Foto: Koos Bommelé
Foto: Koos Bommelé Foto: KOOS BOMMELE

Delft zet voetganger op één

Algemeen

DELFT – Ruime stoepen, veilige wandelstraten en een stad die meer uitnodigt tot lopen: dat is de kern van de beleidsnotitie ‘Voetganger op 1’, die binnenkort door de gemeenteraad wordt behandeld. Het plan geeft concreet vorm aan een ambitie die al in het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 werd vastgelegd: de voetganger prioriteit geven in de inrichting van de stad. Het document moet richting geven aan toekomstige projecten en keuzes rond mobiliteit en leefbaarheid. 


Delft groeit de komende jaren in zowel inwoners als arbeidsplaatsen. Die groei leidt onvermijdelijk tot meer verkeer en meer druk op de toch al schaarse ruimte. Volgens de gemeente is het daarom tijd voor een fundamentele mobiliteitstransitie. De stad moet slimmer omgaan met de ruimte die er is, en dat betekent in dit geval dat de voetganger voorop komt te staan.

De beleidsnotitie onderstreept dat lopen niet alleen bijdraagt aan bereikbaarheid, maar ook aan gezondheid en ontmoeting. Meer ruimte om te lopen stimuleert beweging, vermindert eenzaamheid, maakt de stad toegankelijker voor ouderen en mensen met een beperking, en biedt letterlijk ruimte voor vergroening. Ook de lokale economie profiteert: voetgangers blijven langer in winkelgebieden en besteden meer in de stad, aldus de gemeente.

STOMP
De notitie kiest voor het zogenoemde STOMP-principe: Stappen, Trappen, OV, MaaS, Privéauto. Bij de inrichting van de stad wordt dus eerst gekeken naar de voetganger, vervolgens naar de fietser, openbaar vervoer, deelmobiliteit en pas op het einde naar de privéauto.

Een onderdeel van het beleid is het streven naar ruime stoepen. Delft wil daarbij verder gaan dan de gemiddelde richtlijnen. Voor het basisnet wordt gestreefd naar een doorloopruimte van 2,20 meter, voor het wijknet naar 2,50 meter, op hoofdroutes naar 3,10 meter en op de drukste wandelroutes zelfs naar vier meter. Ook groene routes krijgen aandacht, zodat ook daar voldoende ruimte is voor wandelaars met bijvoorbeeld een hulpmiddel. 

Dat betekent overigens niet dat de auto uit Delft verdwijnt. De gemeente benadrukt dat maatwerk leidend blijft. In bepaalde delen van de stad blijft de auto een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld voor de bereikbaarheid van bewoners of bedrijven. Maar op plekken waar verblijfskwaliteit en ontmoeting centraal staan, krijgt de voetganger nadrukkelijk voorrang.

Richting
De notitie noemt bewust nog geen concrete projecten. Het gaat in deze fase om een beleidskader waarbinnen de komende jaren keuzes zullen worden gemaakt. Die keuzes krijgen een plek in de Adaptieve Mobiliteitsagenda. Daarbij wordt ook berekend wat het financieel en praktisch betekent om het beheerniveau van voetpaden te verhogen om de toegankelijkheid van voetpaden in Delft te verbeteren.

Omdat niet alles tegelijk kan worden aangepakt, kiest de gemeente voor prioritering. De gemeente onderscheidt vijf netwerkniveaus waarop maatregelen worden genomen: het hoofdnet, de voetgangersdomeinen, het basisnet, de groene routes en ommetjes, en tot slot het wijknet. Daarnaast hanteert Delft de zogenoemde beloopbaarheidspiramide. Die piramide geeft richting aan keuzes door te kijken naar toegankelijkheid, bereikbaarheid, veiligheid en aantrekkelijkheid. Locaties waar helemaal nog geen voetpad ligt maar waar dit wel gewenst is, de zogenoemde ‘missing links’, krijgen als eerste aandacht. Daarna komen verbeteringen aan bestaande routes aan bod. Zo wil de gemeente stap voor stap een voetgangersnetwerk realiseren dat niet alleen praktisch bruikbaar is, maar ook uitnodigt om te wandelen.

Participatie
Bij de planvorming en het vaststellen van werkzaamheden worden bewoners en stakeholders betrokken, is te lezen in de beleidsnotitie. “Het is namelijk belangrijk om te weten hoe gebruikers en omwonenden een plek ervaren en gebruiken zodat de inrichting daarop kan worden afgestemd. Participatie is belangrijk om draagvlak daarvoor te creëren en vast te stellen waar nog verandering nodig is en wat voor verandering gewenst is. Nadat eventuele maatregelen genomen zijn is het belangrijk om voldoende handhaving in te zetten om de voetgangersvriendelijkheid te waarborgen.”

Levendig debat
In de oordeelsvormende vergadering van de commissie Ruimte en Verkeer leidde het voorstel vorige week tot een stevig debat. Discussie ontstond onder meer over de vraag of er in de binnenstad een fietsverbod zou moeten gelden om voetgangers meer ruimte te geven. STIP keerde zich hiertegen af. Het CDA legde de nadruk op veilige looproutes naar scholen. Hart voor Delft pleitte voor extra zebrapaden, maar wethouder Martina Huijsmans waarschuwde dat dit vaak leidt tot schijnveiligheid. 

De partijen hadden uiteenlopende opvattingen over het voorstel. GroenLinks kondigde een amendement aan om het begrip ‘voetgangersgeluk’ op te nemen in het voorstel. De PvdA wees met foto’s van opgebroken straten op de slechte situatie bij wegwerkzaamheden en wil dat aannemers verplicht worden voetgangers veilig om te leiden. De VVD stelde vragen over de betaalbaarheid van bredere stoepen en meer groen. Onafhankelijk Delft pleitte voor een voetgangersapp met veilige wandelroutes. Als de voetganger op één wordt gezet, betekent dat volgens Volt ook dat het openbaar vervoer goed op de voetganger moet aansluiten. De ChristenUnie ziet in het voorstel een kans voor een menselijke en leefbare stad, maar stelde onder meer vragen over de betrokkenheid van inwoners. 

Niet alle fracties zagen positieve punten in het voorstel. De SP veegde de vloer aan met het plan en vindt het zinloos, geldverspilling en onder de maat. Volgens de partij ontbreken concrete voorstellen en gaat het vooral om hobbyprojecten van het college. D66 daarentegen sprak juist van een goed kader en een kapstok voor de uitwerking van maatregelen. 

Vervolg
Het voorstel bleek in de commissie nog niet rijp om zonder debat als hamerstuk door te schuiven naar de raadsvergadering komende donderdagavond. Diverse partijen kondigden moties en een amendement aan.