Interview Dick Rensen

Algemeen

Twaalf jaar wethouder, 'politiek dier' Dick Rensen vindt het nu wel even mooi geweest

DELFT – Sinds 1994 is Dick Rensen druk met politiek. Voor zijn partij, de PvdA. Voor Delft. Als Gemeenteraadslid. En, drie termijnen lang, als wethouder. Nu vindt hij het, voorlopig althans, tijd voor iets anders.

Rensen (48) had het behoorlijk druk met een rijk gevulde portefeuille. Als wethouder bemoeide hij zich met wonen, zorg en welzijn, met sport en volksgezondheid, met jeugd en onderwijs, met integratie en inburgering, met stedelijke vernieuwing, met onderzoek en statistiek en met het project Poptahof. Probeer je dan maar 's te vervelen. Intussen is hij dus 'wethouder met een demissionaire status', zoals dat zo mooi heet. "Nieuwe beleidsbesluiten zijn voor het nieuwe College". Afscheid nemen op het hoogtepunt, het is niet iedereen gegeven. Zijn terugtreden als wethouder ging gepaard met een tegenvallende score van zijn partij bij de Gemeenteraadsverkiezingen. "Dat raakt me enorm, ja. Ik ken de Delftse club, ik weet hoeveel hier tot stand is gebracht". Overigens: "Hoe je zo'n lokale verkiezingsuitslag moet interpreteren, dat vind ik moeilijk. Ik heb maar losgelaten dat die uitslag gerelateerd zou zijn aan wat de laatste tien jaar in Delft is gepresteerd. Wat ik wèl prettig vind, is dat Delft een progressieve meerderheid heeft. Zeker als we wat lastiger tijden tegemoet gaan, vind ik het belangrijk dat er op een verantwoorde en sociale manier keuzes worden gemaakt". 

-Dat de Gemeenteraadsverkiezingen nogal nadrukkelijk werden overschaduwd door de landelijke perikelen, is daar wel wat tegen te doen?
"Dat is wel degelijk te ondervangen, denk ik. Ik zou het niet zo vreemd vinden als de Gemeenteraadsverkiezingen niet meer overal op één dag gehouden zouden worden, maar gespreid. Dat maakt het voor landelijke politici en voor de media wat ingewikkelder om zich op de Gemeenteraadsverkiezingen te storten als niks anders dan een peiling voor de Tweede Kamerverkiezingen. Ik neem aan dat dan de thema's die lokaal spelen wat meer aan de orde komen. Nu komen we niet veel verder dan de lokale lastendruk. Neem maar een onderwerp als de zorg. Toen ik als wethouder begon, was dat in de lokale politiek een ondergeschoven kindje. Nu is het een politiek heel zware portefeuille. Dat zou best wat meer aandacht mogen hebben in het lokale debat. Dat geldt ook voor andere beleidsthema's en de verantwoordelijkheden die gemeenten daarin hebben. Daar zouden we het lokaal over moeten hebben, maar dat komt nog onvoldoende tot z'n recht". 

Dat zijn partij fikse klappen heeft opgelopen, dat laat hem dus geenszins onberoerd. Dat mag de napret die hij zelf heeft overigens allerminst drukken. "Ik kan wel zeggen dat ik als wethouder twaalf erg goede jaren heb gehad. Delft is een ongelooflijk mooie stad om te besturen. Dat heeft ook te maken met de schaal van de stad. Toch is Delft, met bijna 100.000 inwoners, wèl een echte stad. Delft is zeker geen stad zonder vraagstukken en problemen. Het is wèl een stad waar veel voor de toekomst klaar gezet moet worden. Tegelijk is het een stad die je op je duimpje kent. Waar je wat je de ene dag op het Stadhuis besluit de volgende dag één op één op straat ziet. De burgemeester is zowat elke dag in Delft te vinden. Ik zie wel 's collega's van grote steden, die zijn niet alleen met hun stad bezig, maar ook veel tijd kwijt buiten hun stad. Delft heeft wat dat betreft een mooie schaal. Kijk ik terug, dan heeft Delft grote veranderingen doorgemaakt. Daar heb ik aan mogen meewerken".

'MIJN KEUZE VOOR DEN UYL WAS TOCH WEL DEFINITIEF'
Rensen is, zoals hij het zegt, geboren onder de rook van Delft. "Strikt genomen ben ik niet in Delft geboren. Ik kom uit de polder. Tegen Delft aan". Z'n familie verdient de kost als binnenvissers. "Ik was de oudste zoon. Ik zou zelf ook binnenvisser geworden zijn. Maar daar was geen droog brood in te verdienen". Hij gaat studeren. Geschiedenis. "Moderne geschiedenis", dat wèl. "Met veel belangstelling voor Oost-Europa en Rusland". Hij verblijft een aantal maanden in Leningrad, nu Petersburg. "Om m'n scriptie af te maken. Was in de tijd van Gorbatschow. Ik sprak wel een paar woorden Russisch, ja. Ik probeer het wel een beetje bij te houden, maar toen ik er woonde sprak ik het natuurlijk beter". 

