
Het Delft van Toen: Belvédère
AlgemeenDELFT – De middagzon glinstert op het glas van de biertjes op het terras. Het geroezemoes van gesprekken mengt zich met het zachte gekletter van bestek. Op de hoek van de Beestenmarkt, tussen de rijen tafels en stoelen, staat Belvédère. Een plek die inmiddels niet meer weg te denken is uit het Delftse straatbeeld. Maar twintig jaar geleden was dit nog een leeg, vervallen pand – en stonden Floor Meeuwesse en Marcel van der Reijken aan het begin van een avontuur.
Door Doris Steijger
Boven De Pieper
Het verhaal begint eind jaren ’90, wanneer Floor boven café De Pieper woont. ‘Ik ben daar 1 april komen wonen,’ vertelt ze met een glimlach. ‘En nog geen paar weken later – half april, toen nog Koninginnedag – stonden er ineens nieuwe mensen buiten met veel herrie en feest. Dat waren Marcel en zijn vrienden, die De Pieper net hadden overgenomen. Vanaf dat moment heb ik weinig uren meer geslapen.’ De avonden in de kroeg werden langer, het contact hechter. Niet veel later besloten Floor en Marcel samen De Pieper te runnen. Het werd een warm, levendig café – maar in 2003 kwam er onverwacht een nieuwe kans. ‘De brouwerij benaderde ons,’ blikt Floor terug. ‘Er stond hiernaast een pand al jaren leeg. Ze namen ons mee naar Breda, waar ze lieten zien welk concept ze voor ogen hadden. De vraag was of wij dat zagen zitten. We hoefden daar niet lang over na te denken.’
Het monument weer tot leven
Het pand verkeerde in erbarmelijke staat. In de jaren 70 werd het uitvoerig gebruikt voor feesten van de studentensociëteit Staminee. ‘Het was helemaal verrot’ zegt Floor. ‘Alleen de muren stonden nog overeind. Alles – van vloeren tot balken – moest worden vernieuwd. Wij zijn van begin tot eind bij de bouw betrokken geweest: van de lambriseringen tot de bar. Het was intensief, maar juist daardoor kon je het helemaal naar je eigen hand zetten.’
De eerste gasten
Op 8 september 2005 gingen de deuren officieel open. Het interieur, sfeervol en klassiek, is sindsdien nauwelijks veranderd. De eerste jaren waren zwaar, vooral doordat Belvédère geen eigen terras had. Op zonnige dagen bleef het binnen leeg. ‘Zonder terras kun je hier eigenlijk niet overleven,’ legt Floor uit. ‘We hebben er jarenlang voor moeten knokken, maar uiteindelijk lukte het om een eigen terras te krijgen. Toen later het hele plein als gezamenlijk terras werd gezien, konden we pas echt goed draaien.’
Van feestavonden tot stille pleinen
Belvédère heeft door de jaren heen vele gedaanten gekend. ‘We zijn een tijd feestcafé geweest,’ vertelt Floor. ‘Op vrijdag en zaterdag gingen de tafels aan de kant en ging de muziek op standje gehoorbeschadiging. Het was één groot feest.’ Maar er waren ook periodes van stilte. De coronajaren bijvoorbeeld, toen alles anders was. ‘We moesten QR-codes scannen, namen opschrijven, en mensen mochten niet eens staan op het terras. Het voelde onnatuurlijk. Je buffer verdwijnt, en pas nu – vijf jaar later – kan ik weer een beetje ademhalen.
Twintig jaar horeca levert natuurlijk ook een hoop verhalen op. Zoals de gast die na een avond uit met slechts één schoen naar huis ging. ‘We hebben ’m gevuld met snoep en er een gedicht bijgedaan. De eigenaar kwam hem later ophalen,’ lacht Floor. Of de blindenstok die ooit werd gevonden en nooit meer is opgehaald – ‘misschien een klein wonder,’ grapt ze.
Het jubileumweekend
En nu, twintig jaar later, bruist de zaak als nooit tevoren. Van 5 tot en met 7 september viert Belvédère zijn jubileumweekend. ‘We pakken drie dagen lang uit met livemuziek of een jukebox, een buitenkeuken en speciaal biertjes. Gewoon als bedankje voor de mensen en leveranciers die ons al die jaren trouw zijn gebleven.’ Terwijl de zon langzaam zakt boven de Beestenmarkt, vullen nieuwe gasten het terras. Binnenkort barst hier het feest los - niet meer op standje gehoorbeschadiging, maar met muziek, eten en de warmte van een café dat al twintig jaar een vaste plek in de stad inneemt.








