Afbeelding
Foto: Tiemen vd Reijken

Dubbel Delft 17/1

Algemeen Dubbel Delft

DELFT - Je staat op het Doelenplein en je ziet het bijna vanzelf voor je: een plein waar ooit het geluid klonk van exerceren. Schutters die hun pas hielden, trommels die het ritme gaven. En precies daar, waar later de Stads Doelen stond, schuift Delft langzaam van “oefenen” naar “opvoeren”. Alsof de stad op een dag dacht: we kunnen ook iets anders laten zien dan spierballen. Maar het Delftse theatergevoel is veel ouder dan dat plein. Sommige sporen leiden terug naar de Middeleeuwen, naar processies met spelelementen. En dan die bijna filmische scène: in 1496 een Paasspel in de Grote Kerk, met een stelling die eerst gebouwd moest worden. En ook de Waag doet mee. Niet alleen wegen en handelen, maar ook woorden. Rond 1554 wordt de zolder verhuurd aan rederijkerskamer De Rapenbloem: amateurkunst met een missie. Pas veel later, in de achttiende en negentiende eeuw, wordt theater langzaam een beroep. En dan de Stads Doelen: in 1828 besluit de gemeenteraad tot een flinke verbouwing, en in 1831 gaat een complex open met schouwburg, concertzaal, koffiekamer en zelfs een dienstwoning. Theater als klein dorp in één gebouw. De komst van de Koninklijke Academie (de voorloper van de TU) helpt mee: studenten brengen nieuwsgierigheid, debat, en af en toe een tikje bravoure. En met Kunst aan het Volk (1918) wordt kunst óók iets voor arbeiders: cultuur krijgt bredere schouders. Dan komt de jaren tachtig: bezuinigingen, twijfels, discussies. De Stads Doelen verdwijnt in 1988 - met de grond gelijk, maar niet uit het geheugen. Onderzoek zegt wat Delftenaren al wisten: we willen best naar het theater, als het maar goed is. In maart 1991 valt het besluit voor nieuwbouw in De Veste. En zo blijft Delft doen wat het al eeuwen doet: ruimte maken voor spel. En natuurlijk voor gezelligheid op het Doelenplein.

Afbeelding