Foto: Koos Bommelé
Foto: Koos Bommelé

Koers naar toekomstbestendig openbaar vervoer

Algemeen

DELFT - Met de ‘Visie en Strategie Openbaar Vervoer 2040’ wil Delft de komende vijftien jaar een grote stap zetten naar een toekomstbestendig en toegankelijk mobiliteitssysteem. Tijdens de commissievergadering Ruimte en Verkeer van dinsdag 14 oktober bleek brede steun voor die ambitie, maar ook de nodige zorgen over uitvoering, betaalbaarheid en zeggenschap. 

Het openbaar vervoer staat aan de vooravond van veranderingen. De huidige busconcessie loopt tot 2030, maar Delft wil nu al haar visie klaar hebben om invloed uit te oefenen op de nieuwe afspraken die de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) als vervoersautoriteit gaat maken. Delft wil daarbij inzetten op een beter samenhangend netwerk, dat niet alleen gericht is op de treinreiziger, maar ook aantrekkelijk wordt voor korte, binnenstedelijke ritten. In de visie wordt het huidige radiale systeem – waarbij alle lijnen eindigen bij station Delft – omgevormd tot een netwerk van transversale lijnen die de stad kruisen. Daardoor hoeven reizigers niet altijd meer over te stappen bij het station. Ook wordt gesproken over een extra regionale oost-westverbinding via station Delft Campus, zodat reizigers sneller tussen de zuidvleugel van de MRDH en Delft kunnen reizen. Daarnaast wordt gewezen op investering in aantrekkelijke en herkenbare haltes. “Voor een echt integraal mobiliteitssysteem wordt bij de haltes ook rekening gehouden met de overstap op andere vervoerswijzen, zodat het openbaar vervoer ook als onderdeel van een ketenreis aantrekkelijk is.”

Delfthopper en trams
Tijdens de commissievergadering kreeg de Delfthopper – de flexibele minibussen van vervoerder EBS – veel aandacht. Reizigersvereniging Rover Delft pleitte voor meer haltes en betere informatie, zodat meer inwoners weten hoe ze dit vervoermiddel kunnen gebruiken. De PvdA onderschreef dat en vroeg opnieuw om betere halte-informatie, iets wat de partij al eerder heeft aangekaart. D66 en de ChristenUnie verschilden van mening over de toekomst van de Delfthopper. Waar D66 juist vroeg om een uitbreiding om de binnenstad beter te ontsluiten, stelde de ChristenUnie dat het project moet worden stopgezet als het niet aanslaat. Ook de tramlijnen kwamen ter sprake. STIP stelde voor dat wethouder Martina Huijsmans bij de MRDH het gesprek aangaat over de verlenging van tramlijn 1 richting Delft Campus. Het CDA benadrukte het belang van behoud van diezelfde lijn richting Den Haag én sprak de ambitie uit voor een derde tramlijn op de langere termijn.

Uitvoerbaarheid
Hoewel de meeste fracties de visie een goede basis vonden, vroegen partijen zich ook af hoe realistisch de plannen zijn. Volt wees op het tekort aan personeel in de OV-sector en de noodzaak om ook de betaalbaarheid van reizen mee te nemen. De VVD miste een duidelijk overzicht van planning en budgetten en drong aan op een actievere rol van Delft binnen de MRDH, zodat de stad haar belangen beter kan verdedigen. Hart voor Delft pleitte bovendien voor democratische legitimiteit en meer betrokkenheid van de raad bij MRDH-besluitvorming.

Gefaseerde aanpak
De visie zet in op een gefaseerde aanpak. Tot 2030 ligt de nadruk op optimalisatie binnen de bestaande concessie, met het verbeteren van de bediening van de campus, het verbinden van de wijken Voorhof en Buitenhof via station Delft Campus naar het Innovatiedistrict Delft, het ontsluiten van woon- en werklocaties die in de afgelopen jaren zijn ontwikkeld, en zorgen voor veilige routes naar haltes. Vanaf 2030 moet het vernieuwde netwerk vorm krijgen, inclusief de oost-westverbinding en verdere groei van station Delft Campus als tweede vervoersknooppunt. 

Op donderdag 6 november praat de raad verder over dit voorstel. Diverse fracties kondigden aan te overwegen moties en amendementen in te dienen om de visie concreter te maken.