ZIJ-KANT

Je bent al niet zo piep meer. Je wilt nog wel van alles, maar dat lukt al lang niet meer. De jaren gaan, jammer, jammer, jammer, meedogenloos tellen. Het lijf takelt zienderogen en horenderoren af.

Het is vooral hopen dat het met de geest niet dezelfde verkeerde kant opgaat. Het is immers al erg genoeg dat je er als een geest uitziet. En dan is het ook nog 's dagen en dagen bloedheet. Dat kost heel wat op hun laatste benen lopende oudjes de kop, lees je dan. Erger nog: het was zúlk mooi weer dat er 500 mensen méér zijn overleden dan in een vergelijkbare periode met betrekkelijk pokkenweer, het is zonde dat ik het zo zeg. Vooral oude mensen krijgen weliswaar de vast wel goed bedoelde raad om veel te drinken, en dan vooral water, maar dan blijkt dat goede raad duur kan zijn. Want, het kan nóg gekker, andere types die daarvoor doorgeleerd zeggen te hebben, waarschuwen dan weer dat veel water drinken als het zo heet is gevaarlijk kan zijn. Er schijnen zelfs mensen met watervergiftiging bij de Spoedeisende Hulp afgeleverd te zijn. Jazeker, watervergiftiging. En dat schijnt nog 's hun eigen schuld te zijn ook. Hadden ze maar zout moeten eten bij dat vele water achterover klokken. Maar veel zout, ik wil niet flauw doen, is toch funest voor je cholesterol en je aderen en je hart en zo? Of ben ik nou gek? Als je, zoals ik, een eenvoudige, maar oprechte boerentrien bent, dan is het toch om krankjorum van te worden?
Ja, dat ouder worden, dat weet wat. Kijk, oud worden en jong blijven, dat willen we allemaal wel. Maar ga er maar 's aan staan. Ik kan erover meepraten, al vindt niet iedereen dat even prettig. Ik heb, bij wijze van spreken dus, inmiddels de leeftijd dat ik eerst mijn gebit en mijn gehoorapparaat in moet doen om m'n man te vragen waar m'n bril ligt. En dan is het enige wat hij geïrriteerd mompelt: Bekijk 't maar. Maar dat is nou juist zo lastig zonder bril. Aan de andere kan besef ik donders goed dat ik nog helemaal niet mag mopperen. Het kan namelijk nog veel erger. Ik ken, om een voorbeeldje te noemen, een man, goed bij de pinken, keurig in het pak, heel behoorlijk pensioen, die zelfs bij het schaken buiten adem raakt. Daar wil ik toch niet mee ruilen, ook al omdat ik niet kan schaken. Ik moet ineens denken aan dat Chinese gezegde: Een man wordt pas oud als hij de hele nacht nodig heeft voor wat hij vroeger de hele nacht deed. Zal wel iets met ploegendienst te maken hebben en de hele nacht doorwerken, want daar houden die Chinezen wel van. Maar het zet je wel aan het denken. Ik geef het toe: ik ben af en toe wel 's jaloers op de jeugd van tegenwoordig. Die zit nergens mee. Die staat nergens bij stil. Ik sta het grootste deel van de dag stil, maar, moet ik toegeven, daar zit ik al lang niet meer mee…

Wiesje Gort-Droog

Download de laatste krant!

Energieweg 3
2627 AP Delft

T: 015 - 214 39 12

Meer berichten
 
CustomHtml_1