
Dubbel Delft 29/11
Algemeen Dubbel DelftDELFT - Een bijna windstille zaterdagmiddag op de Markt, 6 juni 1936. Geen terrassen, geen toeristen, geen verkeersborden. Alleen een paar fietsers, wat winkelend publiek en een zwerm duiven die het ruime plein tot hun eigen domein hebben gemaakt. Op de achtergrond staat de Nieuwe Kerk in de steigers. Er wordt gerestaureerd; houten stellages klemmen zich tegen de gevel, alsof ze de oude kerk overeind willen houden. Voor de deuren fietsen mensen voorbij, alsof het de normaalste zaak van de wereld is om langs een monument te rijden dat al eeuwen naar hen terugkijkt. Links staat een jongen in knickerbocker en lange kousen, een pet schuin op het hoofd. Rechts, in het volle licht, het meisje dat we kennen als Irene Jeidels, dan zeven jaar oud. Met haar lichte jurkje, zonnehoedje en glimmende schoenen lijkt ze zo uit een kinderboek weggelopen. Ze kijkt naar de duiven aan haar voeten; de stad rond haar oogt groot en leeg. Irene liep op zaterdagmiddagen vaak met haar vader Kurt van de Julianalaan naar de binnenstad. Kurt had altijd zijn camera bij zich; je wist immers nooit wat je tegenkwam. Zo kwamen vader en dochter niet alleen met boodschappen thuis, maar ook met unieke foto’s waar, bijna negentig jaar later, nog altijd met plezier naar wordt gekeken. Op de nieuwe foto is Hugo de Groot duidelijk te zien; ooit hadden Irene en de duiven dit deel van de Markt nog even helemaal voor zichzelf. Helemaal rechts is de Oude Langendijk, met kleinere panden; veel ervan later gesloopt of vervangen. Zo vangt deze foto een Delft dat tegelijk herkenbaar en ver weg is. De Nieuwe Kerk staat er nog, de Markt is nog steeds het hart van de stad. En Irene zelf is er ook nog - inmiddels hoogbejaard - terwijl het meisje met het zonnehoedje tussen de duiven definitief bij de Delftse geschiedenis is gaan horen.








