Afbeelding
Foto: KOOS BOMMELE

‘De universiteit versterkt de stad, en de stad de universiteit’

Algemeen

DELFT - Als rector van de TU Delft en burgemeester van de stad stonden Tim van der Hagen en Marja van Bijsterveldt de afgelopen negen jaren schouder aan schouder. En dan vooral figuurlijk: als aanvoerders van een unieke, steeds hechtere samenwerking tussen universiteit en stad. Op 1 juli vindt het laatste Stadsgesprek plaats waarin zij samen het woord voeren. Beiden vertrekken binnenkort: Van Bijsterveldt in september, Van der Hagen begin 2026. Een goed moment voor een terugblik. 

Door Cheyenne Toetenel

Vlak na haar aanbeveling voor het burgemeesterschap in 2016 ging Marja van Bijsterveldt op bezoek bij Tim van der Hagen. “Omdat de footprint van de TU Delft zo groot is, móet je intensief aan elkaar verbonden willen zijn.” Een gevoel dat de rector herkent. “Voorheen stond de TU losser van de gemeente. Dat is de afgelopen negen jaar echt veranderd.” Die verandering was nodig, vonden beiden. “De campus is met 27.000 studenten, 8.000 medewerkers en 325 bedrijven goed voor zo’n 40.000 dagelijkse bezoekers. Dan kun je niet naast elkaar bestaan”, aldus Van der Hagen. “De TU ís onderdeel van Delft.”

Convenant
Die overtuiging werd in 2016 verankerd in een gezamenlijk convenant. “We begonnen met twee hoofdthema’s”, vertelt Van Bijsterveldt. “De ruimtelijke verbinding tussen stad en campus, én het versterken van het ecosysteem.” Maar al snel kwam daar een derde pijler bij: communityvorming. “Er groeide ongemak in de stad over studentenoverlast. We zagen dat als bedreiging voor het draagvlak voor de TU. Dat móet je keren.” Van der Hagen beaamt dit: “Er was een mentale kloof. Terwijl onze studenten en medewerkers hier wonen, boodschappen doen, naar het theater gaan. Sindsdien wordt er nadrukkelijk ingezet op onderlinge betrokkenheid, met tastbare resultaten.”

Behaalde resultaten
Een van de mijlpalen in de samenwerking was de gezamenlijke lobby in Den Haag. Van Bijsterveldt: “We stonden als stad klem. Te weinig geld, maar wél potentie. Dus zijn we samen met Commissaris van de Koning Jaap Smit naar een aantal ministeries gegaan met een sterke propositie om te investeren in Delft. Die inzet betaalde zich uit met miljoenen voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, woningbouwprojecten en infrastructuur.” Maar bijvoorbeeld ook warmtevoorziening via geothermie is een resultaat van gezamenlijk optrekken tussen stad en TU. “Het vertrouwen in elkaar is goud waard”, zegt Van der Hagen. “Dat zag je ook rond de komst van het AZC op het TU-terrein. We maken snel afspraken, er is geen bureaucratische muur. Overigens zijn deze laatste twee onderwerpen een mooi voorbeeld dat het echt teamwork is, samen met de wethouders en de andere bestuurders van de TU.”

Stad met uitdagingen
De intensieve samenwerking was niet alleen gericht op investeren en bouwen. Ook lastige thema’s, zoals studentenoverlast, werden samen aangepakt. “Een aantal jaren terug kregen we pakketten vol brieven met klachten”, herinnert Van der Hagen zich. “Terecht ook. Als ouders hun kinderen slaappillen moeten geven vanwege studentenfeesten, dan is dat onacceptabel.” Een kantelpunt kwam tijdens de coronapandemie. “Toen belde minister Hugo de Jonge mij: ‘We moeten wat met onze studenten’, was zijn cri de coeur”, vertelt Van Bijsterveldt. “Binnen 24 uur zaten we als TU en gemeente aan tafel en daar sloot al snel een aantal bevlogen studenten bij aan.” Daaruit ontstond de stichting 5voor12, met communicatiecampagnes rondom gedragsregels. “Dat was een enorme doorbraak”, zegt Van der Hagen. “Sindsdien is de betrokkenheid van studentenverenigingen buiten de sociëteit veel groter geworden.” Zo kwam er onder meer een gedragscode, een sanctieregeling en een convenant over alcoholgebruik. De OWee (ontvangstweek) werd hervormd: tot 17.00 uur geen alcohol, Heineken 0.0 op de tap, en intensief contact met de buurt. “Dat is leiderschap tonen”, aldus Van Bijsterveldt. “TU-studenten zijn in veel gevallen ook onze toekomstige leiders. Die moeten ook leren wat verantwoordelijkheid is.” Dit neemt niet weg dat het toch nog weleens botst tussen studenten en inwoners. “We zijn er nog niet, maar er zijn mooie stappen gezet.”

