Een herberg nabij de stadspoort was geen unicum. Hier bij het Zuideinde ca.1730. Vanuit stadsherberg Buyten, het hoekpand, zou Vermeer zijn gezicht op Delft geschilderd hebben.
Een herberg nabij de stadspoort was geen unicum. Hier bij het Zuideinde ca.1730. Vanuit stadsherberg Buyten, het hoekpand, zou Vermeer zijn gezicht op Delft geschilderd hebben.

Delfts bier, de boze brouwer

Algemeen

DELFT - We vervolgen onze tocht door de wereld van de Delftse biernering waar we een aantal weken geleden mee begonnen. Het Delftse bier werd op veel plaatsen gedronken en zelfs tot over onze huidige grenzen. In Amsterdam was er zelfs een Delftse Bierkaai. 

Door Jeroen Stolk

Ook dichter bij huis was men niet vies van een Delfts biertje. Zo spoelde er heel wat Delfts gerstenat door dorstige kelen in de ons omringende plaatsen, waaronder Den Haag en Rotterdam. 

We schrijven het jaar 1656. Tussen Delft en Rotterdam waren veerschuiten actief, waarop werd toegezien door een ‘commissaris der veerschepen’. De commissaris dat jaar aan de Rotterdamse kant was Gerrit Jacobsz. van Musscher. 

Het was nog licht in de vroege avond van die negende augustus; de klok gaf aan dat het rond zevenen was. De schippers Wittevogel, Swaanshals en Spaan wachtten tot ze voldoende passagiers aan boord hadden voor de afvaart naar Delft. 

Voor de stadsherberg voor de Delftse Poort stond wagen van een brouwerij, bespannen met paard. Mogelijk had de voerman er zojuist zijn lading gelost en stond hij klaar om terug te gaan naar Delft. Het was natuurlijk zonde om met een lege wagen de thuisreis te aanvaarden, dus zaten er al drie passagiers op de wagen te wachten op vertrek. 

Een vierde voegde zich bij hen door de veerschuit te verlaten waarin hij al plaats had genomen. De 33-jarige veerman Cornelis Gerritsz. Spaan liet dit niet over zijn kant gaan en stevende af op de voerman van de brouwerswagen. In niet mis te verstane bewoordingen uitte de schipper zijn ongenoegen aan voerman Teunis van der Linden, brouwer bij de Delftse brouwerij De Buys*. 

Spaan gaf aan dat het Van der Linden niet was toegestaan passagiers te vervoeren, waarop onenigheid ontstond. Commissaris Gerrit van Musscher bemoeide zich ermee en legde de brouwerswagen aan de stadsketting vast. 

Dit maakte de Delftse brouwer zo kwaad dat hij met veel geweld het slot van de ketting kapot maakte en met lege wagen naar Delft terug reed.


*westzijde Oude Delft ter hoogte van de huidige huisnummers 97-99.