
Dubbel Delft 18/1
Algemeen Dubbel DelftDELFT - Delft is altijd een stad geweest waar het economisch gezien voor de wind gaat. En wordt er gehandeld, dan heb je vervoer nodig. Na de handkar, paard en wagen en de eerste automobielen kwam de trein. De eerste plannen om de rails aan te leggen zijn uit 1840 van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, die wilde de rails aanleggen vanuit de toenmalige Krakeelpolder. Delft had de trein liever dichter bij het centrum en stelde een stuk grond ter beschikking net buiten de stadswal. Herbergier Jacob van der Gaag gooide roet in het eten: hij was eigenaar van een stuk grond waar de treinrails doorheen zou moet gaan. Zakenman Crommelin zag winst: hij kocht het stuk grond en wilde het ruilen voor een station bij Heemstede. Dat wilde de HIJSM niet, maar ook Crommelin hield zijn poot stijf. De oplossing was slim: de rails werd voor veel geld, en met scherpe bochten, om het bewuste stuk grond aangelegd. De ‘Kromme Lijn’ was geboren. Uiteindelijk verkocht Crommelin het zwaar betwiste stuk grond. Om een stad aan alle kanten goed bereikbaar te houden ontstond de spoorwegovergang, ofwel een overgang. Die zijn er in bewaakte en onbewaakte uitvoering. Bijna alle overwegen zijn in Nederland bewaakt, oftewel voorzien van automatische slagbomen. Onbewaakt, alleen voorzien van waarschuwingsborden, zijn er in ons land nog een kleine honderd. In een drukke stad als Delft wordt het spoor honderden keren per dag gekruist, zowel door zakelijk verkeer, inwoners, toeristen en studenten. In de jaren zestig waren er een aantal, nog gelijkvloerse, spoorwegovergangen, zoals de overgang tussen de Schoolstraat en de van Gaalenlaan, wat een goede verbinding was tussen de Olofsbuurt, Hof van Delft en de binnenstad. Naar onder andere het Prinsenhof en de ziekenhuizen Hippolytus en Bethel.








