Het Wapen van Luik
Het Wapen van Luik

Het Wapen van Luik

Algemeen

DELFT - Aan de zuidoostzijde van de Gasthuislaan bevond zich begin achttiende eeuw een bierbrouwerij met de naam Het Wapen van Luik. Deze naam was niet willekeurig gekozen, want eigenaar Gillis Fournau was omstreeks 1660 geboren in die Waalse plaats. Gillis werd officieel burger van Delft (poorter) in 1704. 

Door Jeroen Stolk

Lang heeft Fournau zijn brouwerij niet in bezit gehad, want hij verkocht zijn bedrijf al in 1709 aan Reijer van der Hout. De verkoop betrof niet alleen het onroerend goed, maar ook een indrukwekkende hoeveelheid brouwmateriaal: koperen ketels, moutmanden, bierstellingen, pompen, kolenvoorraden, een bierwagen en zelfs brandemmers. Alles wat nodig was om een brouwerij draaiende te houden. De totale koopsom bedroeg 8000 gulden, een aanzienlijk bedrag in die tijd. Opmerkelijk detail bij de overeenkomst was dat de inventaris nog getaxeerd zou worden door onafhankelijke deskundigen. De koper verbond zich ertoe de goederen tegen de getaxeerde waarde over te nemen, terwijl Fournau beloofde niets te verminderen en de brouwerij netjes op te leveren.

De brouwerij was gespecialiseerd in, hoe verrassend, Luiks bier; in de zeventiende en achttiende eeuw een bekend en gewaardeerd product. Hoewel het haar oorsprong vond in Luik werd het in veel steden na gebrouwen. Het betrof meestal een op spelt gebaseerd bier, dat bekend stond als gezond “speltbier”. De smaak, schuimvorming en lichtheid maakten het onderscheidend ten opzichte van andere bieren. Juist deze kenmerkende eigenschappen speelden een cruciale rol in het conflict dat zich in 1709 in Delft afspeelde. Bij de verkoop was door verkoper bedongen dat hij in dienst van de brouwerij zou komen en het brouwproces zou blijven leiden. Maar deze samenwerking liep al snel spaak. Van der Hout uitte ernstige klachten over de kwaliteit van het bier dat onder leiding van Fournau werd gebrouwen en klaagde hem aan wegens wanprestatie. Vier getuigen verklaarden dat zij betrokken waren bij het brouwproces. Zij bevestigden dat Fournau had beloofd Luiks bier te brouwen van dezelfde kwaliteit als voorheen. Maar volgens de getuigen voldeden de brouwsels hier totaal niet aan. 

Fournau’s eerste brouwsel mislukte; het miste smaak en karakter. Het tweede was zelfs van nog mindere kwaliteit en leek op gewoon, inferieur bier. Ook een derde en vierde poging mislukte, ondanks herhaalde beloften van Fournau om verbetering te brengen. Wat vooral opviel, was het ontbreken van de kenmerkende eigenschappen van Luiks bier: de juiste smaak, het schuim (seeff) en de lichte, frisse aard. Voor een product dat juist om die kwaliteiten bekend stond, was dat een ernstige tekortkoming. De teleurstelling van Van der Hout was groot. Hij voelde zich misleid en sprak Fournau hierop aan. Volgens de getuigen liep de spanning hoog op, waarbij Van der Hout Fournau zelfs beschuldigde van bedrog. Fournau bleef echter volhouden dat hij het bij een volgende poging zou verbeteren. 

Dit conflict staat niet op zichzelf. In de achttiende eeuw verkeerde de Delftse bierindustrie in zwaar weer. Waar bierproductie eerder een pijler van de lokale economie was, nam het aantal brouwerijen sterk af. De invloedrijke familie Van Berckel trachtte samen met andere brouwers het verval te beheersen. Zij kochten noodlijdende brouwerijen op, waaronder Het Wapen van Luik, die uiteindelijk in 1727 werd ontmanteld. 

Vaak werd bij verkoop vastgelegd dat er nooit meer een brouwerij in het pand gevestigd mocht worden, om zo het marktaandeel van de overgebleven brouwers te beschermen.