Na het afronden van zijn studie geeft hij les op twee middelbare scholen. In Geschiedenis en Economie. "Eigenlijk ben ik tot op de dag van vandaag nog in dienst bij één van die twee scholen. Strikt genomen zou ik er kunnen terugkeren".
Hij is leraar. En hij wordt langzaam, maar vooral ook zeker lokaal politiek actief. Ten bate van de PvdA. Dát hij politiek actief zou worden, mag een gevalletje erfelijke belasting heten. Sterker: "Mijn ene grootvader was een groot aanhanger van Stalin. Mijn andere grootvader van G.B.J. Hilterman, de liberale politiek commentator bij de AVRO. Ik ben wat links van het centrum terecht gekomen. Ik heb wel 's een klein uitstapje naar de PSP gemaakt. Ik vond Fred van der Spek wel een mooie vent. Tot ik hem een keer live had zien optreden. Toen vond ik hem wel heel erg buiten de werkelijkheid staan. Mijn keuze voor Den Uyl was toch wel definitief". 

Rensen is, laten we dat niet vergeten, historicus. "Een echte historicus", zelfs. "Als ik lees, is het toch vooral in en over de geschiedenis". Denk echter niet dat hij met z'n neus alleen in stokoude boeken op zoek is naar verhalen van heel, heel lang geleden. Hij mag, bijvoorbeeld, wat graag sporten. "Tijdens m'n studietijd in Leiden heb ik fanatiek geroeid. Voor de echte top kwam ik tekort, dat vond ik wel jammer. Ik was te zwaar voor de lichte acht en ik kwam tekort om de grote kerels van de zware acht te kunnen bijbenen". Nu hij het er toch over heeft: "Ik ben ook voorzitter geweest van de Nederlandse Studentensportstichting. Was in de tijd van de Harmonisatiewet, die minister Deetman wilde indienen. Invoering van die wet zou een achteruitgang voor de studenten betekenen. Heb ik een paar heel grote demonstraties georganiseerd, samen met Maarten van Poelgeest, de nu ook demissionaire wethouder in Amsterdam". 

Als jochie, weet Rensen nog wel, verdient hij toch wel de kwalificatie 'stout'. Maar: "Ik had ook wel een hoop eigen ideeën". Hij herinnert zich de rivaliteit tussen de Openbare en de Christelijke Lagere School, want meer smaken zijn er dan niet in Delfgauw. "Toen ik in de tweede zat, kwam er een nieuw schoolhoofd. Een Fries. Een grote kerel, met een grote rode baard. Die heel moderne ideeën over onderwijs had. Het traditionele rekenonderwijs vond hij debiliserend. Je moest bij hem zorgen dat je werk af was, dan had je verder veel vrijheid. Buiten schooltijd liep ik dus veel te voetballen. En ik ging met m'n vader de polder in. Ja, ik heb echt een superjeugd gehad". 

Rensen mag graag voetballen. Dat doet hij bij DVC. "Met Henk en Toos van Baarle als enthousiaste jeugdleiders". Als voetballer is hij 'bemoeizuchtig'. En: "Ik had een ijzeren conditie. Ik werd op het middenveld gezet. Ik was meestal waar de bal was. Ik was een nuttige speler. Ik had behoorlijk spelinzicht. Pikte af en toe een doelpuntje mee. Ik heb maar één jaar in de senioren gespeeld. Ik had last van m'n rug. Ben ik in de zaal gaan voetballen. Dat doe ik, met onderbrekingen, tot vandaag de dag nog steeds. Elke dinsdagavond, met een groepje vrienden. Technisch stelt het niet zo veel voor, maar we doen het wèl met heel veel bezieling".

'JE KUNT ECHT MET ELKAAR VAN MENING VERSCHILLEN' 
-Vind je dat je door al die jaren dat je politiek actief was veranderd bent?
Lacht: "Je hoopt natuurlijk dat je een stukje wijzer bent geworden". Dan: "Ik heb nog steeds een onstuitbare drive om met dingen aan de gang te gaan. Om dingen heel kritisch te bekijken. Ik ben een heel kritische beschouwer. Ik probeer verbindingen tussen zaken te leggen, vooral als het aan mensen raakt. Dat is de aard van het beestje, dat gaat er niet uit". Toch ook: "Ik heb wel meer respect gekregen voor mensen die op een wat andere manier naar de samenleving kijken. Ik heb de laatste acht jaar samengewerkt met mensen van de VVD. Ik vind het interessant me te verdiepen in denkbeelden die bij andere stromingen leven". Hij kent zichzelf. "Ik vind nog wel 's wat van veronderstelde politieke tegenstanders. Maar ik vind het, bijvoorbeeld, ook belangrijk dat mensen voor de belangen van winkeliers opkomen. Die hebben we hard nodig. Of neem de mobiliteit. Ik ben heel tevreden over de autoluwe binnenstand. Maar het is ook goed dat er critici zijn die aandacht blijven vragen voor het goed met de auto kunnen bereiken van de binnenstad". Kortom: "Ik heb wel wat meer oog gekregen voor het totaal. Dat ook anderen bijdragen aan dat totaal kunnen leveren". 

