
Het Delft van Toen: Hin Oey
AlgemeenDELFT – In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog arriveerde een bijzondere groep studenten in Delft: jonge mannen en vrouwen uit Indonesië, vaak met een beurs van de Nederlandse overheid. Ze werden bekend als de Malino-studenten, genoemd naar de conferentie in Malino (1946) waar afspraken werden gemaakt over de toekomst van de kolonie en de mogelijkheid om in Nederland te studeren. Nu, bijna tachtig jaar later, onderzoekt Hin Oey hun sporen in Delft.
Wie Hin ontmoet, merkt al snel dat geschiedenis voor hem geen abstract begrip is. Als zoon van een Indochinese vader die in 1947 naar Nederland kwam en een Nederlandse moeder, groeide hij op tussen twee werelden. Nu duikt hij, met dezelfde nieuwsgierigheid als zijn vader, die een dagboek en fotoboek bijhield, in de vergeten verhalen van Indonesische studenten die na de oorlog in Delft en andere steden kwamen studeren. ‘Dit onderwerp raakte me persoonlijk. Het gaat om mensen zoals mijn vader, die hun weg moesten vinden in een nieuw land.’
Tussen twee werelden
De Malino-studenten kwamen in een periode waarin Indonesië nog volop streed voor onafhankelijkheid. Hun komst naar Nederland was niet alleen een persoonlijke kans, maar ook een politieke zet. ‘Soms werden studenten persoonlijk benaderd door ambtenaren van het ministerie,’ legt Hin uit. ‘Ze kregen de vraag: zou je in Nederland willen studeren? Het was dus meer dan alleen een beurs – het was een instrument in de relatie tussen Nederland en Indonesië.’ De studenten arriveerden zonder familie en bouwden een nieuw leven op, ver van huis. Een voorbeeld dat Hin achterhaalde is het huis aan het Jaagpad in Delft beschreven als ontmoetingspunt. ‘Er was altijd eten voor wie er kwam,’ staat er in een boek beschreven. Voor Hin maken dit soort passages de werkelijkheid achter de adressen tastbaar: ‘Dat gebeurde vaak in huiskamers zoals daar, waar samen gegeten en gezongen werd.’
Verborgen verhalen
Zijn speurwerk voert hem langs passagierslijsten, archiefdozen met studentenkaarten en Delftse jaarboeken. ‘Soms vind je opeens vijftig namen bij elkaar, omdat een hele groep tegelijk reisde. Dan gaat het opeens hard.’ Voor Delft alleen al heeft Hin 42 adressen achterhaald waar Malino-studenten woonden. Toch blijft veel in nevelen gehuld. ‘Ik weet dat ze er waren, dat ze op kamers woonden, maar details ontbreken vaak. En dat maakt het lastig. Ik ben twintig jaar te laat. Soms kan ik via kinderen of kleinkinderen nog iets reconstrueren, maar vaak blijft het bij fragmenten.’ Dat gemis aan documentatie motiveert hem des te meer. ‘Ik wil vooral de herinnering levend houden. Het is belangrijk om te weten dat er na de oorlog honderden Indonesische studenten naar Nederland kwamen, dat ze hier studeerden, vriendschappen sloten, maar ook dat hun levens vaak getekend werden door de politieke spanningen van hun tijd.’
Delft, help mee
Hin hoopt dat zijn speurwerk niet alleen archieven, maar ook herinneringen openbreekt. ‘Van 42 Indonesische Malino-studenten weten we inmiddels waar ze in Delft hebben gewoond. Zo zat er bijvoorbeeld een groep aan de Cort van der Lindenstraat 58, bij de familie Lousberg,’ vertelt hij. Toch blijft er veel onbekend. Daarom doet hij een oproep: hebben uw ouders of familie misschien Indonesische studenten op kamers gehad? Zijn er nog foto’s of documenten bewaard gebleven? Iedere herinnering kan een stukje van de puzzel zijn. Meer informatie - waaronder een lijst met de 42 Delftse adressen - is te vinden op malinobeurzen.nl, waar Hin momenteel een speciale pagina aan de Delftse Malino-studenten wijdt. Zoals zijn vader in 1947 voet zette in een onbekend Nederland, zo probeert Hin nu de voetsporen van een hele generatie zichtbaar te maken. Delft is daarin een sleutelstad. Als Hin oude foto’s bekijkt van jonge studenten, lachend in een Delftse achtertuin, ziet hij meer dan onbekende gezichten. Hij ziet een generatie die Delft even hun stad maakte - en die wacht om opnieuw verteld te worden.








