Foto toen: Ronald Snijders speelt de dwarsfluit
Foto toen: Ronald Snijders speelt de dwarsfluit

Het Delft van Toen: Ronald Snijders

Algemeen

DELFT – Ronald Snijders is een Delftse bekendheid met zijn dwarsfluit. ‘Ik ben een geluksvogel,’ zegt hij. Niet als loze frase, maar met een overtuiging die zindert van betekenis. Wie tegenover hem zit, hoort geen litanie van gemiste kansen of onrecht, maar het warme timbre van een leven dat muziek is gaan klinken. Een leven dat zich stevig heeft genesteld in Delft.

Door: Doris Steijger

Van Paramaribo naar Delft
‘Ik kwam uit Paramaribo, Suriname, in september 1970. Om weg- en waterbouw te studeren aan de Technische Hogeschool,’ vertelt hij. ‘Maar eigenlijk wilde ik jazzmuziek in de VS doen. Alleen, ik kreeg geen muziekbeurs.’ Hij rondde zijn studie niet af en besloot zijn hart te volgen. Later studeerde hij af als drs. in muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en specialiseerde zich als etnomusicoloog in Surinaamse muziek.

Ontdekt in een Delftse studentenclub
Als geluksvogel uit Paramaribo moet je natuurlijk ergens landen. Voor Ronald gebeurde dat in Staminee, een studentenclub aan de Beestenmarkt in Delft. ‘Ik vroeg of ik mocht meespelen. Toen ze ja zeiden, rende ik naar de Coenderstraat waar ik woonde bij een hospita-echtpaar om mijn fluit te halen. Ik speelde met veel succes mee met “Summertime”, en ze zeiden: we willen jou in de band.’‘Ik won met een fluitsolo de persprijs op het NOS Laren Jazz Concours.’

Een eigenzinnige route
Ronald heeft zich nooit laten vastpinnen op één stijl. Mensen dachten vaak: een zwarte muzikant, dus eenvoudige feestmuziek. ‘Maar ik ben ook een denker. En ik speel ook klassieke muziek, Braziliaans, jazz en funk. En ik schreef reeds in 1971 een symfonisch werk voor het Delftse studentenorkest Krashna Musica.’ Ronald is niet het prototype van de door tegenslag gevormde artiest. ‘Mijn verhaal is heel positief. In mijn jeugd in Suriname speelde ik al op televisie mijn eigen ensembles. Ik hou net als mijn vader Eddy Snijders zielsveel van muziek. Hij is nog steeds mijn grote muzikale voorbeeld. Natuurlijk heb ik als zwarte muzikant talrijke obstakels gekend. Vooroordelen, discriminatie, maar dat heeft me niet verbitterd gemaakt. Niet boos worden, in gesprek blijven, communiceren en vooral vanuit positiviteit bijdrage aan verandering.’

De stad als klankkast
Delft is geen tussenstop geweest, maar een thuis. ‘Ik kan lopen en ineens stoppen voor een bloem. Dan denk ik: hier maak ik een foto van. Mensen begrijpen dat soms niet. Maar ik beleef het leven intens.’ Zelfs zijn tuin is voor hem een bron van inspiratie. ‘Het is mijn stukje Suriname. Geen nette bomen, maar de houten gevel van een Surinaamse erfwoning.’ In zijn huis staat zijn studio, zijn werkplek. ‘Ik heb 60 eigen albums gemaakt. Optredens op het North Sea Jazz Festival, in Cuba, Brazilië, Zuid-Afrika.’ Maar de meeste muziek ontstond hier, tussen de boeken, planten en Delftse stoeptegels. Vorig jaar noemde het Britse Ezra Collective de lp A Safe Return van Ronald uit 1980 als een van de vijf platen die iedereen moet horen — naast Miles Davis en Art Blakey.’ ‘Ik componeer veel. Dagelijks soms wel drie stukken. Als ik een idee krijg, wil ik het meteen vastleggen. Anders is het weg. Je leert als toonkunstenaar dat het moment telt.’ Ronald gaf concerten op bijzondere plekken met zijn fluit. ‘Ik heb gespeeld op een piramide in Mexico, bij het Christusbeeld in Rio, en zelfs in een vliegende jumbo boven de Atlantische Oceaan. En ik treed regelmatig op in mijn geboorteland Suriname.’

De kroon op het werk
Het hoogtepunt? ‘Ik mocht solo spelen tijdens de slavernijexcuses in Amsterdam van koning Willem-Alexander en koningin Máxima. Dit tijdens 150 jaar Keti Koti. Daar stond ik dan, met mijn fluit, live op televisie. Niet in een band, maar als Ronald Snijders. Dat was in historisch opzicht het moment van mijn leven.’ Hij werd op zijn vijftigste koninklijk geridderd. In 2021 was er ter gelegenheid van zijn 70ste een grote expositie over hem in het Prinsenkwartier. Al 55 jaar woont hij in Delft, de stad die hij nooit verliet, maar verrijkte met zijn muziek en liefde voor schoonheid.

Foto nu: Ronald Snijders in de studio