan bij workshops, stelden vragen en ontdekten dat techniek niet alleen te zien was, maar ook te maken. ‘Er kwam steeds meer accent te liggen op interactiviteit,’ zegt Michael. ‘Collectiestukken verdwenen meer naar de achtergrond.’ Het Techniekmuseum moderniseerde en groeide uiteindelijk door tot Science Centre, een plek waar niet alleen kennis werd overgedragen, maar ook ervaring centraal kwam te staan.
Plek voor nieuwsgierigheid
Rond 2009, wanneer Michael zelf bij het Science Centre begint, hangt er een uitgesproken hands-on sfeer. Het voelt als een werkplaats voor nieuwsgierigheid, waar kinderen met opgestroopte mouwen knoppen indrukken, constructies bouwen en laten instorten, en volwassenen hardop discussiëren over waarom iets wel of niet werkt. Een bekend voorbeeld is de aardbevingsopstelling van het Science Centre. Bezoekers konden zelf een huis bouwen en dat vervolgens op een trilvloer testen. ‘Dan zie je meteen: heb ik eigenlijk wel een aardbevingsveilig huis gebouwd?’ zegt Michael. Die installatie was niet alleen spectaculair, maar ook inhoudelijk actueel. ‘Dat soort stukken maken we naar aanleiding van een situatie waar mensen aan kunnen relateren, zoals de aardbevingen in Groningen.’
Meebewegen
Hoewel het Science Centre het gezicht naar buiten is, gebeurt niets alleen. ‘De kennis komt overal vandaan,’ benadrukt Michael. Wetenschappers, docenten en studenten uit de hele universiteit leveren input. Wat hier te zien is, is altijd het resultaat van samenwerking. Het Science Centre reisde in de loop der jaren letterlijk door Delft. Inmiddels is de instelling alweer drie jaar gevestigd in een nieuw pand, dichter bij het hart van de campus. Tegelijkertijd zoekt het centrum bewust het publiek buiten de universiteit op. Met Science Centre on Tour trekt de instelling de wijken in, in Delft en daarbuiten. ‘Dat zijn reizende tentoonstellingsonderdelen,’ zegt Michael. Vandaag voelt het Science Centre als een toegangspoort tot de TU Delft. Bezoekers ontdekken er niet alleen tentoonstellingen, maar ook de campus zelf, via rondleidingen, educatieve programma’s en een open makerspace. ‘We hebben hier 3D-printers, lasersnijders en soldeerapparatuur,’ vertelt Michael. ‘Je kunt met je eigen project binnenkomen en hulp krijgen.’ Wat brengt de toekomst? Michael verwacht verdere digitalisering: ‘Misschien heeft straks iedereen thuis een VR-helm en kun je het Science Centre deels vanuit huis beleven.’ Toch gelooft hij niet dat de fysieke plek zal verdwijnen.