Waar het hem om gaat, is dat iedereen, als het erom gaat, "voor de stad gaat staan". Hij moet toegeven: "Je kunt echt met elkaar van mening verschillen. Dat moet in het debat en bij de stemmingen aan de orde kunnen komen. Maar je moet daarbij wèl uitgaan van het belang voor de stad. Wat ik heb geleerd , en dat wist ik niet toen ik als wethouder begon, is dat je in Delft op alle mogelijke terreinen netwerken hebt met betrokken Delftenaren. Daar kun je enorm veel baat bij hebben". Hij noemt als voorbeeld de migrantenorganisaties. "Dat zijn er wel veertien, vijftien. Daar werken we als Gemeente heel veel mee samen. Dat heeft er enorm aan bijgedragen dat die mensen hun weg in de Delftse samenleving hebben kunnen vinden. Ik ben er trots op hoe in Delft in de afgelopen twintig jaar de integratie eigenlijk ongemerkt is verlopen. Dat is eigenlijk geen item meer in de stad. Kijk maar naar waar de migranten nu in de stad wonen. Er is veel meer spreiding dan twintig jaar geleden. Kijk naar de kinderen, naar de tweede en derde generatie van de migranten. Die hebben voor het grootste deel de achterstand ingelopen. Je ziet ze nu bij bosjes in het Hoger Beroepsonderwijs en op de universiteiten terug. Ik ben ervan overtuigd dat we over een aantal jaren verbaasd terugkijken op wat we nu roepen".

'IK HEB WEL 'S EEN STOEPTEGEL DOOR M'N VOORRUIT GEKREGEN'
Hij noemt nog een voorbeeld: de verhuizing van de Dagopvang naar de Surinamestraat. "Een geweldig uitgebreid proces". Ja, dat weet hij ook wel: "De mensen konden wel aan mij aflezen dat een reactie mij in het ene geval wat makkelijker valt dan in het andere". Maar hoe het nu reilt en zeilt in de Surinamestraat, dat doet hem goed. "Er is volstrekt niks aan de hand". Dat neemt niet weg: "Ik heb er wel moeite mee dat mensen die 500 meter verderop wonen mij komen uitleggen dat het voor hun een ramp was". 

-En dat gedoe rond de buurthuizen en Breed Welzijn Delft, heb je daar last van gehad?
"Last? Vind ik een beetje een raar woord. Maar zoiets houdt me natuurlijk wèl bezig. Veel meer dan de mensen in de stad weten ben ik persoonlijk betrokken bij zulke situaties. Zeker voor The Culture heb ik veel gedaan. Maar op een gegeven moet je zeggen: Hier neem ik mijn verantwoordelijkheid. The Culture is bedoeld voor jonge mensen tot 23 jaar, iedereen die daarboven zit komt er niet meer in. En dan moet je duidelijk maken dat het dus anders gaat werken. Dan krijg je wel 's wat toegeroepen op straat, dat is een consequentie van zo'n besluit". 

-Vind je, net als de inmiddels ex-ministers Bos en Eurlings, dat actief zijn in de politiek ten koste gaat van het gezinsleven?
"Het legt er wel een stevige claim op, moet ik zeggen. Het gaat alleen als je er, zoals in ons geval, met z'n vijven achter staat. Daarbij is het wel prettig dat je als wethouder in de stad woont waar je werkt. Van het fenomeen 'wethouder van buiten' ben ik geen voorstander, bepaalde noodgevallen uitgezonderd". 

-Wat vind je van de rol van de lokale partijen in Delft?
"Die zijn heel verschillend. Ik heb twaalf jaar samengewerkt met STIP. Dat was een groot feest. Ik vind die partij echt een toegevoegde waarde hebben voor de stad. Ook met Stadsbelangen heb ik altijd uitstekend kunnen werken. Zij zijn serieus. En constructief. Maar de Leefbaren, de Onafhankelijk en hoe ze zichzelf ook noemen, het zal geen geheim zijn dat ik daar geen binding mee heb. Maar ik heb wel altijd geprobeerd tot constructieve gesprekken te komen". 

Rensen, "het wethouderschap is echt een mensenbaan", laat er geen twijfel over bestaan: hij heeft meer plezier beleefd aan zijn politieke activiteiten dan verdriet van ondervonden. "Ja, ik heb wel 's een stoeptegel door m'n voorruit gekregen, maar dat heb ik van me af kunnen zetten". Hoewel: "De dader loopt nog steeds vrij rond. Vind ik vrij typisch. Je kunt vraagtekens zetten bij hoe Justitie het bestuur beschermt". En, wil hij graag ook nog kwijt: "Delft is gezegend met een goeie, flexibele organisatie van ambtenaren". Het is maar dat u het weet. (PB)

Download de laatste krant!

Energieweg 3
2627 AP Delft

T: 015 - 214 39 12