
Veelscorend Ariston ‘80 hoopt op de derde periode
sportDELFT - Ariston ‘80 kent een wisselvallige fase. Hoge pieken worden dit jaar afgewisseld met diepe dalen. Verdediger Martijn Speelman vindt dat zijn ploeg voor niemand bang hoeft te zijn.
Door: Alphons de Wit jr.
Dat bleek afgelopen zaterdag eens te meer, toen de Aristoni het opnamen tegen toenmalig koploper Schipluiden. “We gingen die wedstrijd onbevangen in zonder overdreven veel ontzag voor de tegenstander”, vertelt Martijn Speelman. “Het werd een open wedstrijd waarin wij het initiatief pakten. Dat leidde ertoe dat we binnen twintig minuten al met 2-0 voorstonden en nog voor rust maakten we de derde. In de tweede helft probeerden zij ons met extra spitsen de druk op onze verdediging nog wel op te voeren, maar uiteindelijk wonnen we met 4-2.”
Wisselvallig
En dat terwijl twee weken eerder met 2-3 werd verloren van de nummer voorlaatst, terwijl vorige week met 4-4 werd gelijkgespeeld tegen de hekkensluiter. Tel daarbij het resultaat op van de wedstrijd tegen GDA begin februari, die met 5-0 werd verloren doordat het grootste deel van de selectie op skivakantie was, en Ariston had zomaar mee kunnen doen om de titel. “Natuurlijk is dat jammer, maar het heeft weinig zin om daar al te lang bij stil te staan. Die punten krijgen we er immers niet meer bij. Het zegt wel dat we aan een goed seizoen bezig zijn, maar dat het niet altijd meezit. Tegen PGS/Vogel en Laakkwartier hadden we kansen genoeg, zelfs een paar één-op-één met de keeper, maar ze gingen er helaas niet in. Het stukje scherpte ontbrak voorin, maar ook achterin, waardoor we de goals te makkelijk weggaven.”
Overstap
Speelman maakt voor het tweede seizoen deel uit van de selectie van de studenten. “En het bevalt me hier hartstikke goed. Ariston heeft een leuke, open groep met veel studenten en een aantal jongens dat na hun studententijd zijn gaan werken. Ik voel me hier hartstikke goed. Ik ben nu bezig met het derde jaar van mijn studie technische bestuurskunde. In het eerste jaar reisde ik nog elk weekend heen en weer naar Emmen, waar ik bij DZOH in het onder -19 elftal speelde en ook wel met het eerste elftal meetrainde. Daar ging zoveel tijd in zitten, dat ik besloot in Delft te gaan voetballen en zo kwam ik al snel bij Ariston ‘80 terecht.”
Dat de clichés rondom studentenclubs hier geen opgeld doen, werd al snel duidelijk. “We zijn hier fanatiek en de opkomst op de trainingen is altijd heel goed. Daarnaast hebben we heel veel kwaliteiten in het elftal en spelen we mooi en verzorgd voetbal. Zelf ben ik de meest rechter van de drie centrale verdedigers. Ik denk dat mijn kwaliteiten vooral mijn kopkracht zijn en dat ik, mocht er iets misgaan, het vaak met mijn snelheid wel kan herstellen. Met Sam Randeraad en Bouwe van der Poel naast me voel ik me goed.”
Ingecalculeerde risico’s
Ook in aanvallend opzicht zit het goed. “Met achtenveertig goals zijn we het meest trefzeker in de competitie. Ons aanvalsspel is dynamisch met spelers die verschillende kwaliteiten hebben en veel van positie wisselen. De vierenveertig goals die we hebben geïncasseerd zijn er misschien wel wat veel, maar ze komen voort uit onze positieve spelopvatting. We durven achterin risico’s te nemen door één op één te spelen, maar dat zorgt er aan de andere kant weer voor dat we vaak een mannetje over hebben en makkelijker scoren.”
Uiteindelijk hoopt de 20-jarige verdediger dat deze speelstijl leidt tot succes in de derde periode. “Door de resultaten tegen PGS/Vogel en Laakkwartier hadden we een valse start, maar we hebben tegen Schipluiden laten zien dat we voor niemand bang hoeven te zijn. We komen nog wat concurrenten om de bovenste plaatsen tegen en ik denk dat we zeker in staat moeten kunnen zijn om hen punten af te snoepen. De nacompetitie zou een mooi toetje zijn.”







