Foto nu: Herbergier Jan Verkooijen klaar in klederdracht voor een avond van vermaak.
Foto nu: Herbergier Jan Verkooijen klaar in klederdracht voor een avond van vermaak.

Het Delft van Toen: Jan Verkooijen

Algemeen

Doris Steijger

DELFT – Aan de Molslaan staat een oud pand, vanaf de buitenkant niet ongewoon in de historische binnenstad van Delft, maar aan de binnenkant bevindt zich een bijzonder tafereel. Dit is natuurlijk Stadsherberg de Mol. Binnen in dit pand ga je even terug naar de middeleeuwen. Jan Verkooijen is al bijna 30 jaar de herbergier en deelt zijn verhaal over het beheren van dit unieke etablissement.

Verkooijen heeft zijn wortels oorspronkelijk in Brabant. ‘Ze zeggen altijd, Brabant is nodig om er een feestje van te maken,’ grapt Verkooijen. Het was puur toeval dat hij in Delft belandde. ‘Het bedrijf stond te koop, maar er stond niet bij waar het was en wat het was. Ik reageerde en vier maanden later stond ik hier,’ vertelt Verkooijen en hij gebaart naar het interieur van de oude herberg. In het begin combineerde hij zijn werk als herbergier met andere bezigheden, maar na vijftien jaar nam hij het bedrijf volledig over. En nu, nog steeds dertig jaar later, is hij de herbergier van Stadsherberg de Mol.

Een oud pand
Een karakteristiek oud pand is niet ongewoon in de binnenstad van Delft. Maar op de zeldzame momenten dat de voordeur openstaat en een voorbijganger een blik naar binnen werpt, staat menig bezoeker wel even stil in verbazing over hoe ze zich plotseling in een ander tijdperk, de middeleeuwen, bevinden.

De Stadsherberg is gehuisvest in een pand dat dateert uit 1563. ‘Het is een van de oudste panden van Delft,’ legt Verkooijen uit. ‘Oorspronkelijk was het een stadsvondelingenhuis, waar vondelingen en wezen uit de stad werden ondergebracht. Het pand heeft drie verdiepingen en liep vroeger helemaal door tot aan de andere kant van het blok. Het achterste gedeelte is nu De Bierfabriek. Het gedeelte aan onze kant is nog origineel,’ aldus Verkooijen.

De transformatie van vondelingenhuis naar herberg vond plaats op 14 maart 1980 door een andere eigenaar dan Verkooijen. ‘In eerste instantie was alleen de begane grond, de taverne, in gebruik. Later zijn de eerste en tweede verdieping erbij gekomen om besloten gezelschappen te kunnen ontvangen,’ vertelt Verkooijen. Sindsdien is er aan het interieur en de sfeer weinig veranderd. ‘Laatst kwam iemand binnen die hier 25 jaar geleden zijn huwelijksfeest had gevierd en hij zei dat er niks veranderd was. Voor ons is dat een compliment,’ lacht Verkooijen.

Authenthiek karakter
‘Veel van de oorspronkelijke bouw, zoals de houten balken en stenen muren, is bijvoorbeeld te zien,’ zegt Verkooijen. Een van de grootste uitdagingen voor Verkooijen is het bewaren van de authenticiteit. ‘We veranderen zo weinig mogelijk. En er zijn een paar dingen, daar ontkomen we niet aan. Daar hangt zo’n smerig groen bordje. Dat moet dan, want dat is van de nooduitgangverlichting,’ zo zegt hij. Op dit groene lichtje na wordt alles verlicht met kaarslicht, wat een unieke sfeer geeft.

Het behoud van deze sfeer is wat de herberg uniek maakt, toch moet de herberg wel een beetje meegaan in de modernisering van de 21e eeuw. ‘De modernisering proberen we zoveel mogelijk tegen te gaan. Zo kon je hier heel lang nog alleen contant betalen, maar op een gegeven moment kan je daar niet meer omheen. En de wc, dat is natuurlijk geen gat in de grond meer, gasten zijn vaak wel opgelucht als ze dat horen,’ vertelt Verkooijen.

Ondanks dat de herberg weinig aan reclame doet, zit het elke vrijdag- en zaterdagavond vol. ‘Dat komt door mond-tot-mondreclame. Mensen vertellen elkaar over hun ervaring en zo blijven we volgeboekt,’ vertelt Verkooijen. Het zijn vaak speciale gelegenheden zoals verjaardagen, jubilea en pensioenfeestjes die mensen naar de herberg brengen. ‘Mensen herinneren zich hun bezoek hier jaren later nog.’

Rol als herbergier
Verkooijens rol als herbergier is veelzijdig. Hij is verantwoordelijk voor de organisatie van de avonden, kondigt de evenementen aan en zorgt ervoor dat alles vlekkeloos verloopt. ‘Als het echt nodig is, grijp ik in als mensen zich niet gedragen,’ zegt hij. Het personeel speelt een cruciale rol in het behoud van de middeleeuwse sfeer. ‘Als herbergier kondig ik de avond aan en af. Ik stel de gedienstige en het vermaak voor. En voor de rest doen de gedienstigen en de waardgezelden en de stoofmeesters hun werk. Alles heeft hier een andere naam, verwarrend hè?’ vraagt Verkooijen lachend. ‘Hier zijn we dat inmiddels gewend. De meesten die hier werken doen dit natuurlijk om wat te verdienen, maar voornamelijk omdat ze het zo leuk vinden,’ zegt hij vervolgens trots.

Bijzondere herinneringen
De Stadsherberg is niet alleen bekend vanwege de unieke sfeer, maar ook door bijzondere evenementen en gasten. Zo werd een deel van de film ‘De Boezemvriend’ van André van Duin hier opgenomen en was de herberg te zien in het tv-programma ‘Keuringsdienst van Waarde.’ ‘Nog steeds komen mensen die de uitzending hebben gezien en nieuwsgierig zijn geworden naar de herberg,’ vertelt Verkooijen.

De Stadsherberg is een uniek stukje geschiedenis in het hart van Delft, gerund door een gepassioneerde herbergier die met trots de middeleeuwse sfeer bewaart. ‘We krijgen gasten uit heel Nederland en zelfs België die speciaal voor een middeleeuwse avond hierheen komen,’ zegt Verkooijen trots.

Foto vroeger: Het oude pand van Stadsherberg de Mol toen het nog een stadsvondelingenhuis was.