
Dubbel Delft 24/1
Algemeen Dubbel DelftDELFT - Wie deze foto even rustig laat binnenkomen, ziet Delft in een typisch ‘tussenstadium’. Links het water: stil, breed, bijna alsof het niets met haast te maken wil hebben. Rechts de rijbaan: strak asfalt, lantaarnpalen in het gelid, een enkele auto die doorrolt. En in het midden: een open, betonnen snede door de aarde; de Irenetunnel in aanbouw. Bovenin dendert het dagelijks leven gewoon door: een trein, hoog en droog, alsof er niets aan de hand is. Dat is precies het punt. Toen de spoorlijn nog bovengronds door Delft liep, was die baan een soort ruggengraat én een barrière. Overwegen dicht, slagbomen omlaag, verkeer dat zich ophoopt. Delft kende het ritueel: wachten, zuchten, weer optrekken. En intussen groeide de stad, groeide het autoverkeer, groeide de behoefte aan ‘doorstroming’. Zo’n woord dat klinkt als een beleidsnota, maar in de praktijk vooral betekent: minder stilstaan. De Irenetunnel was een oplossing van beton en logica: laat de treinen boven, en leid het verkeer eronderdoor. Jaren na de bouw kwam de volgende fase: een nieuwe verdiepte bak om ook de tram ruim baan te geven. Die werd gebouwd naast de rijbanen. Een fietser rijdt er bijna achteloos langs, alsof hij wil laten zien dat de stad zich niet laat imponeren door grote plannen. Zo’n tunnel is meer dan een doorgang. Het is een stukje tijdgeest. De jaren waarin Delft, net als zoveel steden, kruisingen wilde ontwarren: water hier, spoor daar, auto’s en fietsen ieder hun baan. En natuurlijk had het bouwwerk een naam die past bij die periode: Irene, een vleugje koninklijk, een beetje modern. Vandaag is de wereld eromheen opnieuw veranderd. De treinen zijn inmiddels zelf ondergronds gegaan en de Spoorzone heeft Delft een ander hart en ruimte gegeven. De Irenetunnel verdween. Wat blijft is de Ireneboulevard.








