Foto: Koos Bommelé.
Foto: Koos Bommelé.

Hemd van het Lijf: Henny Muilman

Algemeen Hemd van het lijf

Henny Muilman, al sinds de lagere school bekend als Uiltje, is een geboren en getogen Delftenaar en organiseert een rommelmarkt in de Poptahof.

Waarom hier op de foto?
Vanaf april tot eind september organiseer ik elke zaterdag een rommelmarkt in de Poptahof, samen met een maatje van me - John Kinds.

Hoe lang doet u dat al?
Zo’n zes jaar geleden. Ik had een eigen bedrijf in de kassenbouw, maar toen ik 64 was, werd het me te zwaar en ben ik gestopt. Toen heb ik drie maanden niks gedaan, en toen kwamen de muren op me af. Eerst reisde ik voor mijn werk de hele wereld over, en ineens zat ik thuis. Dat werkte niet. Ik kan niet stilzitten, ik ben altijd actief.

Hoe kwam u dan op het idee voor de rommelmarkt?
Mijn vrouw had een groothandel in marktspullen. Toen zij ziek werd, moest dat allemaal ergens opgeslagen worden. Toen ik stopte met werken, dacht ik: dat moet ik toch een keer kwijt, al die spullen. Ik kwam toen John tegen, die in de Wippolder een rommelmarkt organiseerde. Hij kon wel wat hulp gebruiken, en ik had een idee voor een betere locatie.

Hoe ziet de rommelmarkt er uit?
Het is ontzettend gezellig. Je kunt het een beetje vergelijken met de kleedjesmarkt op Koningsdag. Mensen mogen ook een tafel neerzetten om hun spullen op uit te stallen. Om een uur of 10 zetten we de radio aan. Het enige jammere is dat we geen koffie mogen verkopen, volgens de vergunning. Dat moeten de mensen zelf meenemen, anders hebben we ook nog een horecavergunning nodig. Maar als het heel heet is, dan gaan we even langs de supermarkt en delen we flesjes water en ijsjes uit.

Zitten er veel afspraken aan die vergunning verbonden?
We hebben een aantal afspraken. We gaan pas vanaf 8 uur stipt het veld op en om half 4 moeten we weer opruimen. We zijn een tijdje om 7 uur al begonnen, maar toen kregen we wat klachten van omwonenden over geluidsoverlast. Toen hebben we de aanvangstijd naar 8 uur verplaatst, want we vinden het erg belangrijk om rekening te houden met de buurt. Verder houd ik na afloop ook goed in de gaten dat er geen rommel blijft liggen en dat we het rustig houden.

Hoeveel verkopers staan er gemiddeld?
Om de vergunning eruit te krijgen, moeten we tien verkopers hebben. Dat lukt meestal wel. Als het heel mooi weer is, staan er zo’n twintig, vijfentwintig mensen, maar er is in principe ruimte voor wel honderd kleedjes. Wie een kleedje neer wil leggen, betaalt vijftien euro. We hebben een aantal vaste staanders, maar mensen kunnen ook gewoon langskomen en hun spullen verkopen. De vaste staanders krijgen aan het eind van het jaar een etentje van ons, van het geld dat we nog overhebben. We willen er namelijk niks aan verdienen. Alleen de vergunning moet betaald worden.

Wat vindt u het leukst aan de rommelmarkt?
Het is ontzettend gezellig en iedereen is welkom. Jong en oud komt langs, ook Delftenaren die ik nog van tientallen jaren terug ken. Ik vind het leuk om mensen bij elkaar te brengen. In de Poptahof is zo’n zestig, zeventig procent van de bewoners buitenlands. Ik vind het belangrijk dat het tussen de Hollanders en de buitenlanders goed botert. Zo’n rommelmarkt werkt perfect. Ik vind het ook leuk om mensen aan mooie spullen te helpen voor een klein prijsje. Ik heb namelijk nog steeds dozen vol liggen van de marktgroothandel, en daar maak je mensen met een klein budget hartstikke blij mee.

Als ik burgemeester van Delft was…
…zou ik meer doen voor de jeugd in Delft. Er wordt veel te weinig voor de jeugd gedaan. In mijn tijd waren er veel meer clubhuisjes, popfestivals, plekken om te biljarten… Dat soort dingen. Nu kan de jeugd nergens terecht, en daar komt de narigheid uit voort. Wat ik ook zou organiseren, zijn informatieavonden. Over drugs en over geweld, bijvoorbeeld. Ouders horen daar natuurlijk op te letten, maar hulpverleners moeten er ook over praten. Ik ben ook geen lieverdje geweest, maar tegenwoordig lopen jongeren met messen op zak. Als ze wat te doen hebben, en als er met ze gepraat wordt, kan er een hoop rotzooi voorkomen worden.