
Poortiersters
AlgemeenDELFT - In het Europa van vroeger hadden vrouwen weinig zeggenschap. In Nederland was dat niet anders. Althans op papier. In de praktijk hadden vrouwen in de Republiek veel meer zeggenschap en vrijheden dan hun seksegenoten in omringende landen. De Nederlandse archieven zijn doorspekt met voorbeelden van vrouwen die hun mannetje stonden: van schilderes tot koopvrouw.
Door Jeroen Stolk
Ook bij de Delftse stadspoorten waren vrouwen actief. Niet alleen als handelaar in groenten en fruit, maar ook als poortierster. Zo stond Petronella Moolenijzer in 1767 geregistreerd als poortierster van de Wateringsepoort. Bij het aangaan van haar huwelijk woonde haar man al op de Haagpoort die een twee-eenheid vormde met de Wateringsepoort. Ook de Oostpoort heeft een vrouw als poortier gehad: Sijtje Jans van Gansenacker. Zij woonde met haar man en acht kinderen in de Oostpoort waar haar echtgenoot poortier was. Toen hij overleed, nam Sijtje het stokje van hem over. Op de Rotterdamse poort was het Geertruijd Bomberg die de scepter zwaaide. Maar de meeste poortiersters vinden we terug bij de Koepoort. Mogelijk had dit ermee te maken dat deze poort geen strategische functie had, noch een verbinding vormde met een nabijgelegen stad. Dit in tegenstelling tot de stadspoorten die hun naam ontleenden aan een stad in de omgeving (Den Haag, Wateringen, Rotterdam, Schiedam/Kethel), maar ook de Waterslootsepoort. Hierdoor was het relatief rustig aan deze poort die hoofdzakelijk ten dienste stond van vee en landarbeiders. Maria van der Hiel, Eva Geerling en Jacoba Hunego (Hannego) zijn als poortierster op de Koepoort werkzaam geweest. Op bijgaande afbeelding van de Koepoort staat een dame in het gat van de deur van het poortiershuisje. Pieter Vertin schilderde het tussen 1850 en 1892. Dit zal kort na de tijd van Jacoba Hunego zijn. Zij overleed in 1851 en oefende op dat moment geen beroep uit. Zij werd 76 jaar oud.







