
Het Delft van Toen: Jan van Niekerk
AlgemeenDELFT - Sommige mensen kijken naar mensen, anderen naar etalages. Jan van Niekerk kijkt omhoog. Naar gevels, dakranden, oude bakstenen en eeuwenoude constructies. ‘Als ik met iemand door de stad loop vallen alle details mij op, dat is altijd zo geweest,’ zegt hij lachend. ‘De meeste mensen kijken in etalages. Mijn aandacht is primair gericht op gebouwen.’
Door: Doris Steijger
Van de boerderij naar Delft
Jan groeit op in een boerengezin in Alphen. Als oudste zoon lijkt zijn toekomst al uitgestippeld, maar zijn vader denkt daar anders over. Hij wil dat zijn kinderen de vrijheid krijgen om hun eigen weg te kiezen. Op school moeten alle leerlingen vertellen wat ze later willen worden. Voor Jan is het antwoord verrassend duidelijk. ‘Ik wilde bouwkundig ingenieur worden,’ vertelt hij. ‘Dat had ik toen gezegd, en dat leek mij consequent.’ Die keuze brengt hem uiteindelijk naar de Technische Hogeschool Delft, destijds de enige plek in Nederland waar hij de opleiding kon volgen. Het is een grote stap voor een jongen die tegelijkertijd nauw verbonden blijft met de boerderij van zijn ouders.
Tussen koeien en boeken
Tijdens zijn studie leidt Jan een dubbelleven. Doordeweeks reist hij naar Delft voor colleges en projecten, terwijl hij in de weekenden op de boerderij helpt. ‘Het was enerzijds een hele verantwoordelijkheid,’ vertelt hij. ‘Aan de andere kant was het ook heel leuk natuurlijk. Een grote mate van vrijheid. Het was geen straf om dat te doen.’ Zelfs zijn vrijstelling van de dienstplicht weet hij te behouden omdat hij nodig is op het familiebedrijf. De combinatie van studeren en boerenwerk ziet hij nooit als een last. Beide werelden horen simpelweg bij zijn leven.
Een onverwachte passie
Hoewel Jan begint aan Bouwkunde met een brede interesse voor architectuur, ontdekt hij tijdens zijn opleiding waar zijn echte passie ligt. ‘We gingen op excursie naar een sluis,’ herinnert hij zich. ‘Maar ik merkte op een gegeven moment dat ik vergeten was om bij de groep te blijven, omdat ik was blijven kijken bij een kerkje dat ernaast stond.’ Dat ene moment zegt alles. ‘Zo groeide mijn belangstelling voor monumenten.’ Vanaf dat moment verdiept hij zich steeds verder in bouwhistorie en restauratie.
Een bijzondere studententijd
Zijn afstuderen verloopt allesbehalve soepel. Hoewel hij al een baan heeft voordat hij zijn diploma behaalt, loopt alles vast doordat zijn hoogleraar onverwacht langer met vakantie blijkt te zijn. De tijd begint te dringen en de start van zijn nieuwe baan komt in gevaar. Waar de meeste studenten waarschijnlijk in de stress zouden raken, gebeurt er iets bijzonders. Medestudenten schieten massaal te hulp. In de afstudeerkamers van Bouwkunde wordt dagenlang getekend, gekopieerd en ingekleurd. ‘Die hele verdieping was echt een eenheid van mensen,’ herinnert Jan zich. ‘Iedereen hielp mee.’ Zelfs medewerkers van de faculteit steken de handen uit de mouwen. Dankzij die gezamenlijke inspanning ligt het afstudeerwerk toch op tijd klaar. Het is een herinnering die Jan nog altijd koestert, niet alleen omdat hij zijn diploma behaalde, maar vooral omdat het liet zien hoe sterk de onderlinge verbondenheid op de toenmalige faculteit Bouwkunde was.
Het verleden lezen
Voor Jan begint iedere restauratie met onderzoek. ‘Een restauratie doe je door eerst te kijken: wat is dit voor gebouw? Daarna kijk je wat een eigenaar ermee wil. En vervolgens integreer je die twee dingen.’ Daarvoor brengt hij vele uren door in archieven. Aan de muur in zijn woonkamer hangen nog altijd historische tekeningen van Pieter Post die hij destijds gebruikte voor zijn onderzoek naar het Hofje van Nieuwkoop in Den Haag. Ze herinneren hem aan het speurwerk dat voorafgaat aan iedere restauratie. Voor Jan zijn monumenten geen stenen uit het verleden, maar levende verhalen die zorgvuldig moeten worden doorgegeven aan volgende generaties. En misschien begon dat allemaal wel op die excursie, toen een klein kerkje langs een sluis belangrijker bleek dan de bestemming van de rest van de klas.