Stad van de toekomst
Beide bestuurders zien hoe de perceptie van Delft is veranderd. “Voorheen stond Delft vooral bekend als een historische stad”, aldus Van der Hagen. “Nu is het een stad van de toekomst en innovatie. Dankzij onder andere de TU Delft, Deltares, TNO, dsm-firmenich en de bedrijvigheid op de TU Delft Campus en de Biotech Campus Delft.” Van Bijsterveldt vult aan: “We zijn nu fier op wat we hebben. Dat mág ook!” Ze wijst op het belang van voldoende technici voor maatschappelijke uitdagingen als klimaatverandering, gezondheidszorg en veiligheid. “Techniek is de sleutel. En dus is faciliteren van de TU Delft een erezaak voor de stad.” De impact van de TU Delft reikt volgens beiden veel verder dan alleen de universiteit zelf. Rondom de campus is een compleet innovatiedistrict ontstaan dat banen oplevert in uiteenlopende sectoren. Door de nauwe samenwerking tussen TU Delft, gemeente en het lokale bedrijfsleven ontstaan er startups en scale-ups die bijdragen aan de economie van de stad.

Regio in beweging
De blik op de toekomst reikt inmiddels ook verder dan de stadsgrenzen. Van der Hagen: “Onze campus in Delft is aan haar maximale capaciteit. We kunnen hier niet zomaar 10.000 studenten bijplaatsen, terwijl de samenleving wel vraagt om het opleiden van meer ingenieurs. Die vraag betreft dan niet méér van hetzelfde, maar gaat over opleidingen en onderzoek die gericht zijn op maatschappelijke transities zoals de energietransitie, duurzame zorg en klimaatbestendige steden.” Daarom werkt de TU Delft aan een uitbreiding in Rotterdam. “We kregen daar een krachtige, gezamenlijke propositie van gemeente, kennisinstellingen en bedrijven. In Rotterdam kunnen we samen met bijvoorbeeld het Erasmus MC en de Erasmus Universiteit complexe vraagstukken oppakken, waarbij technologie hand in hand gaat met medische, sociale en geesteswetenschappen. Niet alleen op afstand, maar fysiek in dezelfde labs. Zo bouwen we stap voor stap verder aan een toekomstbestendige regio. Deze beweging sluit naadloos aan bij de ontwikkeling van het Innovatiedistrict Delft.”

Nog niet klaar
Ondanks de behaalde successen is er ook nog veel werk aan de winkel. “Ik denk dan aan de samenwerking binnen de driehoek gemeente-bedrijfsleven-kennisinstellingen”, vertelt Van Bijsterveldt. “Daar zit bij ons nog meer potentie. Als grote bedrijven - zoals Haskoning nu doet - zich met ons verbinden, kunnen we ook in Den Haag meer bereiken.” Volgens Van Bijsterveldt moet de samenwerking ook bovenlokaal verder worden versterkt. “Delft is de kraamkamer van innovatie, maar je hebt de regio nodig voor een verdere versterking van het ecosysteem, waardoor het nog betekenisvoller kan worden. We zijn een agglomeratie, met ieder een eigen identiteit, maar voor een sterk ecosysteem is samenhang tussen gemeenten cruciaal. Het Innovatiedistrict Delft is de kern, maar we hebben de regio nodig om dit verder te versterken, het reikt veel verder dan onze grenzen.” Een ander aandachtspunt is de integratie van verschillende onderwijslagen binnen het innovatienetwerk. “De TU Delft is een dominante en essentiële speler”, zegt Van Bijsterveldt, “maar we hebben ook prachtige hogescholen en het mbo. Zonder makers uit het mbo geen innovatie.” Ze pleit voor een zichtbare plek voor mbo-techniek op de campus zelf. “Daar liggen kansen. Het zou niet alleen de samenwerking versterken, maar ook inspirerend werken voor jongeren uit de wijken. Laat hen op de campus zien waar hun toekomst kan liggen.” Ook de woningmarkt voor studenten blijft een uitdaging. “Inmiddels worden serieus stappen gezet naar meer woningbouw op en rond de campus”, zegt Van Bijsterveldt. “Als we studenten, onderzoekers en jonge professionals aan Delft willen binden, moeten we zorgen voor goede en betaalbare huisvesting.”

Korte lijnen, wederzijds respect
Wat is volgens beiden de sleutel tot hun succesvolle samenwerking? “Korte lijnen en vertrouwen”, zegt Van der Hagen. “We reageren niet defensief op klachten. We lossen dingen sámen op.” Van Bijsterveldt vult aan: “Er is altijd sprake geweest van gedeelde verantwoordelijkheid. We doen het echt met elkaar.” En dat is ook hun boodschap aan hun opvolgers. “Blijf investeren in die band tussen stad en universiteit”, zegt Van der Hagen. “Want zonder elkaar, zijn we allebei minder sterk.” Van Bijsterveldt: “Samen maken we de stad. En ik ben trots dat we dat de afgelopen jaren zo intensief gedaan hebben.”

Stadsgesprek
Wie de samenwerking tussen stad en universiteit zelf wil ervaren, is op dinsdagavond 1 juli welkom bij het jaarlijkse Stadsgesprek. Onder de titel ‘Wat Delft maakt, maakt het verschil’ gaan Delftenaren, ondernemers en studenten in gesprek over wat technologische innovatie de stad daadwerkelijk oplevert. De bijeenkomst is gratis en vindt plaats in The Terminal (Rotterdamseweg 266a). Aanmelden en meer informatie via: www.aanmelden.nl/stadsgesprek2025.

Van Bijsterveldt achterop de fiets bij Van der Hagen in 2017