
Het Delft van Toen: Henk Wijnen
AlgemeenDELFT - Al meer dan vijftig jaar is Henk Wijnen onlosmakelijk verbonden met Delft. Wat begon als een studieverblijf groeide uit tot een leven vol betrokkenheid bij de stad, als bewoner, ambtenaar, buurtactivist en amateurhistoricus. Hij woonde jarenlang op een woonboot, werkte aan milieuregels en zette zich in voor het behoud van karakteristieke plekken. Met een huis vol boeken en atlassen, volgt hij Delft nog altijd op de voet.
Door: Doris Steijger
Toen Henk in 1969 vanuit het Brabantse dorpsleven naar Delft kwam, moest hij wennen aan de stille studentenstad. ‘Er waren erg weinig cafés, en nog minder terrasjes,’ herinnert hij zich. Uit nieuwsgierigheid telde hij het aantal cafés en kwam tot een verrassende conclusie: het waren er minder dan in zijn geboortedorp met vijfduizend inwoners.
Lang studeren
Toch duurde het niet lang voordat hij zijn draai vond. Hij woonde midden in de binnenstad, op loopafstand van de populaire studentkroeg ‘Staminee’. Het studentenleven kreeg vorm in kleine, hechte kring. Hij sloot zich kort aan bij een studentenvereniging, maar voelde zich daar niet helemaal thuis. ‘Die waren nogal ouderwets bezig, daar had ik geen zin in.’ Zijn studie duurde uiteindelijk bijna negen jaar. Lange vakanties waren destijds heel normaal. ‘Je ging een week of vijf werken en dan had je geld genoeg om vakantie te houden voor een paar maanden,’ vertelt hij. Hun eerste grote reis voerde naar Iran, toen nog Perzië genoemd.
De weg naar het milieu
Na zijn studie belandde Henk in de wereld van milieu en regelgeving. Hij ging werken bij het ministerie van Milieu, waar hij twintig jaar bleef. Zijn eerste grote project had direct invloed op zijn eigen stad. Hij ontwikkelde een norm voor geurhinder, bedoeld om, onder andere, de beruchte stank van de Delftse Gistfabriek te meten en te beperken. ‘Ik heb daar een stank-norm voor ontwikkelt.’ De oplossing voor een hardnekkig probleem bleek uiteindelijk verrassend simpel: ‘Het ergste vond ik dat die stank weg was door dat stomzinnig pijpje van zeventig meter hoog. Nou, dat hadden ze honderd jaar eerder ook kunnen maken.’ Zijn werk draaide steeds om één doel: een betere leefomgeving.
Leven op het water
Parallel aan zijn carrière ontwikkelde zich een ander belangrijk hoofdstuk in zijn leven: het wonen op een woonboot in de Zuidergracht. Het leven daar voelde anders dan in een gewoon huis. ‘Het weer was niet iets dat je door een raam bekeek; je voelde het direct’, zegt hij. De boot bewoog mee met de wind en kraakte bij storm. De bewoners van de woonboten vormden een hechte gemeenschap. Toen in de jaren negentig plannen ontstonden om de woonboten te verwijderen vanwege nieuwbouwprojecten, kwamen de bewoners in actie. Henk speelde een belangrijke rol in het organiseren van verzet en overleg met de gemeente. Uiteindelijk lukte het om een groot deel van de woonboten te behouden.
Strijden voor de stad
Die betrokkenheid bij de stad bleef een constante factor. Henk werd actief in een belangenvereniging die de ontwikkeling van het gebied Zuidpoort begeleidde. Het was een periode van onderhandelingen en soms juridische strijd. Een van de belangrijkste successen was de aanleg van een ondergrondse parkeergarage in plaats van een hoge bovengrondse constructie. ‘Ik denk dat iedereen daar nu hartstikke blij mee is’, zegt hij lachend.
De stad door de jaren heen
Henk verdiepte zich de afgelopen jaren intensief in de geschiedenis van zijn huis aan de Voorstraat. Zijn onderzoek leverde bijzondere details op, zoals een bewoner uit de zestiende eeuw die tijdens de Beeldenstorm betrokken was bij het beschermen van kerken tegen vernieling. ‘Mijn hobby is geschiedenis en kaarten,’ zegt hij eenvoudig. In ruim vijftig jaar zag Henk Delft veranderen. Het aantal studenten groeide enorm, net als het aantal cafés en restaurants. Waar hij ooit klaagde over het gebrek aan terrassen, ziet hij nu het tegenovergestelde. ‘Het lijkt wel één groot café,’ merkt hij op.








