
Mobiliteitshubs moeten groeiend Delft leefbaar houden
AlgemeenDELFT - Delft groeit. De stad krijgt er de komende jaren duizenden inwoners, arbeidsplaatsen en bezoekers bij. Dat is goed nieuws voor de economie en de levendigheid, maar het zet ook de openbare ruimte onder druk. Meer auto’s in een compacte stad betekent meer parkeerdruk, minder ruimte voor groen en een toenemende strijd om elke vierkante meter. Met de nieuwe Hubvisie 2040 wil de gemeente daar richting aan geven.
De visie, die aansluit bij het Mobiliteitsprogramma Delft 2040, zet in op een stadsdekkend netwerk van mobiliteitshubs: plekken waar verschillende vormen van vervoer samenkomen. Denk aan deelauto’s, deelfietsen, scooters, laadpalen, fietsenstallingen en aansluitingen op bus of tram. Door vervoer te bundelen op strategische locaties moet Delft bereikbaar én leefbaar blijven.
Slim omgaan met ruimte
Volgens het college is ingrijpen noodzakelijk. Zonder maatregelen neemt het ruimtebeslag door auto’s verder toe, wordt de stad minder toegankelijk en komt de leefkwaliteit onder druk te staan. Deelmobiliteit is al beschikbaar, maar het aanbod is nog versnipperd en niet stabiel genoeg om structureel bij te dragen aan de mobiliteitsopgaven. De Hubvisie 2040 moet daar verandering in brengen. Het doel is helder: duurzame verplaatsingen versterken, parkeerdruk verminderen, de beschikbare ruimte efficiënter gebruiken en zo de stad prettiger maken om in te wonen. Wethouder Martina Huijsmans benadrukt in haar voorwoord op de visie dat er geen sprake is van een dwangmiddel. “Delft wil een stad zijn waar mensen gezond, veilig en duurzaam kunnen wonen, werken en leven. Met ruimte voor groen, wandelen, fietsen en om elkaar te ontmoeten”, aldus de wethouder. “Maar Delft is een kleine stad en het aantal inwoners groeit. We moeten dus slim omgaan met de ruimte en met het vervoer.” Hubs maken het makkelijker om over te stappen van het ene vervoermiddel op het andere en verminderen de afhankelijkheid van de eigen auto. Tijdens de commissievergadering Ruimte en Verkeer van vorige week onderstreepte Huijsmans dat nogmaals. De Hubvisie 2040 verplicht Delftenaren niet om hun auto weg te doen, maar werkt alternatieven uit. Daarbij kijkt het college ook naar particulier deelvervoer en naar manieren om deelmobiliteit betaalbaar te houden. Wethouder Frank van Vliet lichtte toe dat meer deelvervoer uiteindelijk kan leiden tot minder auto’s op straat en dat de kans groter is dat je met een deelauto in je eigen straat kunt parkeren.
Steun en nuances
In de commissievergadering bleek steun voor het idee van mobiliteitshubs, maar werden ook nuances aangebracht. De ChristenUnie riep het college op bewoners te stimuleren hun eigen auto vaker te delen. GroenLinks ziet kansen om hubs ook in te zetten voor maatschappelijke doelen. De PvdA en de SP vroegen nadrukkelijk aandacht voor betaalbaarheid en toegankelijkheid. Hubs mogen geen voorziening worden voor alleen hogere inkomens, klonk het. Investeren in deelmobiliteit mag bovendien niet ten koste gaan van het openbaar vervoer, waarschuwde de SP. STIP pleitte voor ruimte voor buurtinitiatieven en een werkgeversaanpak, zodat werknemers vaker gebruikmaken van deelvervoer. Volt en D66 spraken hun tevredenheid uit over de koers van het college. Hart voor Delft vroeg om maatwerk. Wat in de binnenstad logisch is, hoeft dat volgens de fractie niet automatisch te zijn in andere wijken. Het CDA legde de nadruk op kaderstelling en financiële borging. Middelen voor hubs moeten wat hen betreft binnen het bestaande mobiliteitsprogramma vallen, zodat de raad grip houdt. Fractie Grobben/Koelewijn stelde vragen over de rol van de raad en de status van de visie. Meerdere partijen kondigden aan tijdens de raadsvergadering van 5 maart met moties te komen.
Uitvoering
De Hubvisie 2040 is ‘kaderstellend’. Dat betekent dat deze richting geeft, maar dat concrete hubs per project worden uitgewerkt en opnieuw aan de raad worden voorgelegd. De visie bevat wel een uitvoeringsprogramma tot 2030, waarin staat welke acties Delft de komende jaren onderneemt en hoe hubs worden gekoppeld aan gebiedsontwikkelingen en parkeeropgaven.







