
Dsm-firmenich opent de poort naar een nieuw stadsdeel
AlgemeenDELFT - Na 155 jaar sluit de gistfabriek van dsm-firmenich (dsm-f) haar deuren. Op 1 januari 2026 komt er een einde aan een tijdperk dat diepe sporen trok in de stadsgeschiedenis. Waar generaties Delftenaren zijn opgegroeid met de geur van gist en de herkenbare fabrieksskyline, ontstaat straks ruimte voor een nieuw stadsdeel: de herontwikkeling van een terrein van 14 hectare, pal naast de binnenstad. De gemeente Delft, de provincie Zuid-Holland en dsm-f verkennen momenteel de mogelijkheden voor deze plek. De inzet is een herontwikkeling die recht doet aan het rijke verleden, maar vooral ook kansen biedt voor de toekomst.
Dsm-f onderzoekt drie scenario’s voor de invulling van het terrein: een volledig bedrijvengebied, een gemengd programma of een terrein dat geheel wordt bestemd voor wonen. In de ‘Vertrekpuntennotitie herontwikkeling dsm-f oost’ heeft de gemeente haar wensen en verzoeken op papier gezet om richting te geven aan die verkenning. Het gaat nadrukkelijk nog niet om een definitief plan, maar om ideeën die het gesprek openen. Wat in elk geval naar voren komt, is dat het terrein ‘van het slot’ gaat. Voor het eerst in anderhalve eeuw wordt dit deel van de stad openbaar toegankelijk. Daarmee krijgt Delft er een groot en centraal gelegen gebied bij, direct aan de Vliet en op loopafstand van twee stations: Delft en RijswijkBuiten.
Erfgoed als fundament
De locatie wordt omgeven door drie Rijksbeschermde stadsgezichten: het Agnetapark, de Nieuwe Plantage en de Binnenstad. Het terrein ademt geschiedenis. Op deze plek schreven Agneta en Jacques van Marken geschiedenis met succesvolle bedrijven op het vlak van techniek en microbiologie. Zij waren niet alleen ondernemers, maar ook pioniers in sociaal ondernemen. Delft bood de fabriek volop arbeidskrachten, maar hun huisvesting liet in veel gevallen te wensen over. De Van Markens trokken zich het lot van hun werknemers aan en stichtten onder meer het Agnetapark; een arbeiderswijk met woningen, voorzieningen en groen. Er werden tevens diverse vooruitstrevende experimenten gedaan, zoals winstdeling, ziekenfonds en pensioenvoorzieningen, met wisselend succes. Ook werd gezorgd voor scholing van de kinderen van werknemers en jongeren werd in de fabriek een vak geleerd De gemeente wil dat die geest van innovatie en sociale betrokkenheid een inspiratiebron vormt voor de nieuwe invulling. Sloop van de zeven monumentale panden op het terrein is uitgesloten. Het voormalige hoofdgebouw en het tapgebouw moeten, net als de andere monumenten, een nieuwe bestemming krijgen.
Visies en wensen
Tijdens de commissievergadering van afgelopen dinsdag spraken de Delftse fracties over de toekomst van het gebied en gaven zij op hun beurt hun wensen weer. GroenLinks benadrukte de kansen voor kennis- en maakbedrijven die de band met de TU Delft en de Biotech Campus kunnen versterken. Innovatie en werkgelegenheid zouden ook volgens de VVD de motor moeten vormen van het nieuwe stadsdeel. STIP sprak over wonen in de monumentale fabriekspanden, gecombineerd met betaalbare bedrijfsruimte in het noordelijk deel, en vroeg aandacht voor een tijdelijke invulling zolang de bouw nog niet gestart is. Hart voor Delft wil dat de nalatenschap van Van Marken zichtbaar blijft, bijvoorbeeld door sociale woningbouw waar generaties samenleven. D66 fantaseerde over een theaterwijk en wees op het belang van goede bereikbaarheid. Het CDA stelde dat het terrein niet alleen TU-gerelateerde bedrijven hoeft te huisvesten en opperde de aanleg van een zwembad dat Delft en Rijswijk samen zou kunnen gebruiken. Volt benadrukte het belang van participatie en sociale innovatie, terwijl de PvdA pleitte voor betrokkenheid van de stadsbouwmeester en een hoog stedelijk karakter. De ChristenUnie liet weten vooral uit te kijken naar een zorgvuldige uitwerking van de vertrekpunten. Onafhankelijk Delft mengde zich kritisch in het debat en vroeg om meer duidelijkheid over de rol van de gemeenteraad en de stad in het proces.
Vertrekpunten
De vertrekpuntennotitie van de gemeente geeft richting aan de verdere gesprekken met dsm-firmenich. Het terrein moet als geheel worden ontwikkeld, met een integraal plan dat rekening houdt met ruimtelijke opzet, ontsluiting en functies. Toegankelijkheid speelt een sleutelrol. Het gebied moet goed bereikbaar worden voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer, terwijl voor auto’s en vrachtwagens een nieuwe ontsluitingsstructuur nodig is die de druk op omliggende wijken niet vergroot. De gemeente ziet daarnaast kansen voor innovatieve bedrijven die de Delftse economie versterken, maar wil ook dat er serieus gekeken wordt naar woningbouw. Als dat onderdeel wordt van de plannen, moet minstens tweederde van de woningen betaalbaar zijn, waarvan de helft sociale huur. De monumenten blijven behouden en krijgen een nieuwe functie, zodat het verleden zichtbaar blijft in het stadsbeeld. Ook wordt er gestreefd naar een hoogwaardige openbare ruimte die groen, duurzaam en uitnodigend is. Duurzaamheid loopt als rode draad door de plannen. Het gebied moet klimaatadaptief en toekomstbestendig worden ingericht. Tegelijkertijd wordt onderzocht welke milieutechnische uitdagingen er zijn en hoe die zich verhouden tot de mogelijkheden voor wonen en werken.
Onderzoek doen
Wethouders Martina Huijsmans en Maaike Zwart lichtten dinsdagavond een en ander toe. Zij maakten de commissie duidelijk dat er nog heel wat valt uit te zoeken, voordat er plannen worden gemaakt Dsm-f is als eigenaar de initiatiefnemer, maar de betrokkenheid van de gemeenteraad is volgens Huijsmans verzekerd, omdat veel besluiten genomen moeten worden voordat er wordt herontwikkeld. Zwart gaf aan kansen te zien om bedrijven die nu op de Biotech Campus starten te laten doorgroeien op het nieuwe terrein.
In de raadsvergadering van 25 september wordt het gesprek over de ‘Vertrekpuntennotitie herontwikkeling dsm-f oost’ voortgezet. Mogelijk volgen er moties van GroenLinks en Onafhankelijk Delft.







