Ries was jarenlang voorzitter van DVV Delft. (Foto: Koos Bommelé)
Ries was jarenlang voorzitter van DVV Delft. (Foto: Koos Bommelé)

Hoe is het nu met Ries van Dam?

Algemeen Hoe is het nu met?

Ries van Dam (75) werd geboren in Brummen en begon op jonge leeftijd met voetballen bij Sportclub Brummen. Als 18-jarige verhuisde hij vanwege zijn studie naar Delft en toen zijn zoon ging voetballen bij DVV Delft ontdekte hij het gezellige verenigingsleven van de club. Op 8 november 2024 legde hij na 30 jaar zijn taken als voorzitter neer.

Waar bent u begonnen met voetballen?
Ik ben 75 jaar geleden geboren in Brummen en begon daar ook met voetballen bij Sportclub Brummen. Hier speelde ik altijd in de jeugdelftallen en speelde ik uiteindelijk in de derde en vierde klasse. Toen ik 18 was ben ik voor mijn studie naar Delft verhuisd, maar bleef ik nog zo’n twee jaar voetballen in Brummen. Ik trainde dan op vrijdag bij DHC en speelde op zondag een wedstrijd met Sportclub Brummen. Op een gegeven moment was dit niet meer te combineren met mijn studie. Ik zeg altijd dat ik topscorer van de Achterhoek ben geweest, maar dat geloven ze in Delft niet!

Hoe bent u bij DVV Delft terechtgekomen?
Toen ik stopte met voetballen ben ik gaan tennissen bij de Delftse Hout. Mijn oudste zoon Wouter werd op een gegeven moment zes jaar en toen ben ik met hem gaan rondkijken naar een leuke vereniging, ik vond namelijk dat hij aan teamsport moest gaan doen! Het was toen januari en de enige club die op dat moment open was was DVV Delft, waar Peter Grootscholten destijds op zaterdagochtend de jeugdafdeling runde. Zo zijn we bij DVV Delft beland, waar ik al snel met Theo Jansen, Piet Hoekman en alle andere mannen in aanraking kwam.

Hoe bent u voorzitter geworden?
Ik begon bij Delft als jeugdleider van een team met jongens die nu nog steeds in het tweede van Delft voetballen. We deden mee aan toernooien, onder andere in Duitsland, en ook de omgang met de ouders verliep erg goed. Op een gegeven moment waren er vanuit de gemeente Delft plannen om op drie plekken in de stad een sporthal te bouwen: in de Wippolder, Delft-Zuid én in Kerkpolder! Ik zat in de bouwcommissie en kreeg vanuit Theo Jansen de vraag of ik voorzitter wilde worden. Zo ben ik in 1995 voorzitter geworden.

Wat voor taken had u?
Als voorzitter probeer je de eenheid binnen een vereniging te bewaren. Omdat ik als algemeen directeur ook actief was in het bedrijfsleven wist ik wel hoe ik ongeveer te werk moest gaan, maar het besturen van een voetbalclub is toch iets anders! Dat heeft vooral te maken dat je als voorzitter te maken hebt met vrijwilligers, waardoor het een hele andere manier is van besturen. Zo’n 25 jaar geleden hadden we soms bestuursvergaderingen tot 01.00 uur ‘s nachts! Dat zie je tegenwoordig niet echt meer, mede door alle communicatiemiddelen die er tegenwoordig allemaal zijn. Als voorzitter stond ik hierdoor, zeker de afgelopen jaren, 24 uur per dag aan. Ik heb in al die jaren vooral samengewerkt met Theo Jansen, Cas van Velzen en Piet Hoekman. In mijn tijd als voorzitter hebben we mooie dingen kunnen bewerkstelligen, waaronder de komst van een nieuwe sporthal, het openen van de eerste buitenschoolse sportopvang van Nederland, de komst van een nieuwe tribune, de aanleg van een kunstgrasveld en natuurlijk de grote jubileumfeesten in de sporthal! Naast mijn taken als voorzitter heb ik ook altijd de veldkeuringen gedaan.

U bent inmiddels gestopt?
Bij Delft heerst echt een gevoel van kameraadschap, mensen kunnen onderling op een goed niveau met elkaar praten. De afgelopen jaren zien we dat we minder jeugd- en seniorenteams hebben, maar dat het G-voetbal en het zaalvoetbal juist populairder worden. Ik dacht er al een aantal jaren aan om te stoppen, maar ik wilde dan wel een opvolger hebben. Gelukkig vonden we in Robert van den Bosch al snel een geschikte kandidaat. Ik heb vijf kleinkinderen, waarvan er drie op voetbal zitten en twee op hockey. Als ik nog wil dat zij later voor mij zorgen moet ik nu wel af en toe eens komen kijken! Daar krijg ik nu meer tijd voor.