Manfred won honderden prijzen in de autosport.
Manfred won honderden prijzen in de autosport.

Hoe is het nu met Manfred Bavelaar?

sport Hoe is het nu met?

Manfred Bavelaar (57) was al op jonge leeftijd helemaal gek van autosport. Toen hij 18 was haalde hij zijn racelicentie en begon hij met oefenen op het circuit van Zandvoort. Al snel begon hij met rallyrijden en deed hij mee aan wedstrijden in heel Europa. Later is hij ook nog eens gaan racen, een hele andere tak binnen de autosport.

Hoe ontstond bij jou de interesse voor autosport?
Bijna mijn hele familie heeft vroeger op hoog niveau gevoetbald bij DHC, waaronder mijn vader, mijn oom en mijn broer. Ik heb zelf wel even gevoetbald bij Delft, maar ik kon gewoon niet goed voetballen. Wel was ik op hele jonge leeftijd al gek van de autosport, als 10-jarige kroop ik al door het gat van een hek heen op het circuit van Zandvoort om alles goed te kunnen zien! Ik woonde vroeger in de Buitenhof en daar had je zand liggen richting Vlaardingen, daar gingen wij altijd crossen met onze brommertjes. Deze brommertjes werden al snel echte crossmotoren van 125cc en uiteindelijk zelfs 250cc! In Vlaardingen had je destijds een heel groot crossterrein, waar ik als 16-jarige vaak te vinden was. Toen ik 18 was heb ik mijn racelicentie gehaald met een Alfa Romeo GT van mijn buurman. Deze auto stond al 15 jaar voor zijn huis, zonder erin te rijden! Deze auto heb ik helemaal rijklaar gemaakt, de motor was nog in perfecte staat en ik ging met die auto iedere zondag naar Zandvoort om te racen. In die periode zat ik ook nog eens op de IVA in Driebergen, mijn hele leven bestond uit auto’s! Op een gegeven moment zag ik een Ford Escort RS2000 te koop staan, die ik samen met mijn buurjongen Niels heb gekocht. Hier moesten we ook eerst een licentie voor halen, maar toch gingen we ‘s nachts af en toe oefenen in het Westland! Ik was de rijder, Niels was de navigator. Toen we examen moesten doen was Niels ineens weg en belde ik hem op. Hij liet mij weten het rijden nog best spannend te vinden, en als iemand dat zegt wordt het lastig. Toen heb ik maar alleen het examen gedaan.

Wat was je eerste rally?
Ik vond in Wout de Klerk een nieuwe navigator, met hem heb ik jarenlang in de Ford Escort gereden. Mijn eerste rally was de rally in Hellendoorn, één van de grootste rally’s van Nederland. Deze rally reed ik samen met Geert Rienstra in een Renault 5 GT Turbo! Bij een rally is het de bedoeling dat je samen met een navigator zo snel mogelijk 10 kilometer aan klassementsproeven aflegt, om vervolgens te finishen en via de ‘normale’ weg op een normaal tempo weer richting de volgende klassementsproef te rijden. De tijden worden bij elkaar opgeteld en degene met de snelste tijd wint. Voor een wedstrijd ga je een dag voor de wedstrijd ‘verkennen’, wat betekent dat je de route gaat opschrijven. Dat noemen ze ‘pacenotes’.

Welke rally is je bijgebleven?
Dat was toch wel de Charlemagne rally in Noord-Frankrijk. Deze wedstrijd reed ik met Richard van der List. Hij begon pas om 16.00 uur, je zit dus maar te wachten en het was ook nog eens warm. Daarnaast heb je ook nog eens twee dagen in de auto gezeten om de klassementsproeven te verkennen. Die Fransen gaan drie keer harder dan wij! In Nederland hebben we veel lange stukken of polderwegen, maar in Frankrijk hebben ze hele korte weggetjes. Uiteindelijk gingen we van start en had ik bij de eerste proef de snelste tijd van onze klasse, wat zowel uniek was voor mij als voor die Fransen! Toch kon ik dit niet de hele rally volhouden, maar die ene proef weet ik 35 jaar later nog steeds uit mijn hoofd!

Wat maakt dat rallyrijden zo mooi?
Bij het rallyrijden kan het voorkomen dat je ‘s avonds met 185 km/uur door de bossen rijdt! Als je dan met 185 km/uur langs de bomen rijdt met die grote lampen op je motorkap geeft dat alleen maar adrenaline! Racen kan iedereen, maar rallyrijden is echt apart. Ik heb ook echt wel wat klappers meegemaakt, van bomen tot brand. Tijdens een rally in Prinsenbeek ben ik er met Richard een keer met 180 km/uur vanaf gegaan! We kwamen ondersteboven in een sloot terecht en hadden geluk dat er niet genoeg water in de sloot stond om te verdrinken, maar we kregen de deuren echt niet open!

Je bent ook nog gaan racen?
In 1999 hebben we namens Autohaag Zeeuw een raceteam opgericht. Dit deed ik samen met Piet Zeeuw en Ronald Barten. Alles was heel professioneel, we hadden een grote truck, een tent en een catering! Met dit team deden we mee aan de Eurocup Mégane Trophy van Renault, het eerste jaar met twee auto’s en het tweede jaar met vier auto’s. Dit hebben we twee jaar lang gedaan, waarin we onder andere in Frankrijk, België en Assen hebben gereden. Na twee jaar ging ik verder in het team van Poxy Grindvloeren, waarmee we meededen aan de Supercar Challenge. Hiervoor heb ik met de Renault Clio V6 echt heel Europa gezien, van Spa-Francorchamps tot de Nürburgring. Hierna heb ik onder andere nog de SEAT Ibiza Cup, Renault Clio Cup en de Mazda MX-5 Cup gereden. Vanaf het begin is Steef van der Plank mijn vaste monteur geweest, zowel bij het rallyrijden als bij het racen. Steef was er altijd bij. Na honderden prijzen te hebben gewonnen besloot ik om ermee te stoppen. Ik ben inmiddels ook opa en ga mezelf niet meer doodrijden voor een paar bekers. Daarnaast ben ik samen met Joost Noordam al 15 jaar eigenaar van Baaf Automotive, een allround autobedrijf aan de Vrijenbanselaan. Wel heb ik de droom om ooit nog een Clio Williams te kopen en toch weer een beetje te gaan rijden. Het blijft kriebelen!