Dubbel Delft: 21/5

DELFT – In voorbije eeuwen was er nog geen wetgeving voor de ‘leefomgeving’. Die is er nu wel; hoewel je daar in de wijde omgeving van fastfoodketens aan zou twijfelen. Vroeger was bijvoorbeeld de gracht een handig afvoerkanaal. Riolering was er amper en je moest je rotzooi toch ergens kwijt. En er waren vierpotige vuilverwerkers, beter bekend als varkens. Die zag je dus veel op plekken waar wat te eten was, bijvoorbeeld in de buurt van branderijen waar ze gevoed werden met spoeling, een afvalproduct van het maken van sommige alcoholische versnaperingen. Of er in de Trompetstraat ook varkens rondliepen is niet bekend, maar feit is dat de straat rond 1350 ‘Varkenssteeg’ werd genoemd. Was wel lastig als je bezoek kreeg, moest je steeds uitleggen dat het niets met de bewoners te maken had. Eeuwen later werd het de Sint Urselenstraat, afgeleid van de patroonheilige van de Nieuwe Kerk. Vanuit de straat heb je een goed zicht op het ‘koor’ van de kerk en de toren. Ooit was naamgeving simpel: stel je had een laantje waar de familie Rontberg woonde. Ze woonden daar als eerste en al snel kreeg het de naam ‘Laantje van Rontberg’. Of bewoners van een wijk (de ‘volksmond’) gebruikten een naam die vanzelf inburgerde. Zoals bijvoorbeeld het Madelaantje. Een doodlopend stukje Parallelweg dat eindigde bij het hek van de van der Madeschool, de toenmalige Lagere Technische School. De Gemeente stelde in 1859 voor om straten te voorzien van een straatnaambordje, dat leek handig om een straat te kunnen vinden. De heren die er over gingen vonden het eigenlijk niet zo nodig - iedereen weet toch waar welke straat ligt - maar gingen toch akkoord. Een van die heren was ook gemeenteraadslid, en had een eigen ijzergieterij. Zou nu niet meer kunnen, maar hij maakte de eerste straatnaambordjes. Terug naar de Varkenssteeg. Op de hoek met het Vrouwenregt woonde ooit een trompetter, iemand die trompet speelt. Misschien wel Jan Klaassen. Die had een van zijn trompetten als uithangbord aan de gevel gespijkerd, en dus bepaalde weer de ‘volksmond’ dat die straat dus de Trompetstraat ging heten. Meerdere bewoners speelden hier op in door hun huis ‘Schuyftrompette’, ‘Drie Trompetties’ of ‘De Trompet’ te noemen. Wie weet woont er nog wel ergens een trompetter in de straat…

Meer berichten
 
CustomHtml_1