
Dubbel Delft 31/1
Algemeen Dubbel DelftDELFT - Wie even inzoomt op deze foto van de Brabantse Turfmarkt, waant zich in een Delft dat de naoorlogse jaren inrolt. Voor de gevels staan auto’s met ronde vormen en veel chroom – typisch jaren vijftig, misschien al een vleugje vroege jaren zestig. Een lichte sedan rijdt langs de fotograaf, een keverachtige wacht aan de stoeprand. Links zit Slagerij Valkenburg, een begrip in Delft. Door het etalageraam zie je de toonbank en een volle vitrine; buiten staat een fiets tegen het raam, alsof de eigenaar ‘zo terug’ is van een snelle boodschap. De letters op de luifel zijn wat verbleekt, maar de naam blijft herkenbaar. Net daarnaast lonkt de moderne verleiding: een Simca-dealer. Op de stoep staat ook een ouderwetse benzinepomp; twee mannen buigen zich eroverheen, alsof tanken nog een ritueel is: slang pakken, dop eraf, meterstand lezen. Mobiliteit wordt hier letterlijk bijgevuld. De Brabantse Turfmarkt draagt die dubbele identiteit al eeuwen. Turf was ooit de brandstof van de stad: gedroogd veen dat in grote hoeveelheden werd aangevoerd om huizen te verwarmen en ovens te stoken. Delft lag aan een netwerk van vaarten en grachten; schuiten konden aanleggen, lossen en handelen langs de kade. Het woord ‘Brabantse’ verwijst waarschijnlijk naar de herkomst van een deel van die turf: brandstof uit het zuiden vond via waterwegen zijn weg naar Holland. Waar nu stoepen en winkelpuien zijn, stonden vroeger stapels turf te drogen. Toen steenkool, gas en elektriciteit het overnamen, verdween de turfhandel, maar de plek bleef een straat van handel en diensten. En de zaterdagse markt. Wie vandaag over de Brabantse Turfmarkt loopt, hoort vooral fietsen en terrasgeluid. Maar de naam blijft een geheugensteuntje: deze plek was ooit een markt voor warmte en later een markt voor glimmende Simca’s.








