
Het Delft van Toen: Wim Weve
AlgemeenDELFT - Sommige mensen lopen door de Delftse binnenstad en zien winkels, terrassen en grachten. Bouwhistoricus Wim Weve ziet iets heel anders. Hij ziet muren die verhalen vertellen. ‘Mensen laten sporen na,’ zegt hij. ‘Met een huis is dat net zo. Er heeft ooit een spijker gezeten, er heeft iets gehangen. Aan al die kleine sporen kun je de geschiedenis aflezen.’
Door: Doris Steijger
Wim werd, vlak na de Tweede Wereldoorlog, in 1947 geboren aan de Nieuwe Plantage in Delft, . De wederopbouw was nog volop gaande. Zijn familie woonde tijdelijk bij zijn grootouders in. ‘Het was nog armoe,’ vertelt hij. ‘Voor het huis lag een groot grasveld en in de verte kon je de boten over het kanaal zien varen.’
Bouwkunde studeren
Op school bleek hij goed te kunnen tekenen. Toen hij nadacht over zijn toekomst wist hij eigenlijk maar één ding zeker: gebouwen fascineerden hem. Hij kiest ervoor om Bouwkunde te gaan studeren in Delft, met het idee zich later te kunnen richten op restauratie. Tijdens zijn studie verschuift zijn belangstelling langzaam van ontwerpen naar onderzoeken. Niet het maken van restauratieontwerpen, maar het begrijpen van oude gebouwen trok hem steeds sterker aan. ‘Ik ben altijd meer geïnteresseerd geweest in de onderzoekskant. Zo ben ik bouwhistoricus geworden.’
Verborgen geschiedenis
Na zijn studie werkte Wim eerst voor de Rijksgebouwendienst. Daar beschreef hij historische gebouwen voordat ze werden verbouwd. Dat gebeurde niet zonder reden. In het verleden werden bij renovaties regelmatig historische onderdelen weggebroken omdat de betrokkenen niet wisten hoe waardevol die waren. Niet veel later kwam hij terecht bij de gemeente Delft. Daar begon hij met een onderzoek naar welke panden in aanmerking kwamen om gemeentelijk monument te worden. Dat betekende veel meer dan alleen naar mooie gevels kijken. ‘Soms gaat er achter een saaie gevel een ongelooflijk interessant huis verborgen.’ Hij dook in bouwvergunningen, oude verbouwingstekeningen en als monumentenadviseur ook letterlijk de huizen zelf in. Wanneer hij voor een kelderonderzoek kwam, keek hij ook meteen op zolder. Vanuit een achterraam bestudeerde hij de achtergevels van de buren. Alles kon ooit van pas komen.
Door muren heen kijken
In de loop der jaren bouwt hij een bijna encyclopedische kennis van de Delftse binnenstad op. Dat levert bijzondere momenten op. ‘Ik was eens bij een mevrouw thuis. Op basis van een oude foto wist ik dat er achter in een wandkast een oude houten constructie moest zitten. Ze deed de kastdeur open en inderdaad: daar zat hij nog. Ze vroeg toen: ‘kunt u door muren heen kijken?’ Hij moet lachen. ‘Zo voelt het soms wel.’ Wat Wim misschien nog wel het mooiste vond aan zijn werk, was het enthousiasme van bewoners wanneer zij de geschiedenis van hun huis ontdekten. ‘Mensen hebben in Delft echt liefde voor hun stad. Als je uitlegt waarom iets bijzonder is, worden ze enthousiast. Dan halen ze historische onderdelen juist níét weg.’
Een boek over Delftse huizen
Die opgebouwde kennis dreigt verloren te gaan als hij met pensioen gaat. Zijn leidinggevende vindt dat zonde. ‘Al die kennis zit in je hoofd,’ kreeg hij te horen. ‘Ga er maar eens een boek over schrijven.’ Dat werd het boek Huizen in Delft in de 16de en 17de eeuw, dat verscheen in 2013. Het boek werd veel succesvoller dan verwacht. De eerste oplage was binnen enkele maanden bij de uitgever uitverkocht. Tweedehands exemplaren werden zelfs voor honderd euro aangeboden. Het boek laat zien hoe je aan gevels, balklagen, trappen, kelders en kapconstructies de ouderdom van een huis kunt herkennen. Niet alleen voor liefhebbers, maar ook voor studenten bouwhistorie groeide het uit tot een standaardwerk. Volgens Wim is Delft daarvoor een ideale stad. ‘Veel huizen hebben dan wel een gewijzigde of nieuwe voorgevel gekregen, maar tegelijk is Delft is ook vrijwel onveranderd gebleven. Als iemand uit 1500 hier vandaag zou rondlopen, zou hij de weg nog weten.’








