Waterpolo lijkt een zware sport, en dat is het natuurlijk ook

Algemeen

DELFT – De achttienjarige Kirsten van der Beek gaat beginnen aan haar vierde seizoen in het eerste team van waterpolovereniging d’Elft.

Het streven is om kampioen te worden. Met grotendeels hetzelfde team als vorig seizoen, toen de ploeg derde werd, is dat een reële doelstelling. Van der Beek zag haar beste vriendin Marise de Groot vertrekken naar Zoetermeer, om daar op een hoger niveau te gaan acteren. Voor haar in de plaats is er een speelster uit het tweede team overgekomen. De vertrokken keepster is vervangen door een nieuwe, die afkomstig is van De Vliet 1. Trainer Marc van den Boogert, die aan zijn derde seizoen bij Dames 1 begint, weet dus precies welk spelersmateriaal hij tot zijn beschikking heeft. Speelster Kirsten van der Beek, student Economie en Bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, werkt graag onder deze trainer. “Hij heeft een positieve werkwijze en stelt realistische doelen”, zegt ze. “Het is niet zozeer dat wij van hem kampioen móeten worden, maar we willen het zelf gewoon graag. Alle speelsters voelen zich goed onder deze trainer, al balen we aan het begin van een seizoen wel altijd van de trainingsarbeid. Het is dan vooral conditietraining, banen zwemmen dus, en minder baloefeningen. In de loop van het seizoen verandert dat natuurlijk.” 

Hoewel het niet het favoriete onderdeel van haar sportbeoefening is, weet ze heel goed dat conditietraining noodzakelijk is. Daarom heeft ze ook wel meegedaan aan de trainingen die extra in de zomerperiode werden gegeven. “Het is belangrijk om in een bepaald ritme te blijven, zodat je goed voorbereid aan de trainingen kunt beginnen”, zegt ze. “Dan kun je er meteen hard voor gaan, twee keer per week een uur.” 

Kirsten van der Beek speelt al waterpolo vanaf haar zevende. Na haar zwemdiploma’s A en B heeft ze vervolglessen gevolgd en daarna begon ze aan mini-waterpolo omdat haar broer het ook al deed. Vervolgens heeft ze de jeugdteams doorlopen, ze speelde op haar dertiende bij de senioren en ze maakte op haar vijftiende deel uit van het eerste damesteam. Terugkijkend noemt ze dat ook meteen haar mooiste seizoen. “Het was een hele eer, ik keek nog erg tegen de oudere speelsters op”, vertelt ze. “Het seizoen liep heel goed en ik leerde ook veel van mijn ploeggenoten. We eindigden dat jaar ergens bij de beste vijf.” 

Dat is de laatste seizoenen steeds zo in de eindrangschikking. Afgelopen seizoen eindigde d’Elft Dames 1 op de derde plaats. Ook toen was aan het begin van het seizoen het streven geweest om kampioen te worden. “Vooral in het begin hebben we toen aardig wat laten liggen”, zegt Van der Beek. “We waren het hele seizoen goed op elkaar ingespeeld, draaiden goed en maakten geen fatale fouten. Twee ploegen staken er echter bovenuit, die wonnen bijna alles. Ik heb wel vertrouwen in komend seizoen. Er zijn maar twee veranderingen en we hebben een goede mix van wat oudere en jonge speelsters.”

Intensieve contactsport
Bij het zien van een wedstrijd waterpolo lijkt het een heel zware sport te zijn. Schijn bedriegt in dit geval niet. Het is volgens Van der Beek inderdaad erg zwaar, vooral als beginnende speelster. “Nu heb ik er natuurlijk minder moeite mee, maar het blijft intensief”, legt ze uit. “Alleen het boven water blijven op één plaats is al zwaar. Zwemmen zelf kost natuurlijk ook moeite en dan is er nog het wedstrijdelement. Het spel ligt bij waterpolo nooit stil, dus er zijn weinig momenten van rust. Ook nu nog kom ik altijd uitgeput uit het water.” 

Tijdens al dat geweld in zo’n zwembad lijkt het onmogelijk om geen water binnen te krijgen. Dat valt mee, volgens Van der Beek. Het komt aan op techniek. Je leert al jong hoe je het binnen krijgen van water kunt voorkomen. “Het gebeurt incidenteel, bijvoorbeeld als je onderwater een trap krijgt”, zegt ze. “Het is namelijk een intensieve contactsport. Er wil nog wel eens iets gebeuren onderwater, als de wedstrijd daar naar is. Zelf ben ik absoluut niet bang voor een confrontatie. Een bloedneus is het ergste wat mij een keer is overkomen. Dan moet je er trouwens wel meteen uit, want bloed in het water mag niet.” 

Toeschouwers zullen volgens Van der Beek soms best wat van de schermutselingen onderwater mee krijgen. “Het is de sport. Maar als zoiets uit de hand dreigt te lopen, worden er meteen speelsters weggestuurd. Meteen aanpakken is belangrijk.” 

Als actief waterpoloster heeft Van der Beek erg genoten van het Nederlands damesteam dat tijdens de Olympische Spelen in Peking de gouden medaille won. Ze kon de wedstrijd niet live volgen, want ze was op vakantie. Een vriendin hield haar via sms echter volledig op de hoogte. Bij terugkomst heeft ze de wedstrijd meteen bekeken, want ze had hem opgenomen. “Heel mooi om te zien, maar het is niet met ons waterpolo te vergelijken”, zegt ze. “Bij hen gaat het veel meer op techniek. Je kunt er toch altijd wel wat van leren. Het is prachtig voor het waterpolo, we hebben het er onderling veel over gehad. Maar er hebben zich niet meteen een heleboel nieuwe leden aangemeld, hoor.”

Download de laatste krant!

Energieweg 3
2627 AP Delft

T: 015 - 214 39 12